TEMMINK: THE ULTIMATE FIGHT

De gorgelende gladiator

  • Datum 12-10-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films TEMMINK: THE ULTIMATE FIGHT
  • Regie
    Boris Paval Conen
    Te zien vanaf
    01-01-1998
    Land
    Nederland
  • Deel dit artikel

Gladiator Temmink (Jack Wouterse) kent geen genade

Een paar jaar geleden was Nederland korte tijd in de ban van het zogenaamde kooivechten, een vechtsport waarbij vrijwel alle technieken zijn toegestaan. Staatssecretaris Erica Terpstra sprak van ‘een walgelijk gebeuren’ en verbood de destructieve activiteit. Filmmaker Boris Paval Conen liet zich inspireren door de rel met als resultaat Temmink: The ultimate fight. De film schetst een toekomst waarin vechtersbazen in een glazen kooi elkaar letterlijk op leven en dood bevechten. Een shockerend uitgangspunt, maar heeft Conen er ook iets zinnigs over te melden?

Wie Boris Paval Conen (30) wel eens heeft ontmoet, maakt kennis met een vrolijke jongen die een levendige fantasie heeft. Bij Conen, zo lijkt het, zijn de kinderlijke dromen en niet de nachtmerries intact gebleven. Overdreven? Kent u een filmmaker die op 24-jarige leeftijd een korte film maakte over een kleine jongen die de bootjes in de badkuip in zijn fantasie ziet veranderen in piratenschepen op een woeste zee? (Het kind en het badwater, 1992). Ook Horror vacui, zijn hallucinerende nachtmerrie-achtige eindexamenfilm van de Filmacademie uit 1993, getuigde van een levendige fantasie. De geslaagde film werd door de Nederlandse filmpers bekroond met de Tuschinski Award voor de beste eindexamenproductie.
Het verbaasde niet dat Conen na zijn afstuderen in contact kwam met Robbe De Hert, de Belgische filmmaker die dol is op jongensboeken en spannende avonturen, zoals hij vorig jaar nog eens bewees met zijn ridicule oorlogsfilm Gaston’s war, waarin de oorlog wordt voorgesteld als een simplistisch heldenverhaal. Met De Hert werkte Conen samen aan Elixir d’Anvers, zes korte films over de geschiedenis van Antwerpen, waarin de geschiedenis het volledig aflegt tegen de overspannen fantasie van de makers. Ook de verfilming in 1996 van de theatervoorstelling ‘Noordwesterwals’ van de Dogtroep — een sprookje over goed en kwaad dat half in het IJ werd gespeeld — paste wonderwel bij Conens verbeeldingswereld.
Met deze voorgeschiedenis verbaast het niet dat Conens fantasie bij het woord kooivechten op hol sloeg. Wat appeleert meer aan de fantasie van jongetjes dan spectaculaire vechtpartijen? Conens fantasiewereld is die van zwarte en witte ridders, cowboys en indianen, kromzwaarden en musketiers. Vertaald naar Temmink: The ultimate fight: gladiatoren en meesters, doodsangst en euforie, en niet te vergeten, hoeren en ware liefde.

Arena
Over de kinderlijke fantasie zijn veel films gemaakt, maar vrijwel altijd door filmmakers die met een volwassen, vaak nostalgische kijk op hun kinderjaren terugblikken. Een film gemaakt door een volwassene die nog met een ongefilterde kinderlijke blik door de wereld wandelt, is zeldzaam. Toch is dit precies wat er gebeurt in Temmink: The ultimate fight. Het resultaat is een curieuze film, die in elk geval ijzersterk opent. Een bonk van een man, Temmink geheten (Jack Wouterse die zijn kolossale lichaam weer eens als troefkaart inzet) loopt in een park, waar een rollerskater per ongeluk tegen hem aanbotst. Temmink neemt geen genoegen met excuses, maar beukt de ongelukkige skater morsdood. Noem het ‘zinloos geweld’ in het kwadraat.
Temmink belandt in de gevangenis, maar doet vier jaar later een beroep op de mogelijkheid om zijn langdurige gevangenisstraf te verruilen voor een leven als ‘gladiator’ in ‘de arena’ — een stadion waar onder toejuichen van een uitzinnig publiek twee mannen in een glazen kooi net zo lang op elkaar inbeuken tot een van beiden dood is. Alsof het een voetbalwedstrijd betreft kondigt sportpresentator Toine van Peperstraten ("Goedenavond dames en heren, welkom bij Sportkanaal") zo’n dodelijk gevecht aan, dat van deskundig commentaar wordt voorzien van een studiogast (Victor Löw die de juiste leeghoofdige enthousiaste toon aanslaat). Nogmaals: het is een ijzersterke opening, die de toon zou moeten zetten voor de rest van de film. Er is alleen een klein probleem: wat is die toon?

Ranzig
Temmink: The ultimate fight had een angstaanjagende film moeten worden over een angstaanjagend toekomstbeeld. Wie dat verwacht, komt bedrogen uit, want Conens kinderlijke fantasie staat hinderlijk in de weg. Hij heeft het onderwerp benaderd alsof hij weer een film maakte over een jongetje met plastic piratenscheepjes in een badkuip.
Dus krijgen we heel veel bloederige gevechten voorgeschoteld, waarin benen worden uitgedraaid, hoofden tot moes worden geslagen en strottenhoofden gorgelend worden dichtgeknepen. Met veel aandacht voor gore details brengt Conen deze overdaad in beeld, waarbij hij om de film nog wat ‘lekkerder’ te maken, een peleton hoeren laat opdraven dat na afloop van de gevechten de ‘gladiatoren’ moet bijstaan. En dan is er nog een rode deur die niemand doormag, op straffe van de dood, zo blijkt als zijn rebelse ‘arenamaatje’ door de strenge ‘arenabeheerster’ — Will van Kralingen die door ‘de jongens’ afwisselend ‘kankerhoer’ en ‘tyfushoer’ wordt genoemd — plotseling als lijk wordt aangetroffen. Conen schuwt clichés niet, dus beleeft Temmink ook nog eens een onmogelijke liefde met een hoer.
Temmink: The ultimate fight is het product van een jongensfantasie, die verbeeld in film naar Nergenshuizen leidt. Achter het flinterdunne laagje quasi-filosofisch geleuter over leven en vooral dood, verwoord door de vechtleraar van de ‘gladiatoren’ die om onduidelijke redenen met een Zuidafrikaans accent spreekt, schuilt slechts de oeroude commerciële filmwijsheid dat de combinatie seks en geweld scoort. Daar bestaat een woord voor: ranzig. Conen kan zijn fantasie in zijn volgende film maar weer beter richten op zwarte ridders en plastic piratenscheepjes.

Jos van der Burg