The Story of Film: An Odyssey

Midden in de actie

  • Datum 30-08-2012
  • Auteur
  • Gerelateerde Films The Story of Film: An Odyssey
  • Regie
    Mark Cousins
    Te zien vanaf
    01-01-2011
    Land
    Groot-Brittannië
  • Deel dit artikel

Mark Cousins (foto Fabrizio Maltese)

The Story of Film vertelt de filmgeschiedenis als een multidimensionaal monster van dwarsverbanden en kruisbestuivingen, zonder de neus op te halen voor blockbusters als Avatar of Inception.

Het is het jaar van de filmgeschiedenis. Deze zomer maakte het Engelse filmblad Sight & Sound de resultaten van zijn tienjaarlijkse poll onder filmcritici en regisseurs bekend. Dankzij de interactieve database op z’n site gaat het er al lang niet meer om dat Citizen Kane door Vertigo van z’n troon is verstoten. Nog dagelijks verschijnen er berichtjes op Twitter en Facebook van filmvorsers die hebben ontdekt op welke films maar door één iemand is gestemd (bijvoorbeeld Outrage van Ida Lupino, die zo als een van de weinige vrouwen in de lijst terechtkwam, of Eruption volcanique a la Martinique van Géorges Méliès, die filmregisseur Raya Martin meer kon bekoren dan die beroemde maanreis). Of dat de Maleisische regisseur Ho Yuang de enige is die een film van de onlangs overleden Tony Scott in zijn lijstje zette (True Romance). Dat maakt je dan weer benieuwd naar regisseur Ho, en zo nodigt die poll meer dan tot canonvorming vooral tot ontdekken uit.
Maar 2012 is vooral het jaar van de filmgeschiedenis doordat het geweldige epos The Story of Film, een vijftien uur durende reis door de filmgeschiedenis van filmmaker en journalist Mark Cousins, na omzwervingen langs diverse filmfestivals nu eindelijk Nederland bereikt. De film zal zowel integraal als in delen van een uur worden vertoond. Om te beginnen in EYE in Amsterdam en dan in de filmtheaters door het land.

Passie en innovatie
Ontdekken is ook een sleutelwoord in The Story of Film. De film spreekt je aan op je vermogen om betoverd te raken en je te verwonderen. Cousins is een meester in het enthousiasmeren (al zijn er naar verluidt ook mensen die afhaken door zijn sappige Ierse accent). Doordat hij de filmgeschiedenis doorkruist aan de hand van begrippen als passie en innovatie, kun je in een enkel decennium van Duitsland via Japan naar Senegal reizen en ontdekken wat Werner Herzog en de Senegalese regisseur Djibril Diop Mambéty met elkaar gemeen hebben, zonder dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.
Dat is een andere aanpak, dan de gewoonlijke, door Hollywood gedomineerde, chronologische manier waarop de filmgeschiedenis meestal wordt verteld. En Cousins illustreert zijn betoog met beelden van filmmakers die, hoewel ze misschien niet letterlijk door elkaar zijn beïnvloed, door de wonderen van serendipiteit en geestverwantschap wel samen geschiedenis hebben geschreven. Dat begint al met de min of meer gelijktijdige ontdekking van het medium; door de gebroeders Lumière in Frankrijk en door Thomas Edison aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Of nog beter: door in de proloog de filmgeschiedenis niet te laten beginnen in het zolderkamertje van een van die uitvinders, maar middenin de actie, met de openingsbeelden van Saving Private Ryan, die je meteen onderdompelen in wat cinema allemaal kan: verwarren, opzwepen, standpunten innemen die je met je eigen ogen nooit kunt zien.

