SIMON (Eddy Terstall)

Vriendschap pur sang

  • Datum 20-12-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Simon [Eddy Terstall]
  • Regie
    Eddy Terstall
    Te zien vanaf
    01-01-2004
    Land
    Nederland
  • Deel dit artikel

Simon is de ultieme Eddy Terstall-film. Zijn zevende film, over een onwaarschijnlijke vriendschap tussen een hasj-patser en een tandarts, opent het Nederlands Film Festival.

Autodidact Eddy Terstall was 27 jaar toen hij debuteerde met zijn eerste lowbudget speelfilm (Transit, 1992). Na zijn derde (Hufters en hofdames, 1997), werd hij samen met Robert Jan Westdijk (Zusje, 1995) uitgeroepen tot de nieuwe hoop van de Nederlandse film. Er volgden nog twee lowbudget films (Babylon, 1998 en De boekverfilming, 1999) voor het buitenbeentje opging in het reguliere filmcircuit. Dat gebeurde op het Nederlands Film Festival van 1999, toen ‘zijn’ Nadja Hüpscher een Gouden Kalf kreeg voor haar rol in De boekverfilming en Terstall, 35 jaar oud, werd geëerd met een oeuvreprijs. Dát Terstall binnen acht jaar een oeuvre had opgebouwd, was te danken aan de eigenzinnigheid waarmee hij bijna elk jaar op eigen kracht en met hulp van vrienden een film maakte, praktisch voor niks. Op de erkenning volgde een regulier budget voor Rent-a-friend. Het geld was vooral terug te zien in het camerawerk en de art direction en de film ging op het Filmfestival Rotterdam in première. Maar daarna belandde Terstall net als de rest van het institutionele film(subsidie)wereldje in de rij, tot hij naar poldernormen weer aan de beurt zou zijn voor een lange speelfilm.

Muts
Na vier magere jaren-in-de-wacht, maakt Terstall nu zijn come-back met de ultieme Terstall-film. Waar zijn vorige films maatschappijkritiek, vriendschap en liefde tot onderwerp hadden, laat Terstall met Simon zien dat de meeste van deze drie de vriendschap is: nog nooit pasten werkwijze en thematiek zo naadloos in elkaar.
Waar hij in het verleden nog wel eens te veel in één film wilde stoppen, beperkt Terstall zich in Simon tot zijn basis. Beide hoofdpersonages zijn tot op zekere hoogte alter ego’s van Terstall, die in volksbuurt de Jordaan opgroeide (Simon), maar ook de kak-kant van Amsterdam (Camiel) goed leerde kennen toen hij — net als de dochter van Simon in de film — op het Zuid-Amsterdamse Vossius-college zat.
De gebruikelijke zwarte Terstall-humor grijnst ons al vanaf de eerste scène tegemoet, als hasj-patser Simon verschijnt met een muts met ‘O.K.’ erop, en voor de neus weg meldt dat-ie kanker heeft. De rol wordt met aanstekelijk plezier gespeeld door Cees Geel, die zich daarvoor een even aanstekelijk lachje aanmat. Zijn jeugdvriend Camiel, een homoseksuele tandarts, besluit de banden weer aan te halen met de zieke Simon, die in alles zijn tegendeel is.
Natuurlijk valt er ook wel wat aan te merken op de film: het haarstukje van Camiel (Marcel Hensema) is in de flashbacks naar de jaren ’80 van een Hollandse knulligheid en dat Nadja Hüpscher (1972) de dochter speelt van Cees Geel (1965), roept op zijn minst vraagtekens op over de technische (on)mogelijkheid en dus geloofwaardigheid daarvan. Sommige overgangen zijn zo rücksichtslos dat ze je uit het verhaal halen. Dat de homofiele Camiel zich door een vrouw laat verleiden, is een fantasie die voor zo ver ik weet alleen aan het brein van heteromannen ontspruit. Toch krijgen Terstalls typetjes in Simon meer kans om mens te zijn dan ze ooit in een Terstall-film waren. Wat overblijft, is een warme vriendenfilm die staat als een huis.

Karin Wolfs