DANCE OF THE WIND
Zangeres op zoek in New Delhi
Rajan Khosa heeft zijn best gedaan om in zijn eerste lange film het hart van de oude Hindoestaanse cultuur te raken: de mystiek van de muziek. Het verwesterde exotisme dat aan de film kleeft maakt zijn poging echter weinig overtuigend.
Met het motto van zijn film verwijst Rajan Khosa naar het belang van de meester-leerling verhouding in de Hindoestaanse cultuur. Van ouder op kind, van goeroe op discipel worden tradities van generatie op generatie doorgegeven. Dat geldt in het bijzonder voor de klassieke Hindoestaanse liederen die niet worden opgeschreven maar door mondelinge overdracht al vijfduizend jaar deel uitmaken van de Indiase cultuur.
Ware zangkunst
Pallavi is een succesvolle vertolkster van het Hindoestaanse lied. Met hard werken en een strak oefenschema heeft ze veel bereikt, maar ze is niet gezegend met het natuurlijke talent van haar moeder, de legendarische Karuna Devi, die nog altijd haar leermeester is. Van wie zíj heeft leren zingen is een raadsel voor Pallavi, haar moeder laat er nooit iets over los.
De bejaarde Karuna sterft, maar vlak voor haar dood verschijnt er een oude man en een klein meisje met een stem als een engel voor het huis. Pallavi is zowel haar moeder als haar leermeester kwijt en verliest door de schok ook het vermogen om te zingen; ze raakt haar stem kwijt. In haar vertwijfeling zondert ze zich af van haar omgeving en wordt ze ook voor haar man onbereikbaar. Ze heeft alleen contact met het kleine meisje, Tara, dat steeds op raadselachtige wijze in haar leven verschijnt en even plotseling weer verdwijnt. Het kind leidt haar uiteindelijk naar een oude man van wie Pallavi vermoedt dat het de leermeester van haar moeder was.
Maar dat wisten wij op dat moment al lang. Baba heet de oude en Baba was de naam die haar moeder op haar ziekbed fluisterde. Het kleine meisje is slechts zijn medium, via wie hij Pallavi in contact brengt met de ware zangkunst en de mystiek van het métier.
Dance of the wind is gesitueerd in het hedendaagse New Delhi, in een welgesteld milieu dat traditionele waarden moeiteloos combineert met Westerse invloeden. Maar juist dat laatste bedreigt volgens Khosa de oude cultuur, de ziel van het Indiase volk. Juist vanwege die westerse invloeden is het zo belangrijk om de traditionele waarden in ere te houden. Op Pallavi rust de niet geringe taak om de erfenis van haar moeder door te geven aan de volgende generatie, het is haar morele plicht de muzikale traditie levend te houden. Als ze kort na elkaar haar stem, haar carrière (en daarmee haar identiteit) verliest en vervreemdt van haar leerlingen en haar man, dan beseft ze dat er offers gebracht moeten worden. Dat ze alleen tot ware kunst kan komen door al het andere op te geven. Dat de traditie alleen in stand gehouden kan worden door terug te keren naar haar wortels. Dit besef redt haar van de waanzin die zich meester van haar dreigde te maken.
Zwerfkind
Baba is een mythische figuur, net als Tara. Hij is de verpersoonlijking van de oude, bedreigde cultuur. Pallavi’s moeder was zijn uitverkorene, maar ze stelde hem teleur door te trouwen en te gaan optreden. Ze bracht niet het noodzakelijke offer en faalde daarom in het overdragen van haar talent op haar dochter. Pallavi weet dat ze het mystieke element van de gave mist in haar zang, dat wat niet aan te leren is. De kleine Tara bezit die gave wel. Het authentieke zwerfkind, onbedorven, zonder banden, zonder bezittingen, zingt onbekommerd en vrij. Het kille professionalisme en de discipline van Pallavi vormt daarmee een niet mis te verstaan contrast.
Khosa is trouwens wel vaker weinig subtiel als het er om gaat zijn boodschap over te brengen. Een leerlinge van Pallavi die op een minder zuivere manier probeert successen te behalen is duidelijk het verst verwijderd van haar oorsprong. In een enkele scène wordt, nogal kort door de bocht, haar zelfverloochening neergezet: ze kleedt zich westers, ze rookt, drinkt teveel bier en luistert naar hippe muziek. Echt ver zal zij het nooit brengen. Maar ook voor andere personages geldt dat de karaktertekening het heeft moeten afleggen tegen het belang van de moraal.
Khosa’s pleidooi voor authenticiteit en traditie is niet alleen opdringerig maar ook enigszins bedenkelijk. Want de westerse esthetiek waarmee het pleidooi in beeld wordt gebracht getuigt niet echt van een oorspronkelijke blik. De fotografie is mooi, maar onmiskenbaar toegesneden op een westers publiek: fraaie doorkijkjes, oude tempels, idyllische oevers, fleurige gewaden en de couleur locale van de plaatselijke markt. India is hier een fris en fleurig land waarin dat beetje armoede eigenlijk wel romantisch is. Ook de mystiek van de muzikale traditie wordt toegankelijk gemaakt voor niet-ingewijden. Niets blijft ongezegd of onverklaard, het past allemaal precies in elkaar. Khosa wil het belang van de traditionele Hindoestaanse cultuur onderstrepen maar gunt ons daar eigenlijk niets van.
Petra van der Ree