Lichting 2017: Laras Reinstar
Laras Reinstar (portret Sophie Kalker)
"Geen spelregietrucjes, maar iemand echt diep in zijn ziel kijken."
In de zomer plaatst de Filmkrant wekelijks een interview met vers afgestudeerd filmtalent van verschillende academies. In Bloed Kruipt filmt Laras Reinstar (Filmacademie) kickboxer Kim (een geweldige rol van Milou van Duijnhoven) zo dicht op de huid dat je kopje onder gaat in haar gevecht met zichzelf. Is eenzaamheid de prijs die je betaalt voor topsport? "Ik wilde een harde film over kwetsbaarheid maken."
Hoe is deze film ontstaan? "We hebben mijn eigen jeugd als uitgangspunt gebruikt, omdat dat iets is waar ik zo dichtbij sta. Dat is ook iets wat je op de Filmacademie steeds te horen krijgt: hou het persoonlijk, vertel een verhaal over iets dat je kent."
Toen ik klein was had ik weliswaar (en allereerst) hele lieve ouders, maar ook ouders die hun eigen problemen op te lossen hadden. Daardoor was ik best vaak op mezelf aangewezen, en heb ik op hele jonge leeftijd al veel zelfstandig moeten doen. Zo ging ik bijvoorbeeld al op mijn vijfde zelfstandig met de tram naar mijn vader. Ik heb als kind ook best wel gevochten en mijn eigen gevoelens onderdrukt of verkeerd geuit. Op een gegeven moment merkte ik dat ik niet lekker in mijn vel zat, dat ik veel ging eten. Toen dacht ik: ‘fuck dit, ik moet hieruit komen!’ Dus toen ik tien was ben ik van de ene op de andere dag gestopt met ongezond eten en ben ik op rugby gegaan. Daarin heb ik mijn kracht gevonden, heb ik ontdekt dat ik er ook fysiek mocht zijn. Dat proces — van sterk worden, maar ook strugglen met emoties tonen, hebben we meegenomen in deze film."
Bloed Kruipt
Waarom was dat voor jou belangrijk om te vertellen? "Het is een open deur, maar iedereen die ook met dit soort problemen zit heeft misschien baat bij dit verhaal. Maar behalve dat dit verhaal op mijn ervaringen gebasseerd is, hebben we ook niet voor niets voor een vrouwelijk hoofdpersonage gekozen. Want gender-problematiek is tegenwoordig een vrij groot issue. Wat dat betreft hoop ik dat Bloed Kruipt herkenbaar is voor vrouwen die niet helemaal hun plek kunnen vinden. Als man voel je dit soort problematiek natuurlijk niet op dezelfde manier als vrouwen. Maar ik vind het als regisseur erg belangrijk om alle groepen die in representatie nog stappen te zetten hebben daarvoor de ruimte te geven. Juist als blanke heteroman is het dan voor mij interessant om uit die geprivilegieerde positie te stappen en deze thematiek te onderzoeken."
Durf je daar dan vanuit die positie wel iets over te zeggen? "Nou, het is wel lastig. Ik vind het spannend om er iets over te zeggen, omdat ik er veel minder over weet. Maar door heel veel met mensen te praten, heel veel research te doen durf ik er wel iets over te zeggen. Dat is ook een reden waarom processen zo lang duren bij mij — ik wil iets echt van binnenuit begrijpen voordat ik er iets mee doe.
Bij Bloed Kruipt heb ik dat vooral gedaan door met de actrice en de scenarist te praten. Als regisseur heb ik er het vertrouwen in gehad dat ik me als mannelijke maker genoeg omringd had door onderlegde vrouwen om deze thematiek te kunnen ondervangen. Omdat er best wel veel vrouwen betrokken waren bij het proces, heb ik vooral hun input proberen te faciliteren."
Maar hoe kom je dan van deze uitgangspunten naar een concrete film? "We zijn begonnen door het met de scenarist Randa Peters te hebben over gemeenschappelijk interesses. Toen bleek dat we allebei een achtergrond hebben die met vechtsport te maken heeft. Een van de andere ideeën waar ik al vroeg mee speelde was dat ik graag een harde film over kwetsbaarheid wilde maken. Een stoere film, die gaat over wat je met die stoerheid wil verbergen. Randa droeg vervolgens het idee aan om voor een vrouwelijk personage te kiezen. Nadat die kern er was, werd het heel lang zoeken. Het is zelfs nog een film geweest over een meisje dat liever wilde dansen dan vechten, een soort Billy Elliot (lacht). Steeds kwamen we met een nieuwe insteek, en nooit kon ik me vastleggen. Dat was lastig voor mijn producent en scenarist, het scenario was eigenlijk ook nog niet klaar toen we moesten gaan filmen. We hadden wel veel elementen die we wilden gebruiken. Maar het was nog niet allemaal concreet."
Hoe heb je dat dan uiteindelijk aangepakt? "De lessen spelregie op de Filmacademie vond ik de moeilijkste lessen. Ik had dan ook de meeste confrontaties met leraren. We leerden allemaal hele nuttige technieken om acteurs te regisseren, maar voor mij voelde het altijd alsof we ze niet benaderden als mensen. Ik vind het belangrijk dat ik met mensen hele oprechte gesprekken kan voeren. Dus als ik met acteurs werk, dan wil ik ze ook echt leren kennen. Geen spelregietrucjes, maar iemand echt diep in zijn ziel kijken (lacht).
Dus bij mijn eindexamenfilm heb ik ervoor gekozen om al die technieken los te laten en de actrice te casten voordat we een volledig uitgewerkt scenario hadden. Ik heb heel veel met haar gepraat over onze emotionele problemen, we zijn samen op kickboxles gegaan, we zijn samen naar de sauna gegaan. Om elkaar echt te leren kennen en een oprechte connectie aan te gaan. Dat klink allemaal heel cheesy, maar hierdoor leer je elkaar echt aanvoelen. Dan hoef je vervolgens niet al die techniekjes te gebruiken, dan is elkaar aankijken soms al genoeg."
Sacha Gertsik