Leonardo DiCaprio

Martin Scorsese's Mytho Man

  • Datum 19-12-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

The Wolf of Wall Street

The Wolf of Wall Street is Martin Scorsese’s vijfde film met Leonardo DiCaprio in de hoofdrol. DiCaprio is Scorseses nieuwe inspiratiebron, de opvolger van Robert De Niro. En hij wordt alleen maar beter.

Door Laura van Zuylen

Extravagante engerd in Django Unchained (Quentin Tarantino, 2012), verongelijkte materialist in The Great Gatsby (Baz Luhrmann, 2013) en glibberige handelaar in The Wolf of Wall Street (Martin Scorsese, 2013): Leonardo DiCaprio (1974) heeft het sentimentele jochie uit Titanic (James Cameron, 1997) glansrijk van zich afgeschud om plaats te maken voor een grillige en gevaarlijke avonturier, die snuift en fronst en een gelaagd pantser heeft waar heel wat lastiger doorheen te breken valt. De afgelopen tien jaar heeft hij zich uiteenlopende rollen aangemeten, waarin hij bijna altijd een held was, maar wel een met mankementen.
Geen wonder dat Martin Scorsese voor DiCaprio viel toen hij de dertig naderde. In Gangs of New York (Scorsese, 2002) is hij zijn puppyvacht verloren maar is zijn jongensachtigheid bewaard gebleven. Hij betovert met het unieke timbre van zijn stem, dat diep en breekbaar tegelijkertijd is. Zijn voice-overs lokken je mee en zuigen je het verhaal in, want zijn woorden blijven fluisterend in je hoofd weergalmen. Tegelijkertijd klinkt er in die stem iets broeierigs. DiCaprio lijkt met zijn knappe kop, blonde haar en atletische lijf een all-American boy, maar hij is het niet. Zijn wenkbrauwen zitten laag boven zijn ogen en zijn permanente frons insinueert een verborgen geschiedenis en geeft je het gevoel dat hij iets achterhoudt.

Zoon
Dat is een kwaliteit die Scorsese steeds op­­nieuw opzoekt. Hij houdt van onverschrokken, explosieve jongemannen. Jarenlang was het ongeleide projectiel Robert De Niro zijn muze. Die is spannend omdat je nooit kun voorspellen wat hij gaat doen. Niet voor niets is zijn monoloog in Mean Streets (1973) legendarisch geworden, waarin hij als ‘Johnny Boy’ minutenlang uitlegt waarom hij geen geld kan terugbetalen omdat hij zo depressief is. De Niro heeft de ultieme haal-die-grijns-van-je-gezicht-kop, waarmee hij zonder woorden direct de boel becommentarieert. Hij zorgt voor reuring. Hij en Scorsese groeiden samen als acteur en regisseur op in Hollywood en het lijkt of de twee als vrienden kwajongensstreken zijn gaan uithalen, met gevaarlijke films en een dik Italiaans accent.
Als De Niro Scorseses vriend is, dan is DiCaprio zijn zoon. En in een zoon zoek je iets anders dan in een vriend. Waar hij De Niro zichzelf laat spelen, boetseert Scorsese DiCaprio als Pygmalion. In Gangs of New York laat DiCaprio een jonge, doelbewuste activist zien, die zich met kennis van de straat tegen de gevestigde orde verzet. Daar borduurt Scorsese in The Departed (2006) op voort, als hij DiCaprio een agent laat spelen die het klappen van de zweep kent en infiltreert in een criminele organisatie. In de biopic The Aviator (2004) onderzoekt Scorsese welke waanzin er in DiCaprio schuilt. Diens vertolking van de ambitieuze vliegtuigpionier en regisseur Howard Hughes valt op door de waarachtige manier waarop hij smetvrees en dwangneuroses vormgeeft. In Shutter Island (2010) gaat Scorsese met die gekte verder als hij van DiCaprio een psychiatrische patiënt maakt, die denkt dat hij een detective is. Opmerkelijk is hoe ver DiCaprio je in zijn paranoia kan meeslepen. Scorsese moet in deze film gezien hebben dat DiCaprio vertrouwen opwekt. En wat je daarmee kunt doen.

Olympus
In The Wolf of Wall Street kijkt Scorsese hoe veel rek er in dat vertrouwen zit en de sympathie die DiCaprio daarmee bij de toeschouwer oproept. De regisseur toont Wall Street als de Olympus. Hier heersen Aphrodite, godin van de lust en schoonheid, Eros, god van seksualiteit en verlangen en Dyonisos, god van drank, drugs en roes. Demeter is verbannen, want in de wereld van de maatpakken is alles cultuur, maakbaar en te verkopen. De godin van de akkerbouw en de natuur is overbodig. Ook Pallas Athene, godin van de wijsheid, kunst en techniek schittert door afwezigheid.
DiCaprio laat zich van talloze kanten zien, soms woedend en eng, dan weer komisch en charmant. Hij is Zeus, de oppergod, heersend over de aandelenwereld: overmoedig en alles neukend wat los en vast zit. Maar hij is ook Poseidon, god van zee en aardbevingen, in zijn opvliegendheid en de manier waarop hij alles naar zijn hand zet. We zien net zozeer het wilde en zinneloze van Ares, de god van de oorlog en hij is uitgekookt als Hermes, god van de handel en beschermer van de dieven.
DiCaprio is in The Wolf of Wall Street van alle liefde gestript. Drie uur lang krijg je zo’n overdaad aan tieten, coke en pillen voorgeschoteld dat je je smerig voelt als je eruit komt. Wat de Olympus leek, blijkt de onderwereld. Wall Street is het afvoerputje van de wereld waar alles te koop is en niets dus meer van waarde. Maar Scorsese vertelt het niet moralistisch — die conclusie laat hij je zelf trekken. En uiteindelijk wankelt die uitkomst weer. DiCaprio staat voor de ultieme taak om ons opnieuw zijn wereld in te trekken. En het lukt hem. We trappen er met open ogen in.