Venetië-blog 3: Lachen man

Neemt Joker ons allemaal in de zeik?

De Filmkrant doet uitgebreid verslag van ’s werelds oudste filmfestival in Venetië, waar Todd Philips critici opruide met zijn conflicterende en weinig subtiele superschurkenportret Joker.

Als we een terugkerend thema mogen aanstippen op het Venetiaanse Lido, het eiland waar de 76ste editie van het filmfestival zich voltrekt, dan is het de morele rot in het kapitalistische systeem. Lauren Greenfield toont in The Kingmaker de corrupte nalatenschap van de familie Marcos, die decennialang inhalig en meedogenloos de dictatoriale scepter zwaaide op de Filipijnen. In The Laundromat, vanaf 18 oktober te zien op Netflix, ontrafelt Steven Soderbergh met verve hoe de belastingparadijzen uit de Panama Papers in elkaar steken. Ad Astra, James Gray’s sciencefictionversie van Heart of Darkness, toont hoe kapitalisme elke planeet kan verpesten: in de toekomst zal ook op de maan weer gevochten worden voor geld en grondstoffen.

Al met al een perfecte bedding voor Joker, de zeldzame superheldenfilm (of eigenlijk superschurkenfilm) die mee mag dingen in deze maatschappijkritische arthousebubbel. Ook regisseur Todd Phillips begeeft zich op onontgonnen terrein in de competitie van Venetië; hij was vooralsnog bekend als regisseur van de dronkenmansfratsen van The Hangover. Toch riep juist zijn extreem duistere Joker tot nu toe de felste reacties op.

Dat dit lelijke eendje de competitie heeft gehaald lijkt vooral te danken aan Joaquin Phoenix’ griezelige acteerwerk, dat bij vlagen zijn vertolking van een door PTSD geteisterde huurmoordenaar in Lynne Ramsays You Were Never Really Here (2017) in herinnering roept. Maar dan graatmager, in een clownspak en met oncontroleerbare, maniakale lachbuien. Zijn Arthur Fleck is een beroepsclown met psychische stoornissen die maar een paar extra duwtjes nodig heeft voor hij op huiveringwekkende wijze van zich af begint te slaan. Alles wat een leven menswaardig maakt wordt hem ontnomen: zijn baan, zijn familie, zijn idealen en elke hoop voor de toekomst. In ruil daarvoor duwt iemand wel een pistool in zijn hand.

Revolutie
De grootste inspiratiebronnen voor Gothams smerige straten en voor de mentale staat van het hoofdpersonage lijken Martin Scorsese’s Taxi Driver (1976) en The King of Comedy (1982) te zijn. De film speelt, aldus het persmateriaal, in 1981. De stad stinkt. Er is al achttien dagen geen vuilnis opgehaald. Het nieuws toont beelden van superratten die door de straten krioelen. Ondertussen groeit de kloof tussen rijk en arm. Gelikte Wall Street-kerels wanen zich onschendbaar, maar alle sociale bijstand is uit het staatsbudget geschrapt. Een televisiekomiek grapt dat Gotham vooral superkatten nodig heeft om het rattenprobleem op te lossen.

Deze fictionele metropool, het thuis van Batman en vele andere personages uit het DC-stripboekenuniversum, heeft veel meer nodig dan superkatten. Gotham heeft een politieke revolutie nodig. In plaats daarvan krijgt de stad een nihilistische en explosieve ontlading à la Fight Club (David Fincher, 1999). Tegen deze politiek gespannen achtergrond zien we hoe Arthur Fleck transformeert in Batmans aardsvijand Joker.

Morele rot
Arthurs metamorfose is in feite het verhaal van een man die radicaliseert tot terroristische massamoordenaar. Het grote aantal public shooters in de VS – afgelopen zaterdag vielen zeven doden in Texas – maakt het onmogelijk om dat element in Joker te negeren. Precies wanneer in de apotheose van de film de pistolen beginnen af te gaan en de eerste rellen uitbreken, verliest Philips het vermogen om hier een goed perspectief op te geven. Is dit een woke aanklacht tegen de kapitalistische status quo of een masculiene waarschuwing van wat er gebeurt wanneer witte mannen te lang geen liefde, aandacht en erkenning krijgen? Is dit een legitimering van een anarchistische superschurk of een sympathieke karakterschets van een zogenaamde incel met een trigger finger?

Dat de wereld rot is, dat schreeuwt de film van de daken. Wat we aanmoeten met Joker als tragisch product van deze morele rot, dat begraaft Philips onder vernederende, deprimerende en gewelddadige scènes die vooral lichamelijke reacties oproepen. Joker vraagt sympathie voor de geteisterde clown, terwijl de film je ook heel bewust deelgenoot maakt van zijn gruwelijke daden. Hoe balanceer je die twee?

Het is geen verassing dat Joker de critici in Venetië verdeelt. Veel mannelijke journalisten schrijven in hyperbolen over de beste superheldenfilm sinds Chrisopher Nolans The Dark Knight (2008). Volgens Alex Billington (onder meer van Firstshowing.net) zal er een pre- en een post-Joker zijn. ‘Ik weet niet of de wereld klaar is voor deze film’, Twittert hij. ‘Geen superheldenfilm zal hierna nog hetzelfde zijn’, meent ook David Ehrlich van IndieWire. Juist hiervoor zet Jessica Kiang zich schrap in een meer eloquent stuk voor Vulture. Zij waarschuwt voor een toekomst waarin klassiekers als The King of Comedy alleen nog maar geapprecieerd kunnen worden door een filter van superhelden, superschurken en andere producten van de stripuniversa.

De beste kritieken op de film worstelen niet alleen met wat Joker betekent voor cinema, maar ook voor de wereld waar wij nu in leven. ‘Philips wil ons doen geloven dat hij een film levert die gaat over de leegte van onze cultuur, maar eigenlijk geeft hij precies daar een voorbeeld van’, schrijft Stephanie Zacharek in haar negatieve stuk voor Time. Ze concludeert: ‘There’s a sick joke in there somewhere. Unfortunately, it’s on us.