Cannes-blog 7: Bouwstenen

Een laag uitgesneden decolleté kan maar één ding betekenen. Of niet?

An Easy Girl

De Filmkrant doet dagelijks verslag vanaf het 72e filmfestival van Cannes.

An Easy Girl van Rebecca Zlotowski is een fascinerende film over een vraag die de redactie op allerlei manieren al een tijdje bezighoudt. Het kost misschien wat moeite om de kwestie helder uiteen te zetten, maar het is een kwestie die het wezen van film raakt. Althans, film in de vorm die we er sinds het ontstaan van het medium aan hebben gegeven.

In principe had bijna elke andere film de aanleiding voor deze tekst kunnen zijn. Maar Zlotowski’s film is zo slim om dit tot het onderwerp van de film te maken. Op Wikipedia wordt de film trouwens een komedie genoemd, maar dat is te kort door de bocht: An Easy Girl is licht van toon maar speelt niet op de lach.

Het verhaal draait om twee jonge vrouwen: de 16-jarige Naïma en de 22-jarige Sofia (een naam die niet toevallig verwijst naar wijsheid en vaardigheid), die door de film bewust wat meer op de achtergrond wordt gehouden. Sofia hoeft niet doorgrond te worden. Het gaat erom hoe de wereld Sofia ziet, wat die wereld van haar verwacht en hoe die met haar omgaat. Naïma woont met haar moeder in Cannes, Sofia is een paar weken over uit Parijs, waar ze inmiddels woont.

Met opvallende borsten en laag uitgesneden decolleté ziet Sofia eruit als… ja, hoe ziet Sofia er eigenlijk uit? Even vooruit spoelen. Iets later in de film ontmoeten zij en Naïma twee mannen en belanden op een van die onvermijdelijke jachten in de haven van Cannes. Winning Streak heet de boot. Ah, zó’n man, denk je dan. Een van de mannen is stoer en intelligent, bovendien de eigenaar van het jacht, de ander intelligent en iets zachtaardiger. Hij blijkt later de kunstadviseur van de andere man. In je brein begint zich een vermoeden te nestelen van wat er gaat gebeuren.

Sofia, die tegen die tijd al duidelijk heeft gemaakt dat ze avonturen wil beleven, zal door de stoere man benaderd worden. Hun blikken hebben elkaar immers al meerdere keren gekruist. Zal hij meer van haar willen dan ze wil geven, is de vraag. Zal de andere man iets proberen met Naïma? Die gedachte wordt echter snel gecorrigeerd door een andere gedachte: de ervaring leert dat het uiterlijk van acteurs, hoe subtiel ook, vaak al iets weggeeft over hun karakter. Dat kan een verbetenheid zijn die bijvoorbeeld op agressie kan wijzen, maar ook een blik die een melancholische inborst suggereert. Aan deze mannen, realiseer je je, is weinig af te lezen. Naarmate de film vordert, voel je dat juist deze nuances voor Zlotowski de bouwstenen van haar film zijn.

Over welke bouwstenen hebben we het dan? Over welke kwestie hebben we het precies?

Het gaat hierom: hoe werken casting en art direction/production design en locatiekeuze en de manier waarop de camera een situatie benadert of – in iets mindere mate – hoe het geluidsontwerp is opgezet als bevestigingen van vooroordelen? Film is gebaat bij simplificaties omdat film een economisch vertelkunst is – men zoekt altijd naar de kortst mogelijke weg om een idee in het hoofd van de kijker te krijgen – maar wat raken we zo onderweg kwijt?

Over een verschijning als Sofia – ook in realiteit – hebben we vaak meteen een oordeel klaar. Acteurs worden gekozen omdat ze iets van het wezen van de rol reflecteren, een setting wordt gekozen omdat die representatief is voor het verhaal. Het is volledig te begrijpen dat makers voor die snelle weg kiezen, maar in de loop van 125 jaar filmgeschiedenis betekent het dat film als medium – en tv ook – ons denken over dingen in de werkelijkheid die we niet direct zelf waarnemen en de sjablonen die we in ons hoofd hebben om de werkelijkheid te begrijpen, ingrijpend heeft beïnvloed. De contradictie hier is dat het in de filmkritiek juist wordt gewaardeerd als een filmmaker het wezen van een verhaal zo mooi in beelden kan vangen – neem bijvoorbeeld de groezelige koppen van Willem Dafoe en Robert Pattinson in The Lighthouse, of de zwart-wit setting, of de visserstruien die ze dragen: alles wordt in het werk gesteld om snel duidelijk te maken met wie we te maken hebben en in welke situatie we ons bevinden. We hebben zelfs een speciaal shot bedacht om dat laatste snel te bepalen: het ‘establishing shot’, dat de kijker direct wil laten weten waar hij naar kijkt. Film werkt op die manier, in bijna alle facetten van de productie, met simplificaties.

Waar verandert de souplesse om de basics van een verhaal snel over te brengen in een bevestiging en het propageren van vooroordelen en clichés? Hoe herkenbaar moet een verschijning van een acteur zijn om het personage te begrijpen?

Film is een reductie van de werkelijkheid. Altijd geweest. We hebben het hier niet over de films van Pedro Costa of Ozu. En er zijn genoeg arthousefilms die bijvoorbeeld bewust geen establishing shots gebruiken. Maar een groot deel van de internationale filmindustrie drijft wel op reducties en simplificaties. En ergens heeft dat kwalijke gevolgen.

Hier komen we later graag op terug. Het is een groot onderwerp dat om specifieke en gedetailleerde voorbeelden vraagt. Rebecca Zlotowski legde de bal voor het doel. Dit is een eerste schot.