THE BUTCHER BOY

Een Pietje Bell in de hel

  • Datum 07-10-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films THE BUTCHER BOY
  • Regie
    Neil Jordan
    Te zien vanaf
    01-01-1997
    Land
    Verenigde Staten/Ierland
  • Deel dit artikel

Eamonn Owens vertelt indianenverhalen aan Alan Boyle

Na de schokkende moord op peuter James Bulger konden weinig Britten sympathie opbrengen voor de twee jonge daders, die hun puberteit nu in de gevangenis doorbrengen en door de ongekende volkswoede geen enkel toekomstperspectief hebben. In zijn tiende film The butcher boy voert Neil Jordan ook zo’n moordlustig jochie op, maar dankzij ironisch commentaar en krankzinnige visioenen weet het kleine monster de kijker volledig in te pakken.

Gezien het Britse trauma rond de moord op James Bulger en de lokale gewoonte om bij iedere film die ook maar een beetje naar controverse ruikt meteen om een verbod te schreeuwen heeft Neil Jordan geluk gehad. Adrian Lyne’s Lolita, die in Nederland nog altijd geen distributeur heeft, was onlangs inzet van een mislukte verbodscampagne van de censuurlobby, maar over The butcher boy leek niemand te struikelen. Lyne’s film bereikt Groot-Brittannië dan ook op een buitengewoon ongelukkig moment, want met de recente arrestatie van de uitgebluste glamrocker Garry Glitter, die gepakt werd omdat hij kinderporno op zijn ter reparatie aangeboden computer had staan, is pedofilie weer een heet hangijzer en Lolita dus al snel een hele foute film. Dat Jordan’s film de dans ontsprong heeft ongetwijfeld niet alleen te maken met het feit dat de verbodspredikanten al een ander doelwit in het vizier hadden. De regisseur verpakt zijn relaas over een twaalfjarige jongen die een halsmisdaad begaat in een fantasievolle stilering die censuurlobbyisten met een beperkt denkraam gemakkelijk op een dwaalspoor zet: The butcher boy oogt als een kruising tussen een sprookje en een magisch-realistische versie van de avonturen van Pietje Bel.
Dat een dergelijke aanpak bij Jordan in goede handen is bleek eerder al uit The company of wolves (1984) en Interview with the vampire (1994), twee oogstrelende films waarin kinderen ook verkeerde dingen doen. In de eerste koppelt de regisseur Roodkapje aan een fraaie herinterpretatie van de weerwolfmythe, waarbij de heldin er voor kiest zich bij de roedel aan te sluiten, in de tweede, een groots opgezette Hollywoodproduktie, ontpopt een minderjarige vampier zich als het meest bloeddorstige kind uit de horrorfilmgeschiedenis. Met zijn nieuwe film gaat Jordan op de ingeslagen weg verder.

Garage
Vanaf het begin van de in de jaren zestig gesitueerde film dwingt de regisseur het unieke perspectief van zijn held Francie Brady aan de kijker op. Op de geluidsband voorziet Stephen Rea alle handelingen van het ironische commentaar van de volwassen Francie — de film bevat zelfs een scène waarin de jonge en de volwassen Francie een dialoog aangaan. Het geslaagde stijlmiddel is overgenomen uit de gelijknamige roman van co-scenarist Patrick McCabe en maakt meteen duidelijk dat we de wereld geheel door Francie’s ogen zien, later bestaat daar met de komst van een reeks merkwaardige visioenen helemaal geen twijfel meer over.
Zonder het vaak erg komische commentaar zou The butcher boy een loodzware en deprimerende film zijn geworden, want Francie heeft het naar conventionele maatstaven gemeten niet gemakkelijk. Zijn werkloze vader, opnieuw Stephen Rea, zuipt zich iedere dag lam in de dorpskroeg, zijn getergde moeder is lief en begripvol, maar moet regelmatig "voor een onderhoudsbeurt naar de garage", zoals Francie haar bezoek aan een inrichting bij gebrek aan wezenlijk begrip van de situatie omschrijft. Wanneer Francie zelf in een instituut belandt, vergrijpt een priester zich aan hem en zijn enige kameraad laat zich inpalmen door het keurige zoontje van mevrouw Nugent, een stijve trut die het voornaamste doelwit van Francie’s woedeuitbarstingen vormt. Het leven van Francie is dus een aaneenschakeling van rampen, maar zo wordt het niet gepresenteerd.

Doldwaas
De film valt op door het razende tempo, de sprookjesachtige stilering en de manier waarop werkelijkheid en fantasie naadloos in elkaar opgaan, waarbij Jordan zich fraai uitleeft met reli-kitsch (Sinéad O’Connor als de maagd Maria!), atoomexplosies en de pulpcultuur van begin jaren zestig, van horrorfilms en stripboeken tot aan de tv-serie The fugitive. Het gecombineerde effect is dat de ellende het aanzien krijgt van een doldwaas avontuur, waarin Francie’s reacties op zijn omgeving volkomen logisch worden. Cruciaal daarbij is het ronduit verbluffende optreden van de twaalfjarige debutant Eamonn Owens, die de hele film naar zich toetrekt en de kijker medeplichtig maakt aan zijn kattekwaad en de onvermijdelijke moord.
Met The butcher boy neemt Neil Jordan op bewonderenswaardige wijze de grootste horde uit zijn carrière. Hij slaagt er niet alleen in de belevingswereld van kinderen overtuigend weer te geven, hij weet zijn publiek zelfs te verleiden met een monster. Al kon The crying game me gestolen worden, door The company of wolves en Interview with the vampire had ik de regisseur al hoog zitten. Zijn nieuwe film is er een die ongetwijfeld hoog in het eindejaarslijstje zal belanden. Neil Jordan is een hele grote.

Bart van der Put