Outsiders
The Story of Film gaat niet zover als Histoire(s) du cinéma (op 48 in de Sight & Sound-lijst), waarin Jean-Luc Godard nog fenomenologischer te werk gaat, en van de filmgeschiedenis ook zijn persoonlijke geschiedenis maakt. Maar net als Godard vertelt hij de filmgeschiedenis aan de hand van beelden, van bekende beelden, maar vaker aan de hand van onbekende, toevallige beelden. Er zijn helden en meesters, en ontdekkingen. En er is relatief veel aandacht voor de rol van outsiders in de filmgeschiedenis; Cousins rekent af met het idee van dat cinefiele jongensclubje, maar ook met het Americentrisme. Hij reisde, hij filmde, hij interviewde over de hele wereld. Hij sprak over ideeën, en niet over geld (zonder uit het oog te verliezen dat geld deze hele krankzinnige machinerie in beweging houdt). Niemand wordt vergeten, en Cousins haalt ook de neus niet op voor recente fenomenen als Avatar of Inception. En hij is niet bang om van de geschiedenis van de film ook een toekomstdroom te maken. Dit is een geschiedenis die niet nostalgisch is, maar witte bladzijden heeft overgelaten uit respect voor dit levende, bewegende, vreemde monster.

Dana Linssen


Mark Cousins eerder over The Story of Film
‘De landkaart overnieuw tekenen’

"Ik wilde de filmgeschiedenis niet vertellen als een commercieel of een economisch verhaal. Geen geschiedenis van kassuccessen en filmsterren. Toen heb ik gekeken waar ik als filmmaker en filmliefhebber zelf het meeste in geïnteresseerd ben, en dat zijn licht, passie en innovatie; de liefde voor het medium en het vermogen om zichzelf te blijven te ontwikkelen, met verrassende resultaten. En de filmgeschiedenis is behoorlijk op Hollywood gericht. Maar het is net zo goed een geschiedenis van outsiders, vrouwen, joden, zwarten die nu allemaal uit de boekjes zijn weggepoetst. Het is tijd om de landkaart zoals we die van de filmgeschiedenis kennen overnieuw te tekenen. Hij is feitelijk onjuist, vrouwonvriendelijk en racistisch.
"Het is tegenwoordig bijna een politiek standpunt als je je niet overgeeft aan de mainstream cinema. Ik ben niet tegen de mainstream cinema, ik hou van veel van die films. Ik hou van de manier waarop films als Inception en Avatar innovatief zijn in Hollywood. Maar we moeten ons er niet op blindstaren want dat is kortzichtig. De grote innovaties kwamen vaak van mensen uit de marge. Mensen met een visie. Dat moeten we prijzen en ontsluiten voor het grote publiek. Hollywood zorgt wel voor zichzelf."

DL


De reis is ten einde… en dan: waar te beginnen?

Vijftien uur duurt de reis die je met Mark Cousins kunt maken door The Story of Film. En zoals bij elke odyssee is de thuiskomst slechts een begin: voor een nieuwe reis door de filmgeschiedenis. EYE vertoont een selectie van de filmklassiekers die de BBC eerder dit jaar in samenspraak met Cousins uitzond. De Filmkrantredactie koos er vijf uit.

The Goddess | Wu Yongyang | China, 1934
De hoer als heldin

Je zou denken dat Wu Yongyang voor zijn verbluffende debuut The Goddess uit 1934 goed naar Dreyers The Passion of Joan of Arc uit 1928 heeft gekeken. In die tijd zag je zelden films die zo veel rust in het frame brachten en die zo geduldig in close up naar de personages keken. Dreyer deed het en Wu zes jaar later ook.
Maar de Chinees streeft de beroemde Deen op andere punten ver voorbij. Zoals met onverwachte inventieve shots, waaronder halverwege een die de personages van boven bekijkt als ze op straat staan. Of later een close up van onderen op de lippen van de tragische hoofdfiguur, de naamloze prostituee waar de titel naar verwijst.
Alleen al vanwege z’n sobere vorm en afgemeten acteren is de The Goddess een bijzondere film. Maar wat de film pas echt vernieuwend maakte, subversief zelfs, is z’n verhaal. Wu ging tegen alle heersende mores in door een sociaal-realistisch verhaal te maken over een prostituee die haar zoon probeert op te voeden maar die door bijna iedereen wordt verstoten en misbruikt. Een hoer als heldin. Dit was misschien wel de eerste film die een taboe als prostitutie op zo’n humane en realistische manier naar het grote scherm bracht. De filmkunst was er volgens Wu duidelijk niet alleen voor vermaak.

