WAAR STAAT HET HUIS VAN MIJN VRIEND?

Scherpe blik op de Iraanse kinderziel

Sommige films sturen je ongewild het verleden in. Het Iraanse Waar staat het huis van mijn vriend? is zo’n film. Handelend over het hedendaagse leven in Iran, ademt de film niettemin de sfeer van de Nederlandse jaren vijftig, de periode waarin het schoolleven een dubbele apartheid kende: niet alleen waren jongens en meisjes streng van elkaar gescheiden, ook konden zij niet in aanraking komen met andere religies en levensbeschouwingen. Van de wieg tot het graf werd de tijd doorgebracht in de eigen zuil. Op straat werden alleen geloofsgenoten gegroet, de anderen waren werktuigen van, of op zijn minst misleid door, de duivel. Intellectuele uitwisseling tussen de zuilen werd niet nodig geacht. Dit geestelijk verstarde klimaat leverde veel nestwarmte, maar weinig Nobelprijswinaars op.

Waar staat het huis van mijn vriend? herinnert in zijn schets van het lagere schoolleven aan de hoogtijdagen van de Nederlandse verzuiling, de periode dat het gezag van de meester (onderwijzer is in dit verband een te modern woord) nog even vanzelfsprekend was als de onderdanigheid van de schoolkinderen. Meesters wil was wet, de spaarzame keren dat kinderen dat anders zagen, werd de gezagsverhouding met harde hand toegelicht.
Het verhaal van de film is even simpel als doeltreffend. Het jongetje Mohammed Reza krijgt in de klas een uitbrander, omdat hij zijn huiswerk niet in zijn schrift, maar op een los velletje papier heeft gemaakt. De volgende keer zal hij van school worden gestuurd, intimideert de meester. Dat moment dreigt snel aan te breken, want zijn schrift wordt per ongeluk door zijn klasgenootje Ahmad mee naar huis genomen. Die bemerkt dat bij thuiskomst. Om Mohammed narigheid te besparen, gaat hij op zoek naar diens huis in het naburige stadje.
Kariger kan een synopsis nauwelijks zijn. Voor Kiarostami is het echter voldoende voor een fraai sociologisch doorkijkje van het Iraanse autoritaire onderwijssysteem en samenleving. In een film die oogt als een documentaire mag de opa van Ahmad het allemaal uitleggen: discipline en slaag zijn belangrijk, daar worden kinderen volwassen van. ("Zakgeld herinner je je later niet, een pak slaag wel.") De relatie tussen volwassenen en kinderen bestaat uitsluitend uit eenrichtingsverkeer, een commandostructuur die veel gelijkenis vertoont met een militaire hiërarchie. Het komt niet in volwassenen op dat zij ook zouden kunnen luisteren naar kinderen.

Gretig
Kiarostami is uitstekend in staat om deze wereld waar te nemen vanuit het standpunt van kinderen. Zijn ruim twintigjarig dienstverband bij het ‘Instituut voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen en jonge volwassenen’ heeft van hem een nauwkeurig registrator van de emoties van de kinderziel gemaakt. Overigens zonder daar al te dramatisch over te doen want goedkoop sentiment gaat Kiarostami uit de weg, een sterk punt van de film. Ook slaagt hij erin kinderen zeer naturel te laten acteren, een teken dat hij op de set vertrouwen weet te wekken.
Op de politieke betekenis van de film moet niet al teveel nadruk worden gelegd. Natuurlijk: zoals in ieder land onthult de inrichting van het onderwijssysteem veel over de structuur van de samenleving. Terloops neemt de film dit aspect mee, het staat echter niet voorop, zoals Kiarostami voortdurend uitlegt in interviews met westerse journalisten, die soms al te gretig in films uit dictatoriaal geregeerde landen een politieke dimensie willen zien.
Het gaat Kiarostami vooral om de positie van kinderen in zijn land. Dat wisten we overigens al sinds vorig jaar toen in Nederland zijn documentaire Homework te zien was. In een opvallende vorm — uitsluitend close-ups — vertelden kinderen daarin over hun toekomstdromen en -wensen. Ook in deze film doemde achter hun verhalen een samenleving op, waarin kinderen nauwelijks aan bod kwamen.
In Nederland gingen de autoritaire verhoudingen in de jaren zestig op de helling. De opvoedkundige relatie tussen ouders en kinderen veranderde van een bevels- in een onderhandelingsmodel. Gevreesd moet worden dat in Iran de pedagogiek van de jaren vijftig nog lang zal voortleven. Ahmad en zijn klasgenootjes zullen niet alleen discipline, maar ook veel geduld moeten hebben.
Voorlopig zal het Kiarostami niet aan inspiratie ontbreken.

Jos van der Burg