World Wide Angle (NL) – 29 december 2015

  • Datum 29-12-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

SPELLING DYSTOPIA

De Australische filmcriticus Adrian Martin schuimt voor de Filmkrant het wereldwijde web af. Als correspondent becommentarieert hij opvallende discussies en tendensen rond films en filmmakers, in webzines, weblogs etc. Aflevering 29: ‘Cinema is het sterkste wapen’.

In maart, op het Adelaide International Festival of Art, zag ik iets opvallends gebeuren in de ruimtes van galerieën: veel digitale videoschermen, veel verwijzingen naar film — no big deal — maar ook de eerste krachtige signalen van een nieuwe, meer wederkerige, productieve uitwisseling tussen cinema en beeldende kunst.
Een uitstekend geproduceerde film van de Koreaanse Donghee Koo met de titel static electricity of cat’s cradle illustreerde de overgang van gisteren naar vandaag. Op het eerste gezicht was het niks meer dan een documentatie van een performance waarin een man en een vrouw die elk vastzaten aan touwen steeds weer in en uit een potentiële omhelzing werden getrokken. Achter de luchtacrobatische toeren van dit absurde stel was een andere oude bekende te zien: de projectie van een eindeloze take waarbij we uit de achterkant van een bewegend voertuig kijken.
Maar aan het eind maakte de film een plotseling draai. Een vreemde Dr. Mabuse-achtige figuur (met cowboyhoed) verscheen, die aan de touwtjes bleek te trekken en de afstandsbediening van de film bleek te besturen. Speciale vuurwerkeffecten kwamen tevoorschijn die de actie uitdoofden. Daarmee hebben we de stap gemaakt van ‘happenings’ en ‘ambient video art’ naar iets wat we cinema kunnen noemen.
In een andere kamer was op twee schermen spelling dystopia van het Duitse duo Nina Fischer en Maroan el Sani te zien, geschoten — net als hun obsederende ‘remake’ van Resnais’ toute la mémoire du monde — op fantastisch filmmateriaal. spelling dystopia exploreerde de verlaten Japanse eiland-stad die als decor is gebruikt voor de battle royale-films. Een uitstekende, kinetische montage van beeld en geluid pingpongt tussen de twee schermen op en neer.
Het werk van de Italiaanse kunstenaar Rossella Biscotti (die op het moment in Nederland verblijft) is een openbaring voor mij. Haar krachtige installatie The Sun Shines in Kiev speelt met mogelijke versies van een grimmige realiteit: het lot van de officiële Russische cameramensen die na de nucleaire ramp naar Tsjernobyl zijn gestuurd. Je krijgt koude rillingen wanneer op een zeker moment doordringt dat de witte vlekken op het overgebleven celluloid overeenkomen met de uitbarstingen van statische ruis op de geluidsband — die precies de momenten markeren waarop radioactieve besmetting plaatsvond. Het werk hangt ergens tussen een Chris Marker-essay-film en een realistische horrorfilm in.
En last but not least was daar Apichatpong’s emerald — een perfecte verbintenis tussen de lege ruimtes en offscreen verhalen van de kunstcinema door het ‘bionische oog’ van digitale manipulatie: alles, van leven en dood tot stof en licht, zweeft in dit kamer-stuk.
Sinds de jaren zeventig heb ik steeds weer het snobistische onderscheid horen maken tussen ‘gewone films’ en ‘films gemaakt door kunstenaars’. De kunstenaars waar naar werd verwezen waren niet John Ford, F. W. Murnau, Kathryn Bigelow of Agnès Varda: oh nee, dan verblijven we in de verheven kunstsferen van speciale wezens als Bill Viola of Matthew Barney. Kunstenaars die erop gespitst zijn dat hun audiovisuele werk nooit klonk, bewoog of voelde als zoiets walgelijks als een film! En zo werd een videokunst geboren die (tenminste vier decennia lang) uitging van de belachelijke uitsluiting van het filmische: geen montage, geen camerabeweging, geen acteurs, geen fictie…
Eindelijk is de relatie tussen film en kunst minder neurotisch en defensief aan het worden. Ondertussen lijkt de Hollywood mainstream dichter naar de galerie toe te schuiven: shutter island, de eerste interessante film van Scorcese sinds bringing out the dead in 1999, vertoont ongelofelijke gelijkenissen met spelling dystopia. De ‘projection intervention’ die Rossella Biscotti ooit opvoerde tussen vertoningen op een filmfestival zegt het allemaal: Cinema is het sterkste wapen.

Adrian Martin | vertaling Ronald Rovers

Geschreven door