Ronald Rovers

Pather panchali | Satyajit Ray | India, 1955
Van engagement naar nostalgie

"Wat er zo nieuw was, was dat we voor het eerst een écht Indiaas dorp op het doek zagen, met echte in plaats van geïdealiseerde kinderen, en huishoudelijke details: koken, kleren drogen", zo omschrijft Mark Cousins in deel zes van The Story of Film de nieuwe invalshoek die Satyajit Ray’s debuutfilm Pather panchali in 1955 bood aan een internationaal publiek.
Ook in eigen land was de invloed van Pather panchali, een even grootse als bescheiden kroniek van het leven van een stokarme Brahmaanse plattelandsfamilie, groot. De voor een appel en een ei geproduceerde film zette de toon voor de Indiase ‘parallelle cinema’, een sociaal geëngageerd tegenwicht tegen de pracht en praal van Bollywood. Geïnspireerd door het Italiaanse neorealisme van Fietsendieven en het humanistische realisme van Franse filmauteurs als Jean Renoir, maar ook door de al sinds de jaren dertig bestaande Indiase traditie van realistische films, bracht een groep voornamelijk Bengaalse kunstenaars in navolging van Ray een geheel eigen vorm van lyrisch realisme, vol van kritiek tegen het kastesysteem en de armoede in hun land.
Dat zal voor de hedendaagse kijker overigens behoorlijk anders aanvoelen dan destijds. Om te beginnen omdat ons idee van ‘realisme’ nogal veranderd is. ‘Realisme’ is nu: uit de hand gedraaid, beweeglijke beelden, fletse kleuren. Daar steken Ray’s met oog voor detail gekadreerde, lyrisch uitgelichte zwart-wit-beelden tamelijk nostalgisch bij af — zwart-wit is tegenwoordig ‘de kleur van vroeger’, zoals Thomas Leeflang in zijn recente boek Cinema Nostalgia stelt.
Die indruk wordt nog eens versterkt door sociale veranderingen. Pather panchali is een onvervalst modernistische film: de komst van de stoomtrein, het vertrek uit het kleine dorp naar de grote stad; ze worden gepresenteerd als lichtpuntjes in deze simpele, tragische levens. Maar nu loopt het platteland leeg — sinds 2009 woont ruim de helft van de wereldbevolking in een stad, en dat aantal groeit gestaag verder — en wordt met weemoed teruggekeken op de simpele dorpslevens die de mens toen juist zo graag wilde ontvluchten. Maar overeind blijven de betoverende stijl en Ray’s grenzeloze humanisme; zij maken Pather panchali tijdloos, wat er ook om de film heen verandert.

Joost Broeren

Daisies/Madeliefjes | Vera Chytilová | Tsjecho-Slowakije, 1966
Gebroeders Lumière op speed

