La mort de Louis XIV
Nocturama (Previously Unreleased)
Certain Women (Previously Unreleased)
L'amant double
Dunkirk
Cathy Come Home slow criticism | Uithuilen en opnieuw beginnen
Wie veel arthousefilms bezoekt, krijgt geen vrolijk beeld van de mensheid en de wereld. Hoe zinvol zijn sociale drama's nog? Een pleidooi voor films die inzicht en uitzicht bieden.

Door Jos van der Burg

Ben je somber over de wereld en de toekomst? Dan zou het zo maar eens kunnen zijn dat je vaak arthousefilms bezoekt. En dan vooral sociaal-realistische drama's, de dominante stroming in de arthousecinema, die de kijker mondiale ellende maar ook sociale ellende dicht bij huis inpepert.
Het idee achter deze stroming, die in de jaren zestig begon, is dat deze films ellendige misstanden blootleggen die we in ons dagelijks leven niet zien. Ze kijken achter de façade van de schone schijn dus wat ze er aantreffen, stemt niet vrolijk. Ze tonen — de opsomming is verre van compleet — sociale ongelijkheid, armoede, oorlogen, wanhopige vluchtelingen, stuitende rijkdom, werkloosheid, daklozen en machtsmisbruik. Het doel van deze films is ons bewust te maken van deze ellende. Ze willen ons wakker schudden zodat er iets aan deze misstanden gebeurt. Dat laatste is cruciaal: bewustwording moet tot sociale verandering leiden. De veronderstelling is dat als we kennis hebben van ellende, we er ook iets aan gaan doen. Het maakt deze films tot politieke films die tot actie willen aanzetten, zodat de wereld een betere plek wordt.
Een beroemd voorbeeld is Cathy Come Home van Ken Loach in 1966. Het aangrijpende tv-drama over een vrouw, die doordat haar man werkloos wordt met haar vier kinderen als dakloze op straat belandt, waarna de kinderbescherming haar haar kinderen afpakt, werd bekeken door twaalf miljoen (!) Britten (een kwart van de bevolking) en riep een storm van protest op. Plotseling drong het tot velen door dat mensen in een vrije val kunnen belanden. De door Cathy Come Home opgewekte verontwaardiging en woede in de publieke opinie leidde tot meer aandacht voor de huisvestingsproblematiek en hulp aan daklozen.

Nieuwsverslaafden
Cathy Come Home had een positief effect, maar is daarin uitzonderlijk. Sinds de jaren zestig zijn duizenden sociaal-realistische films gemaakt, maar aantoonbare invloed op sociale veranderingen hadden ze niet. Waarom blijven filmmakers deze films dan toch maken? De vraag wordt zelden gesteld, waarschijnlijk omdat deze films overlopen van de goede bedoelingen. Wie kan ertegen zijn dat filmmakers ons de ogen willen openen voor menselijke ellende? Door de nobele intenties oogt kritiek op deze films al snel als horkerige ongevoeligheid. Toch is het hoog tijd om het over de bestaansreden van het sociaal-realisme te hebben. Sinds Cathy Come Home zijn er vijftig jaar voorbij gegaan, waarin het sociaal-realisme steeds meer aan invloed heeft ingeboet.
Dat komt vooral door de televisie. Waar eerder filmmakers ons met de neus op akelige feiten in alle uithoeken van de wereld drukten, doet nu de televisie dat. Geen plek op de wereld blijft onderbelicht. Wie wil kan zich dagelijks voeden met een televisiedieet van sociale ellende.
Of dat verstandig is, is een tweede, want uit onderzoeken blijkt dat mensen die veel naar journaals, nieuwsprogramma's en -reportages op tv kijken een zeer somber wereldbeeld hebben. Dat verbaast niet, want nieuws is per definitie slecht nieuws, dus wie zich aan die stroom laaft, moet wel een eenzijdig, om niet te zeggen verwrongen, wereldbeeld krijgen. Nieuwsverslaafden moeten wel denken dat de wereld er nooit slechter voor heeft gestaan dan nu. Dat dat niet zo is en dat de wereld er in veel opzichten beter voor staat dan ooit, gaat aan hen voorbij, want die kennis is geen tv-nieuws. Welke nieuwsjunk weet dat er ondanks de gruwelen in Syrië nu veel minder mensen door oorlogsgeweld omkomen dan in de jaren vijftig (1,5 dode op honderdduizend wereldbewoners nu tegen 22 toen)?

Gratuite betrokkenheid
Voor de veelkijker van sociaal-realistische films geldt hetzelfde als voor de nieuwsverslaafde tv-kijker: ook hij krijgt een vertekend beeld van de wereld. De overdosis ellende zal ook hem niet onberoerd laten en een somber wereldbeeld aanjagen. Daar valt mee te leven als deze films tot sociale veranderingen zouden leiden, maar dat gebeurt niet. Sociale drama's zetten niet aan tot actie, maar tot machteloosheid. Ze bevestigen het beeld dat de wereld een poel van ellende is, een zinkend schip dat niet meer te redden is.
Je kunt je afvragen waarom wij deze depressiebevorderende films willen zien. Wat drijft ons? Wat zijn onze diepere motieven? Het nobele antwoord is dat wij wereldburgers zijn en ons het lot aantrekken van mensen in ellendige situaties. Prachtig, maar daarbij doemt meteen de vraag op wie er iets aan deze nobelheid heeft. Hebben mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen er iets aan als wij naar een film over hun ellende kijken? De vraag stellen is hem beantwoorden: nee, deze mensen hebben er niets aan. We kijken naar deze films omdat het ons iets oplevert. Voor wat dat is, moeten we bij psychologen aankloppen. Empathie voor filmpersonages in barre situaties geeft een warm menselijk gevoel zonder dat het iets van ons vergt. We kunnen ons opwinden over de misstanden in een film, zonder dat het gevolgen heeft voor ons eigen leven. Het is lui engagement, vergelijkbaar met online-activisme: onderteken een petitie en voel je goed.
Kunstenaar/filmmaker Renzo Martens hekelde deze gratuite betrokkenheid al weer bijna tien jaar geleden met zijn documentaire Episode 3: Enjoy Poverty, die Congolezen aanmoedigt om hun armoede in het Westen te exploiteren. In een interview in De Groene Amsterdammer verwoordde hij het kernachtig. "De emoties die je ervaart bij het kijken naar zulke beelden, daar wordt de wereld niks beter van.
Empathie lost de problemen van die mensen niet op. Je houdt ze er in feite mee op afstand. Medelijden helpt niet."

