RED BEADS

Freud en Sartre in Beijing

  • Datum 11-01-2011
  • Auteur
  • Gerelateerde Films RED BEADS
  • Regie
    He Yi (He Jianjun)
    Te zien vanaf
    01-01-1993
    Land
    China/Hong Kong
  • Deel dit artikel

Twee jonge Chinese regisseurs, Ye Hi en Wang Xioashuai, zijn erin geslaagd een eigen film te maken en te produceren buiten het machtige Chinese Film Bureau om. Red beads en The days, beiden in zwart-wit gedraaid, spelen zich weliswaar af in het huidige China, maar hun thematiek is veel minder politiek geladen dan men zou verwachten.

Het verhaal van Red beads (‘Rode kralen’) is hoofdzakelijk gesitueerd in een aftandse psychiatrische inrichting in Beijing, waar een broeder verliefd raakt op een van de patiënten, Jiyun. Van een repressief ziekenhuisregime (zoals in One flew over the cuckoo’s nest) is geen sprake. Het gaat er ongeveer aan toe zoals in de jaren zestig in het Westen. Hooguit de lobotomie-operatie die bij Jiyun wordt uitgevoerd, om haar van haar nare dromen (over rode kralen) af te helpen, is wat extreem. Voor de rest zijn de Chinese dokters opvallend mild. Tussen de middag krijgt de afdeling een paar uurtjes creatieve therapie.
Een storend element van de film Red beads is het beroerde geluid. De nasynchronisatie is ronduit slecht, wat hinderlijk is bij Chinese films, omdat je dan niet kunt zien wie wat zegt (dat is toch al lastig). Ook de zogenaamde ‘foley’s’, achteraf overgedubte acteergeluiden, kloppen meestal niet. Voetstappen over platgetrapte sneeuw behoren niet te kraken, en papierpropjes ook niet. Dan doen ze hier wel. Heel erg was dit allemaal niet geweest, als de film in zijn geheel tot de verbeelding sprak. Maar Red beads is behoorlijk saai: er gebeurt te weinig en de dialogen zijn zwak.

‘Decadent’
De film The days heeft beduidend meer om het lijf. Deze gefnuikte liefdesgeschiedenis tussen twee jonge kunstenaars in het hedendaagse Beijing overtuigt door het sterke spel en de speelse vormgeving. Wat het spel betreft: de acteurs You Hong en Liu Xiaodong zijn in werkelijkheid ook beeldend kunstenaars. Het enige wat afdoet aan de vormgeving is de vertelstem, die overbodig commentaar levert.
Ook in The days is het geen politiek onrecht dat de geliefden uit elkaar drijft, maar zoiets ‘decadents’ als een identiteitscrisis. Schilder Yu Hong is op een dood punt aangekomen in zijn werk. Hij heeft geen inspiratie meer en het lukt hem niet om zijn schilderijen te verkopen. Ondertussen heeft zijn vriendin plannen om te emigreren naar de Verenigde Staten. Zij blijkt echter zwanger te zijn. Nadat ze besluiten het kind niet te houden, bezoeken ze na jaren weer zijn oude familie, op het Chinese platteland, waar het stel weer iets tot elkaar komt. Maar haar besluit staat vast. De achtergebleven kunstenaar is ontroostbaar.
Vooral de kleine, onnadrukkelijke details die iets vertellen over jonge Chinese intellectuelen in de jaren negentig, maken The days tot een interessante film. De kunstenaars bewonen een kamertje annex atelier in een vervallen gebouw. Overal is lawaai. Elke ochtend stormt een groep gedrilde scholieren langs het gebouw. Binnen staat de radio onophoudelijk nieuwsberichten te tetteren.
Het straatbeeld van Beijing toont behalve veel fietsers sinds de enige tijd ook allerlei reclame-boodschappen. In een scène bij een café laat regisseur Wang Xiaoshuai zelfs uitgebreid een vitrine zien met Remy Martin — uitgerekend een van de meest snobistische consumptie-artikelen. Opvallend in The days is ook het gebruik van de ijle jazz (van Miles Davis) ter ondersteuning van de melancholieke scènes zonder tekst.

Existentialisme
Ook al is er nogal wat verschil in kwaliteit tussen Red beads en The days, de thematiek van beide films maakt duidelijk dat er bij deze generatie Chinese regisseurs (voor het gemak aangeduid als de zesde generatie) een sterke behoefte bestaat om los te komen van het geijkte Chinese filmrepertoire. Geen fraai gefilmde plattelandsdrama’s à la Ju Dou of indirecte afrekeningen met de geschiedenis à la Farewell to my concubine, zelfs geen plaagstootjes in de richting van het paradoxale communisme in de Volksrepubliek.
He en Wang willen filosofische en pyschologische thema’s aansnijden die veel minder plaats- en cultuurgebonden zijn. Het probleem is alleen dat zij op dit terrein een behoorlijke achterstand hebben ten opzichte van het Westen. Waar The days onmiskenbaar sympathie uitstraalt voor het Franse existentialisme uit de jaren zestig en Red beads zinspeelt op Freudiaanse droomduidingen, doet dit bij de westerse toeschouwer gedateerd aan. Desondanks blijft het spannend en leerzaam om te zien hoe Chinese kunstenaars en intellectuelen, met vaak minimale middelen, hun visie geven op de dilemma’s waarvoor de nieuwe tijd hen heeft geplaatst.

Viktor Frölke