Is het dan toch waar? Gedijt filmkunst onder repressie? Of was de Tsjechische Nouvelle Vague juist het gevolg van het laten vieren van de communistische teugels? Hoe het ook zij, feit is dat in het begin van de jaren zestig de Tsjechische cinema explodeerde in een spetterend vuurwerk van vrolijk absurdisme en anarchisme. Achter de façade ging het om sociale en politieke kritiek. De uitbarsting van talent bleef niet onopgemerkt. Binnen twee jaar wonnen twee Tsjechische films de Oscar voor beste buitenlandse film: in 1965 The Shop on Main Street (Ján Kádar en Elmar Klos) en in 1967 Closely Watched Trains (Jiri Menzel). Daarnaast kreeg Milos Forman, die na zijn emigratie naar Amerika One Flew Over the Cuckoo’s Nest zou regisseren, Oscarnominaties voor Loves of a Blonde (1966) en The Fireman’s Ball (1968).
De Tsjechische Nouvelle Vague werd aangevoerd door mannen, maar een vrouw maakte de opzienbarendste film. Daisies van Vera Chytilová laat zich met niets vergelijken. Mark Cousins noemt Chytilová in deel acht van The Story of Film de meest innovatieve regisseur van de Tsjechische generatie van de jaren zestig. Daisies omschrijft hij als "de gebroeders Lumière op speed." De antirealistische film, die door de vele kleurfilters, het hink-stap-sprong karakter en het gebruik van allerlei soorten beeldmateriaal oogt als een experimentele film, voert twee tienervriendinnen op, die uit hun observatie dat de wereld slecht is, de conclusie trekken dat zij zich dan ook maar slecht moeten gedragen. Ze leven zich uit in gedrag dat de patriarchale orde volledig ondermijnt. Zo laten ze zich in dure restaurants fêteren door geile oude mannetjes, die hun hoop op seks in rook zien opgaan als ze na het eten worden gedumpt. Ook gaat een van hen verleidelijk uit de kleren voor de ogen van een op haar verliefde pianist, maar verdwijnt ze als hij haar wil aanraken. Als de pianist later wanhopig aan de telefoon hangt, knippen de dames met een schaar worstjes in stukken. Kan het duidelijker?
Het komt tot een climax als de twee meiden in een barokke lege zaal, waar alles klaar staat voor een chique diner, een enorme ravage aanrichten. Al snel vliegen de exquise gerechten in het rond. Aan het einde komen de wildebrassen tot inkeer en willen ze niet meer ‘slecht’ zijn. "Als we goed zijn en hard werken zijn we gelukkig." Knieval voor de communistische autoriteiten of hogere ironie? Nooit was anarchisme vrolijker dan in Daisies.

Jos van der Burg

My Childhood, My Ain Folk en My Way Home | Bill Douglas | Groot-Brittannië, 1972-1978
Droefheid en verzoening


My Way Home

Twee handen om een warme mok. Dit simpele beeld is een van de zeldzame momenten van tederheid in de My Childhood-trilogie van Bill Douglas. De zelden in Nederland vertoonde trilogie, die wordt gezien als een mijlpaal in de Britse cinema, bestaat uit grimmige herinneringen aan het Schotland van Douglas’ jeugd. Somber zijn de drie korte films alleszins: dankzij de uitgebeende zwart-wit shots ontstijgt de trilogie elke platte misère. De benauwdheid die de jonge Jamie voelt als hij zwijgend zijn dagen slijt met zijn vreugdeloze grootmoeder, zien we terug in de kale mise-en-scène en kadrering, die de personages vaak opsluiten in het beeld. Ook de jump cuts laten Jamie en zijn grootmoeder vooral in afzondering van hun omgeving zien. Licht surrealistische momenten zoals die wel eens in verknipte herinneringen kunnen opdoemen, maken van de trilogie een vroeg voorbeeld van poëtisch realisme. Dit is cinema teruggebracht tot de essentie. De weinige dialoog en de statische shots leiden tot gecondenseerde, gefixeerde momenten die doen denken aan Béla Tarr en het vroege regiewerk van Tarrs cameraman Fred Kelemen, die troosteloosheid ook in intense tableaus kunnen vangen. En er loopt een directe lijn naar Lynne Ramsay, landgenoot van Bill Douglas, die in haar Morvern Callar ook elk droef beeld als een geïsoleerde wereld van het doek liet spatten.Terugkerende beeld in Douglas’ trilogie is de rug van de grootmoeder in haar leunstoel, gezien vanuit de ooghoogte van Jamie, die totaal genegeerd wordt. Dan steekt ze haar arm naar hem uit. In deel twaalf The Story of Film noemt Mark Cousins deze korte toenadering een van de grote verzoeningsmomenten uit de filmgeschiedenis. Juist omdat de rest van de film volledig ontdaan is van emoties. Iemands hand om een warme mok leggen wordt zo een grote daad van compassie.