Oud brood
Medelijden helpt niet, een even droge als ware constatering, die ook filmhistoricus Thomas Elsaesser in deze editie doet in het artikel 'Een cinema van abjectie'. Elsaesser stelt vast dat 'de filmauteur' in crisis verkeert doordat geldschieters en festivals van hem vooral films 'over overheidscorruptie of andere sociale misstanden' verwachten. Het is duidelijk dat hij het over sociaal-realistische films heeft. Hij hekelt het paternalisme en de bevoogdende blik in deze films: wij als kijker voelen ons superieur aan de geportretteerde verschoppelingen, over wie tot niets verplichtend medelijden en empathie uitstrooien.
Er is nog iets. Dat sociaal-realistische films voornamelijk worden bezocht door mensen uit de welopgevoede midden- en bovenklasse, en niet door de mensen waarover zij gaan, is een probleem dat François Truffaut in 1954 al signaleerde in zijn beroemde essay 'Une certaine tendence du cinéma Français'. "Wat is de waarde van een anti-bourgeoisie cinema, gemaakt door de bourgeosie voor de bourgeosie?", vroeg hij zich af. "Het is algemeen bekend dat arbeiders deze cinema niet appreciëren, zelfs niet als hij affiniteit met hen zoekt", voegde hij eraan toe. Dit receptieprobleem heeft de filmwereld nooit weten op te lossen, zodat sociaal-realistische films een hoog-preken-voor-eigen-parochie-gehalte hebben. Dat werd in de jaren zestig en zeventig ook gezien, maar toen dachten velen nog dat die situatie tijdelijk was. De toekomst was aan het sociaal-realisme. Het publiek dat deze films toen zag, zag zichzelf als een voorhoede, die de weg plaveide voor het grote bioscooppubliek.
En als dat grote publiek eenmaal voor deze films was gewonnen, konden sociale veranderingen, ja misschien zelfs een revolutie, niet uitblijven. Het liep anders: het grote publiek bleef zich onderdompelen in vluchtig Hollywoodvertier en meed sociaal-realistische films als beschimmeld oud brood.

Spiegelpaleis
Het is hoog tijd dat de filmwereld beseft dat de houdbaarheidsdatum van het sociaal-realisme is verstreken. Deze films spelen alleen nog een prominente rol op filmfestivals, die ermee bewijzen dat ze de tijdgeest niet begrijpen en in een maatschappelijk vacuüm zijn beland. Het is een gesloten circuit geworden: filmmakers maken sociale drama's die op festivals de hemel in worden geprezen, maar in de samenleving geen enkele invloed hebben.
Het roer moet om. Een grote stap voorwaarts zou alvast het doorbreken zijn van vastgeroeste sociale clichés, met als belangrijkste het reduceren van mensen tot slachtoffers. In de conventionele sociaal-realistische film hebben personages maar één kenmerk: wanhopige vluchteling, rebellerende puber, eenzame huisvrouw, verbitterde werkloze, bureaucratisch slachtoffer, enzovoorts. Wat hen bindt, is dat ze allemaal slachtoffer zijn. Deze films vergeten dat mensen méér zijn dan illustraties van sociale problemen. Alleen in de beste sociaal-realistische drama's, zoals het werk van de Dardennes, vind je dat besef.
Het roer moet om, vindt ook Elsaesser, die een 'cinema van abjectie' als nieuwe richting voorstelt. Hij bedoelt er films mee waarin personages zich niet meer als slachtoffer laten definiëren. Personages 'die noch sympathie vragen, noch empathie toestaan, aangezien we vrijwel niets over ze weten'. Personages die weigeren om 'behandeld te worden als slachtoffers of casestudies, hoe vreemd hun manier van leven ook is en hoe zwaar hun lichamelijke aandoeningen ook zijn.'
Je kunt je afvragen of voor deze films een nieuwe term nodig is, want de voorbeelden die Elsaesser noemt zijn tot op het bot uitgebeende sociale drama's en films die via een fantasievolle omweg iets over de werkelijkheid beweren. Hopelijk is de toekomst aan laatstgenoemde films. Het is tijd voor een cinema die ons niet in ellende onderdompelt en machteloos naar huis stuurt, maar die appelleert aan verbeeldingskracht. Die perspectief biedt. Niet door medelijden te wekken, maar door complexe personages te tonen. En die, het belangrijkste, ons niet buiten schot laat, maar onze denkbeelden, waarheden en opvattingen tegen het licht houdt. Een cinema als een spiegelpaleis, waarin het beeld van personages uiteenvalt in vele reflecties en de werkelijkheid meerduidig is. Een cinema die het mes diep in ons gratuite engagement zet. Die geen warme gevoelens oproept, maar inzicht geeft.
Het sociaal-realisme is dood: laten we opnieuw beginnen.



top