Cannes-blog 2: Eindes

'This is only the beginning'

Le daim (Quentin Dupieux)

De Filmkrant doet dagelijks verslag vanaf het 72e filmfestival van Cannes. Met vandaag drie films die weigerden (normaal) te eindigen.

Niet schrikken: ik ga het over het einde van een paar films hebben. Geen zorgen, er komen geen spoilers aan te pas. Sowieso geloof ik niet in spoilers, maar ik ga me hier inhouden. Het gaat me om iets anders: wat als een film géén einde heeft? Of in ieder geval geen einde dat een duidelijke punt achter het verhaal zet? Die vraag kwam op door maar liefst drie films die woensdag werden vertoond op het filmfestival van Cannes: de competitiefilm Les misérables, Bull in de tweede competitie Un Certain Regard en Le daim, de openingsfilm van het bijprogramma Quinzaine des Realisateurs.

Het knotsgekke Le daim van absurdist Quentin Dupieux heeft wél een einde. Een goed einde zelfs. Het is alleen niet een einde voor de verhaallijn waarvan je tot dan toe dacht dat het de hoofdlijn was. Die hoofdlijn draait om een man (Jean Dujardin) met alle opzichtige verschijnselen van een midlifecrisis. Die bijvoorbeeld voor een belachelijk bedrag een hertenleren jas met franjes op de kop tikt. Die jas wordt zijn schild tegen de wereld en ook een soort alter ego dat hem steeds verder opjut richting de ondergang. Dupieux (wiens speelfilmdebuut Wrong draait om het concept van ‘No Reason’) brouwt er een heerlijke cocktail van onzinnigheid-die-toch-iets-zinnigs-zegt van. En net als je denkt dat die lijn een ontknoping gaat krijgen, een verhaal met een keurige strik eromheen, eindigt alles abrupt op een andere manier. Een methode die een zweem van ‘deus ex machina’ heeft, maar eigenlijk precies klopt en thematisch nog veel rijker is dan de meer natuurlijke ontknoping had kunnen zijn.

Zo kan het dus ook. De eerste film die werd vertoond in het programma Un Certain Regard, Bull van debutant Annie Silverstein, had op een meer traditionele manier een ‘ambigu’ einde. Wat vooral betekent dat het coming-of-age-verhaal over tiener Krystal die in het armoedige Amerikaanse zuiden een richting voor haar leven vindt in de rodeowereld, uiteindelijk wat richtingloos is en eigenlijk een conclusie mist. Terwijl het openingsshot zo veelbelovend is – een even simpele als doeltreffende weergave van het proces van ontwaken, van zwart beeld naar wazig beeld naar een intieme close-up naar geluiden van de wereld daarbuiten. Dat ene shot is de hele film die volgt in een notendop.

Ook de film die ’s middags in de hoofdcompetitie werd vertoond, Les misérables van Ladj Ly, bediende zich van een ambigu slot, maar dan op een veel doeltreffender manier. Het banlieu-misdaadverhaal voelt in de eerste helft van de film vaak nog als een aflevering van een tv-politieserie – maar dan wel een echt goede serie. De verschillende spelers in het criminele schaakspel tussen straatschoffies, topcriminelen en corrupte agenten worden vakkundig en efficiënt gepositioneerd voordat het spektakel losbarst, en vervolgens zakt het tempo vrijwel geen moment meer in. De film lijkt toe te werken naar een conclusie zoals die ook bij een aflevering van een tv-serie zou werken – een beetje catharsis, enkele verhaallijnen afgerond, maar ook nog allerlei losse eindjes om op voort te bouwen in het vervolg. Maar pas als dat verwachte einde voorbij is, barst Les misérables écht los. Om vervolgens schijnbaar middenin een scène alsnog te eindigen – perfect ambigu, zonder zweem van sequel-hengelen.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over Bacurau, de opruiende competitie-kandidaat van Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles die nu pas net afgelopen is. Filho kreeg onlangs van de Braziliaanse staat opdracht om een flinke bak subsidie terug te storten, maar dat heeft hem zeker niet milder of minder politiek uitgesproken gemaakt. Integendeel: als Bacurau iets doet, is het op meesterlijke wijze olie op dat vuur gooien. Een film die meer tijd nodig heeft om te bezinken, dus voor nu eindigen we met de zin waar ook Bacurau mee eindigt: “This is only the beginning.”