Mariska Graveland

Hyènes | Djibril Diop Mambéty | Senegal, 1992
Van hoer tot bordeelhoudster

Onverwacht actueel is Hyènes, de tweede speelfilm die de Senegalese filmmaker Djibril Diop Mambéty in 1992 maakte, gebaseerd op het toneelstuk Het bezoek van de oude dame (1956) van de Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt. De sociale allegorie over een oude dame die steenrijk geworden terugkeert naar het dorp van haar jeugd en daar wordt opgewacht door een bende hebberige dorpsgenoten die allemaal van haar fortuin willen profiteren, portretteert een samenleving die bereid is voor welvaart z’n idealen en loyaliteiten op te offeren. Of in de woorden van de oude dame zelf: "Het leven heeft mij tot hoer gemaakt, en nu maak ik van de wereld een bordeel.” Kapitalisme in een notendop.
Dat Mambéty nu juist dit toneelstuk voor zijn tweede film uitkoos, is niet zo verwonderlijk. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig veranderden veel Afrikaanse samenlevingen in rap tempo doordat ze in ruil voor steun van het IMF gedwongen werden hun economieën naar westers model te ‘liberaliseren’. Vaak met een enorme schuldenlast tot gevolg. Et voilà, dat is Hyènes in het kort.
Mark Cousins prijst de film in deel tien van The Story of Film om z’n modernisme en legt uit dat de film geïnspireerd werd door het manifest Towards a Third Cinema dat de Argentijnse cineasten Fernando Solanas en Octavio Getino in 1969 publiceerden. Daarin bekritiseerden ze het feit dat de (Hollywood) film een ‘commodity’, een verhandelbaar product geworden was of te zeer gericht op de auteuristische expressie van een enkel individu (Europa). In plaats daarvan stelden ze een ‘derde cinema’ voor, een filmkunst die het publiek politiek opvoedt en tot actie aanzet. Het verklaart de af en toe didactische en recitatieve toon van de film, al zat die ook in het Brechtiaans geïnspireerde toneelstuk van Dürrenmatt. Maar de visionaire mix van magisch-realisme en mythisch drama, die mix van documentaire beelden en Griekse tragedie, die hyena’s die steeds meer door het beeld sluipen en dat kleine geketende aapje dat overal getuige van is, dat alles maakt Hyènes ook een verbazingwekkende kennismaking met een veel te onbekende cinema.

DL


Klassiekerprogramma The Story of Film

September
vr 14, 16.30 Pather panchali
wo 19, 19.00 Pather panchali
za 22, 17.30 Pantserkruiser Potemkin
ma 24, 17 Pantserkruiser Potemkin
za 29, 21.45 Ordet
zo 30, 11 The Goddess (met live-begeleiding)

Oktober
di 2, 19.00 Ordet (klassiekerlezing)
ma 8, 21.00 Daisies
di 9, 21.30 Daisies
vr 12, 16.30 Ordet
za 13, 16.00 Daisies
zo 14, 15.00 Bill Douglas Trilogy
ma 15, 21.00 Bill Douglas Trilogy
di 16, 21.30 Hyènes
do 18, 17.00 Hyènes
za 20, 13.30 The Death of Mr. Lazarescu
ma 22, 21.00 The Death of Mr. Lazarescu

Voor meer informatie en eventuele wijzigingen eyefilm.nl


Op ooghoogte
Kracht-veld

Duizenden films keek Mark Cousins voor The Story of Film. Uit zijn immense archief kiest hij voor de Filmkrant maandelijks een aantal beelden met onverwachte dwarsverbanden.

