Op ooghoogte

David Cronenberg

Carlops

Mark Cousins (The Story of Film) schrijft maandelijks over film- en beeldassociaties. Deze maand over David Cronenberg, in Carlops, Schotland.

Halverwege 1995, toen hij net Crash had gemaakt, was David Cronenberg te gast op het Edinburgh International Film Festival. Aangezien ik destijds directeur van het festival was, reed ik na afloop van zijn masterclass met hem en zijn familieleden naar het Schotse platteland.

We stopten in het lieflijke kleine dorpje op de foto hierboven voor een pub lunch. Toen we klaar waren met eten, stond Cronenberg erop om te betalen. Een stokoude Schotse dame beheerde de kassa, zag zijn creditcard, keek hem eens goed aan en vroeg hem: “Toch niet dé David Cronenberg?” Hij verliet Schotland, denkende dat zelfs de oude dametjes hier fan zijn van bodyhorror.

We hebben er hard om moeten lachen, omdat je niet verwacht dat men zich in een klein Schots dorpje waar de afgelopen eeuw niet zo heel erg veel veranderd is, bewust is van de films van David Cronenberg en hun thema’s — de angst voor de moderniteit, de vermenging van het vleselijke lichaam en technologie, de esthetica van de walging en seksuele transgressie.

Het feit dat zulke begrippen hun weg hadden gevonden naar Carlops, en in het bijzonder een oude vrouw daar, tarten onze vooroordelen over kleine dorpjes en Cronenbergs ideeën. Doordat die vrouw hem herkende realiseerde ik me dat zijn observaties aangaande videobeelden, moderniteit, lichamelijk verval, lichaamsopeningen en wonden, angst en seksualiteit niet van buiten komen, uit de wereldsteden, als bezoekers. Ze komen van binnen. Het zijn geen buitenaardse verschijnselen, maar onderdeel van onze biopsychologie.

Films zoals Crash en Dead Ringers hebben een metaalachtige glans, een Ballardiaans techno-oppervlak, maar hun betekenis gaat aan die buitenkant vooraf.

Met andere woorden, Cronenberg is overal.

Geschreven door Mark Cousins