THE FOUNTAINHEAD

Absurde maquettes dienden absurd doel

  • Datum 22-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films THE FOUNTAINHEAD
  • Regie
    King Vidor
    Te zien vanaf
    01-01-1949
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Architect Roark (Gary Cooper)

The fountainhead werd direct na het verschijnen in 1949 door critici en architecten neergesabeld. De decors, met omhoogzwiepende plafonds, glazen wanden en zwevende trappen, zijn een parodie op de ontwerpen van Frank Lloyd Wright, die ook vijftig jaar later nog een lust voor het oog zijn. In het kader van de Dag van de Architectuur is dit melodrama vol anti-communistische propaganda opnieuw te zien.

Als Dominique Francon, een ijskoude architectuurcritica met de proporties van een afgeslankte Griekse godin, instemt met een huwelijk met de verachtelijke krantenmagnaat Wynand, laat ze zich als een ledenpop omhelzen. Haar ogen wijken uit naar de horizon, waar de skyline van New York haar troost biedt. Want de wolkenkrabbers staan symbool voor de enige man die zij zozeer aanbidt dat ze hem via dit huwelijk ontvlucht: de onverbiddelijke architect Howard Roark.
The fountainhead (1949) van King Vidor is een melodrama van de bovenste plank. Maar dat is niet de reden dat het Haags Filmhuis nu een nieuwe kopie laat zien in het kader van de Dag van de Architectuur. Het beeld van de rechtschapen architect, door Gary Cooper neergezet als één stug brok principe, werd gelijk na het verschijnen van de film door critici en architecten als te belachelijk voor woorden verworpen. De ontwerpen waren een aanfluiting, de rol van de architect als wereldverbeteraar was een karikatuur.
De bestseller ‘The fountainhead’ (1943) van Ayn Rand moet je waarschijnlijk lezen op een ontvankelijke leeftijd, ergens tussen de vijftien en de twintig jaar. "Each man is an end in himself", is een van de bekende uitspraken van de schrijfster — en een fijne basis om de start als volwassene te maken. Of om te getuigen voor het comité van ‘Un-American Activities’, zoals Ayn Rand deed in 1947, in de aanloop naar de Koude Oorlog. De genaturaliseerde Russische schrijfster zag haar leven in Rusland verwoest worden door de Revolutie van 1917, en de strijd tegen het communisme (in ‘The fountainhead’ het ‘collectivisme’ genoemd), werd na haar komst naar de Verenigde Staten haar levenstaak.

Drijfzand
En dus die van Howard Roark, de architect die Rand modelleerde naar Frank Lloyd Wright. Tot aan Roark weten architecten niet beter dan hun gebouwen aan te kleden met klassieke stijlen. Griekse zuilen, Gotische vensters en Romeinse friezen moeten de immense gebouwen die op Manhattan verrijzen het geruststellende aanzicht van het verleden geven. Helemaal liegen doet Rand niet: Frank Lloyd Wright deed inderdaad de historiserende stijlen in de ban en ging uit van de plattegrond. "Form follows function!" roept ook Roarks enige (miskende) leermeester Henry Cameron.
Lloyd Wright was echter niet alleen, maar verkeerde in het goede gezelschap van Le Corbusier, Meyer, Mies van der Rohe en vele anderen, die een vormentaal ontwikkelden voor de nieuwe materialen, de nieuwe eisen, de nieuwe mens; de nieuwe eeuw.
Dergelijke nuances kwamen Rand niet van pas. Háár architect trekt als eenling ten strijd tegen de massa. De decors, met omhoogzwiepende plafonds, glazen wanden en zwevende trappen, onderstrepen in sublieme grijstonen de krachtige individuen die erin rondlopen. Het volk, ‘the mob’, krijg je van King Vidor nauwelijks te zien. Maar het is voortdurend als gevaarlijk drijfzand aanwezig, krioelend in de straten waar de futuristische kantoren op uitkijken.
Zijn spreekbuis is The Banner, een opportunistische krant die hetzes kweekt om de verkoopcijfers op te drijven. Zijn streven is niet op te vallen, aangepast te zijn en ‘gezelligheid’ na te streven. "You know, homey!" kirt een met parels behangen tut die een gebouw van Roark bezoekt en wil omschrijven wat er aan mankeert — en even veracht je, opgehitst door Ayn Rand, de doorsnee en dus domme smaak. Een creatief genie heeft dus het recht om banale wensen te negeren of, zoals Roark uiteindelijk door zijn eigen integriteit gedwongen is te doen, met dynamiet op te blazen.

Krachtpatserij
De regisseur probeerde Frank Lloyd Wright te strikken voor de ontwerpen van Roark’s megalomane gebouwen, maar die was te duur. Dus parodieerden de ontwerpers van Warner zijn gebouwen en dat is een lust voor het oog. Natuurlijk doet het allemaal geen recht aan Lloyd Wright, maar de overdrijving is zo grotesk dat de verontwaardiging van de architecten van destijds nu kinderachtig aandoet. De gebouwen (die nergens de illusie van een model ontstijgen) zijn pure krachtpatserij, die niets dienen behalve Ayn Rands heilige doelen, het Individualisme en het Kapitalisme, te verkondigen.
Eenzelfde doelbewustheid zit in de ronkende volzinnen die de acteurs voor de kiezen krijgen, culminerend in een speech van Roark voor de rechtbank. In de sculpturale jurken van Patricia Neal, en in de aan haat grenzende liefde tussen haar en de bevroren Gary Cooper die het sadomasochisme van het boek dicht benadert. En in de misselijkmakende kruiperigheid van de ander, die alles doet ‘to be loved by the public’.
Ayn Rand’s filosofie, het ‘Objectivisme’, werd door de film eerder achter- dan vooruit geholpen. Het leverde wel een excentrieke vorm van propaganda op, gevat in monumentale beelden; avontuurlijk voor een breder publiek dan smalende architecten alleen.

Sacha Bronwasser