Kijk maar eens naar dit eerste beeld uit Victor Erice’s El sol del membrillo (Spanje, 1992). Onze ogen gaan van boven naar beneden langs de witte lijn, en langs de contouren van de kweepeer. Ze bewegen zich gemakkelijk door het beeld. Kijk nu eens naar dit tweede plaatje, uit The Guilt of Janet Ames (VS, 1947). Geeft die kadrering je geen ongemakkelijk gevoel? Mij in ieder geval wel. Haar ogen zitten net onder, en links van het midden. Er is teveel ruimte om haar hoofd.
Vergelijk de positie van haar ogen nu eens met die van hem, in dit prachtige shot uit Ivan de verschrikkelijke (Sovjet-Unie, 1944). Dat ziet er toch veel beter uit? Ze zitten in het bovenste gedeelte, en het frame snijdt het hoofd af. Ziet Eisensteins kadrering er in mijn ogen beter uit omdat ze getraind zijn door westerse ideeën over de ‘regel van derden’, waarin het aandachtspunt van een shot op het bovenste kruispunt ligt van de lijnen die een beeld in negen gelijke vlakken verdelen? Deels wel. Maar ik denk dat er nog iets anders aan de hand is. Een afbeelding van een kweepeer heeft geen ogen, dus dan gaat het alleen maar om dat wij kijken. Zodra je ogen introduceert, drukt het beeld uit wat zij zien, in die ellips van ruimte voor en om hen heen.
Ogen in een beeld dwingen ons om naar hun visuele domein te kijken. Het beeld uit The Guilt of Janet lijkt aarzelend, of zelfs ongeïnteresseerd in wat zij ziet. Het is zwak kijken. In het geval van Ivan de verschrikkelijke zakt de camera naar beneden om de ogen van Ivan bovenin het beeld te plaatsen, om ons te laten zien wat er onder hen is, binnen hun bereik.
In dit laatste beeld uit het einde van Irma Vep (Frankrijk, 1996) van Olivier Assayas heeft hij op het beeld van het bedekte hoofd van actrice Maggie Cheung getekend, alsof haar blik een krachtveld is. Dat is het ook natuurlijk, en de compositie van beelden in film wordt door dat krachtveld gevormd.

Mark Cousins

El sol del membrillo

The Guilt of Janet

Ivan de verschrikkelijke

Irma Vep


Lezersaanbieding
Filmkrantlezers gaan met korting naar The Story of Film

De vijftien uur durende documentaire The Story of Film: An Odyssey is een veelgeprezen, ambitieuze, maar zeer toegankelijke reis door de geschiedenis van de film. Regisseur Mark Cousins reisde door zes continenten, elf decennia en duizenden films en sprak met uiteenlopende regisseurs als Stanley Donen, de Coen Brothers, de Indiase filmster Amitabh Bachchan en de Iraanse filmmaker Abbas Kiarostami.
Van 13 tot en met 15 september gaat The Story of Film in EYE in Amsterdam in vijf blokken in premiere in aanwezigheid van regisseur Mark Cousins, die onder leiding van Filmkrantredacteuren in gesprek zal gaan met het publiek.
Filmkrantlezers krijgen in die periode op vertoon van de Filmkrant 2,50 korting per blok (niet in combinatie met andere kortingen).
Vanaf 13 september is The Story of Film in 11 steden in Nederland te zien, en zal daarna nog in meer filmtheaters vertoond worden. Houd hiervoor de website van het filmtheater bij u in de buurt in de gaten*.?

Vanaf maandag 24 september wordt de film in EYE in vijftien delen vertoond, gevolgd door een nabespreking door Filmkrant-hoofdredacteur Dana Linssen. Hiervoor zijn passe-partouts verkrijgbaar, waarin tevens het begeleidende boek van Mark Cousins is inbegrepen. In de maanden september en oktober organiseert EYE eveneens een klassiekerprogramma met films uit The Story of Film.

Voor meer informatie en reserveringen eyefilm.nl

* Amsterdam, EYE, eyefilm.nl | Den Haag, Filmhuis, filmhuisdenhaag.nl | Utrecht, ’t Hoogt, hoogt.nl
Nijmegen, Lux, lux-nijmegen.nl | Leeuwarden, Filmhuis, filminfriesland.nl | Eindhoven, Plaza Futura, plazafutura.nl
Maastricht, Lumiere, lumiere.nl | Den Bosch, Verkadefabriek, verkadefabriek.nl | Breda, Chasse, chasse.nl
Apeldoorn, Gigant, gigant.nl | Hilversum, Filmtheater, filmtheaterhilversum.nlGroningen, Forum Images, forumimages.nl