SHARA

Dansen in de regen

  • Datum 04-02-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films SHARA
  • Regie
    Naomi Kawase
    Te zien vanaf
    01-01-2003
    Land
    Japan
  • Deel dit artikel

Schokkerig, diffuus en dromerig zijn de beelden in Shara, de tweede film van de Japanse regisseur Naomi Kawase. "Mijn film is als het geheugen, als een droomwereld waarin sommige zaken vaag zijn en anderen helder en eenduidig."

Februari 2004, het Filmfestival Rotterdam. Kawase heeft een zwangere buik, voorzichtige glimlach, en geeft een klein knikje met het hoofd bij binnenkomst. Ze is kort van stof. Shara is net als haar bekroonde debuutfilm Suzaku een verstilde film over verlies en rouw; een thema dat Kawase bezighoudt sinds zij zelf na de scheiding van haar ouders werd geadopteerd door de oudere zus van haar vader. Dat gegeven verwerkte ze in Shara. Een realistische film, maar dat zie je niet terug in de filmstijl. Die is anders dan in het afstandelijker Suzaku. In Shara zijn de beelden schokkerig, diffuus, dromerig.
Naomi Kawase: "We hebben de cameraman veel vrijheid gegeven omdat we ook het publiek vrij wilden laten in de interpretatie. De film gaat over menselijke verlangens. Ik wilde de betekenis niet vastleggen, het gaat om wat het in gang zet. Zo laten we bij de opening in het midden of het een herinnering is, een fantasiebeeld of werkelijkheid hoe de jongen uit het leven van zijn broer en zijn ouders verdwijnt. Feit is dat hij uit hun leven verdwenen is, maar de indruk is dat het iets anders is. Zo werkt het geheugen ook. Als een droomwereld waarin sommige zaken vaag zijn en anderen helder en eenduidig."

Dageraad
Shara maakt na die verdwijning een grote sprong. Vijf jaar later is de moeder hoogzwanger, en wordt het lichaam van de jongen gevonden. Op straat stort een gebouw in. "Dat heeft een symbolische betekenis. Structuren die worden neergehaald en vervangen door iets nieuws."
De climax van Shara schuilt in het zomerfeest in Nara (Kawases echte geboorteplaats). Traditionele Japanse dans in zuiverende regen op straat. Het is een opzwepende dansscène die herinnert aan de climax van Takeshi Kitano’s Zatoichi. "In Japan is er inderdaad sprake van een nieuwe interesse in de traditionele dans en de traditionele feesten. Deze dans drukt het plezier in het scheppen uit."
Aan het slot zwenkt de camera omhoog de wolken in, boven Nara, Kawases eigen geboorteplaats. Een religieuze verbintenis met het geheel? Opgaan in het al? "Dat laatste shot is niet religieus bedoeld maar ik wil wel suggereren dat er daarboven heel andere aanwezigheden zijn dan op de grond. Het lied dat over die spirituele aanwezigheid gezongen wordt tijdens de aftiteling hebben we ook echt bovenop die berg opgenomen. Vlak voor de dageraad als beneden alles heel stil is."
Kawase maakt authentieke Japanse films. Denkt ze dat zij in betekenis toegankelijk zijn voor niet-Japanners? "Ik merk bij bezoeken aan filmfestivals dat mijn films over het algemeen door westerlingen in het buitenland veel beter begrepen worden dan door Japanners in Japan."

Jann Ruyters


Regisseur Naomi Kawase weet van simpele gebeurtenissen, zoals rennende jongetjes, overrompelende cinema te maken. De dingen gebeuren gewoon in Shara. Soms is er geluk, bijvoorbeeld wanneer er een kind geboren wordt. Een andere keer is er een onvermijdelijk afscheid. Geen tromgeroffel, geen aanzwellende violen die het dramatischer maken. Het verdriet is zo ook wel voelbaar.
In het begin van de film hoor je het aanhoudend slaan op een bel, elke keer één slag. Je ziet jongetjes rennen, ze rennen minutenlang achter elkaar aan. Kawase filmt het eerst met een licht schokkerige camera, in slow motion en een beetje overbelicht. Daarna gaat ze over op een ‘normaler’ beeld. Geen bevreemdende belichting, geen vertraging en geen instabiele camera. De achterste jongen doet de voorste precies na. Wat de eerste jongen aanraakt, wordt even later door hem beroerd. En dan is de voorste jongen weg. Zomaar. Verdwenen. Uit de film en uit het leven van de andere jongen, zijn broer blijkt later. Even maakt Kawase dan het beeld zwart. Een paar jaar later komt ze terug bij het achtergebleven gezin, een vader, de zoon en een zwangere moeder (gespeeld door Kawase).
Kawase’s film zou je bijna zonder ondertiteling kunnen volgen. Er zit ook niet zoveel dialoog in de film. De plaatjes vertellen in extreme mate het verhaal. Je ziet een jongen verdwijnen en begrijpt ook zonder tekst wel dat het gezin daardoor ontwricht raakt. Dat maakt Kawase begrijpelijk met een onthechte camera die door huizen zwerft, door steegjes, door straten, soms minuten aaneen. Daarbij schiet ze langs gezichten, draait er wat om heen, blijft misschien even hangen maar laat de personages dan weer achter. Ze wil er niet te veel grip op krijgen, niet te veel in hun emoties wroeten. Juist door die subtiele benadering raak je betrokken bij het gezin. Zo persoonlijk als Kawase zijn weinig regisseurs.
Aan het einde keert de Japanse terug bij het begin van de film. Als de moeder net bevallen is, trekt de camera zich terug, weg van het gezin. Kawase verlaat de personages waar ze zo intens omheen gecirkeld heeft, die zo achterna zijn gehold. Dan laat ze de beginscène nog eens zien. Tot het moment dat de jongetjes gaan rennen. Tot het moment waar de pijn begon. Geen verdriet meer. De cirkel is rond. Kawase’s verhaal is verteld. Op sobere, indrukwekkende en overrompelende wijze.

Gerlinda Heijwegen