World Wide Angle (NL) – 24 januari 2013

Project 6

  • Datum 24-01-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

De Australische filmcriticus Adrian Martin becommentarieert opvallende discussies en tendensen rond filmmakers.

Door Adrian Martin

Ik heb recent veel tijd doorgebracht met Joseph Losey (1909-1984). Dat is een filmmaker die de oude, gevestigde principes van de auteurstheorie compleet op z’n kop zet. Z’n 37-jarige feature filmcarrière veranderde zo vaak van richting en kende zoveel vreemde kronkels dat die alles lijkt te ontkrachten wat we ooit leerden over het herkennen van een filmmaker aan zijn of haar ’terugkerende thema’s’ of ’typische stijl’.
De hysterie van het anticommunistische McCarthy­isme joeg hem de Verenigde Staten uit naar Groot-Brittannië; uiteindelijk woonde hij door heel Europa. Bepaalde ‘reeksen’ titels in z’n filmografie kwamen voort uit vriendschappen met bepaalde acteurs (Dirk Bogarde, Elizabeth Taylor, Alain Delon) of een zekere beroemde toneelschrijver (Harold Pinter). In het Ame­ri­ka van de jaren vijftig maakte hij noir (een remake van M) en in het Engeland van de jaren vijftig maakte hij melodrama (The Sleeping Tiger). Op een moment in de jaren zestig was hij een Pop/Camp specialist (Modesty Blaise, Boom!), waarna hij in de jaren zeventig een vlaggenschip werd van internationaal gecoproduceerde kunst/prestigeprojecten (The Assassination of Trotsky, Don Giovanni).
Maar eigenlijk toont Losey aan wat geldt voor de grote meerderheid van filmmakers: dat hun weg geplaveid is, niet door hun eigen verlangen, keuze of wil, maar door omstandigheden, geluk of ongeluk, kans — de normale (of abnormale) eventualiteiten die zich in elke levensgeschiedenis voordoen. Thomas Elsaesser zag deze waarheid in 1985: Losey "bemoeilijkt alleen een bepaald idee van de auteur als iemand voor wie samenhang een zaak van hermetische afsluiting is". Waarom stellen we ons bij een filmmaker eigenlijk ooit een verheven, ‘soeverein’ pad voor, terwijl we diezelfde fantasie nooit projecteren op een scenarioschrijver, editor, filmcomponist of acteur? Losey kende het antwoord daarop heel goed: ‘Je hebt vijf projecten in voorbereiding en het is het zesde dat je kunt realiseren’. Dus we hebben een Project 6 auteurstheorie nodig!
Vreemd genoeg, maar heel poëtisch, voedde zijn gefragmenteerde werk zich met het chronische gebrek aan een thuis dat zijn carrière tekende. Toen ik een aantal van z’n films keek, drong steeds opnieuw het gevoel door van een wankel, wonderlijk verband met plekken, met wat voor verblijfplaats dan ook.
De aanvankelijk onverklaarbare shots van auto’s en voetgangers die verdwijnen van de Franse straten in Mr Klein (1976) — een voorbode, zoals we later zouden zien, van de afschuwelijke, historische Vel d’Hiv massa-arrestatie en deportatie van Joden — horen bij de meest ijzingwekkende uit de filmgeschiedenis. Figures in a Landscape (1970) — dat zo ontzettend lijkt op Jerzy Skolimowski’s recente Essential Killing (2010), omdat het ook helemaal buiten, ‘op de vlucht’ geschoten is — verspreidt dit vreemde aura over de hele natuurlijke wereld. En z’n shots van Robert Shaw en Malcolm McDowell staand bij ramen, naar binnen kijkend naar huiselijke taferelen, verbeelden een intens verlangen naar een thuis dat ze waarschijnlijk zelf nooit hadden.
Behalve dat er, voor Losey, echt geen plek als thuis bestaat — thuis is een verloren ideaal, misschien nooit een realiteit voor iemand in het verleden, en zeker niet warm en comfortabel voor mensen in deze moderne tijden. In het enorme, kille huis in Secret Ceremony (1968), krimpt Mia Farrow in een stoel alsof ze nooit in deze ruimte behoord heeft, ook al leefde ze vanaf haar geboorte binnen deze muren.
Project 6 Auteurisme zou altijd uit moeten kijken naar wat Raymond Bellour ooit the indirect aim noemde in het werk van een filmmaker: de vaak geheimzinnige, slimme manieren die ze bedachten om zich een bepaald onderwerp ‘eigen te maken’. In The Prowler (1951) zou Losey die persoonlijke knop best eens ingedrukte kunnen hebben. Vanaf het allereerste frame (een vrouw die gestoord wordt door een voyeur) tot bijna het laatste (dezelfde vrouw, achtergelaten, in een hutje in de woestijn, gaat de film over de transformatie en evacuatie van een huiselijke ruimte. Toch is geen enkele plek echt huiselijk in deze film: alle plekken zijn haunted, zielloos, problematisch. Het echtpaar, de familie, de welkome bezoeker: allemaal zijn ze leeg, ‘namaak’-ficties bij Losey. Mr Klein/Delon bezegelt zijn eigen lot door het huis van zijn spookachtige dubbelganger te huren, een huis dat een smerig krot is…

Geschreven door