World Wide Angle (NL) – 27 september 2012

Geef me je handen en ik hou ze vast

  • Datum 27-09-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

De Australische filmcriticus Adrian Martin becommentarieert opvallende discussies en tendensen rond filmmakers.

Het is niet noodzakelijk een positieve reflectie op onze tijd, maar het beeld, in films, van een stel dat elkaars handen vasthoudt maakt een rare, zoete, ouderwetse indruk.
Dit voorkomt niet dat het handen-vasthouden soms tot grote en onuitwisbare cinema wordt. In Hou Hsiao-hsien’s Three Times (2005) of Kim Ki-duk’s Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring (2003), of zelfs te midden van alle drugs en geweld in de Amerikaanse tv-serie Breaking Bad, kan het moment waarop onschuldige handen elkaar raken een speciale lading krijgen. Popmuziekclips gebruiken soms diezelfde magie, zoals in het populaire Birdy-nummer ‘People Help the People‘ met z’n ontroerende refrein: "Give me your hand and I’ll hold it".
Zoals elke cinefiel weet was Robert Bresson de meester van deze specifieke en eigenaardige intensiteit. Handen die elkaar raken door de tralies van een cel aan het eind van Pickpocket (1959), of van twee mensen die nooit geliefden zullen zijn op dat bankje in Au hasard, Balthazar! (1966), of Lancelot en Guinevere in Lancelot du Lac (1974): de ascetische, schijnbaar seksloze films van Bresson concentreerden hun hele erotische lading in deze afwezige aanraking — het spel van handen en vingers die de communicatie van vleselijke lichamen verbeelden.
De recente explosie van online filmanalyses — die screenshots, fragmenten, audiosamples, gifs, beeldcollages, en nog veel meer gebruiken — leren ons om te letten op zaken die ons vroeger nooit zouden zijn opgevallen. Toen ik kort geleden op mijn laptop door Vincente Minnelli’s fantastische musical The Band Wagon (1953) scrollde, werd mijn aandacht getrokken door iets wat ik nog nooit had gezien in dat onsterfelijke Fred Astaire/Cyd Charisse duet "Dancing in the Dark" — dat de choreografie helemaal niet alleen over hun handen gaat, maar om de enorme emotionele suspense waarmee wordt opgebouwd naar de handen die elkaar subtiel zullen aanraken.
Dit minidrama, bijna onzichtbaar, voltrekt zich in stappen. Stap 1: Fred en Cyd, elk op hun eigen karakteristieke manier, houden hun handen bij zich terwijl ze wandelen, in gedachten verzonken. Handen in de zakken, handen die de tijd verdrijven met triviale handelingen. Handen die gebaren beginnen te maken die op communicatie wijzen, maar dat dan laten gaan: het lijkt alsof Fred iets via woorden of gebaren duidelijk wil maken, maar stopt er dan mee en krabt in plaats daarvan aan z’n kin.
Stap 2: De dans begint, en voert hen allebei mee in een wederzijdse beweging. Maar kijk naar de non-communicatie van hun armen en handen: die van haar bevinden zich aan haar zijde, vragend maar ingehouden; die van hem bevinden zich achter z’n rug, een van de vreemdste gebaren ooit in een Hollywood musical.
Stap 3: De handen beginnen een aarzelende conversatie. Ze lijken samen een gedeelde ruimte af te tekenen waarin de twee lichamen zich uiteindelijk met elkaar zullen verbinden, maar er is nog steeds afstand tussen hen, en er ontbreekt een gedeelde lichaamstaal.
Stap 4: Eindelijk raken de handen elkaar, maar het is zo onnadrukkelijk, zo ingebed in het patroon van de dans, dat hun aanraking bijna verborgen is. Fred en Cyd draaien om elkaar heen en hun handen raken elkaar, glijden langs elkaars armen; pas wanneer de draai voorbij is grijpen de handen eindelijk in elkaar.
Chantal Akermans Belgische coscenarist Eric de Kuyper schreef ooit een voortreffelijk stuk met de titel ‘Stap voor stap’ waarin hij deze zelfde choreografie analyseerde. Volgens hem ging het allemaal over lopen: hoe, moment na moment, een alledaagse stapbeweging verandert in een grootse pas de deux, en dan weer terug verandert in alledaags geslenter. Maar tussen de handen in deze sequentie vindt iets anders plaats, iets geheimers en misschien wel veel spannenders: als ze aan het eind wegrijden in een romantische koets, voortgetrokken door paarden, is Fred en Cyds handenstrelen echt een beeld om vast te houden.

Adrian Martin | vertaling Ronald Rovers

Geschreven door