PANIC ROOM

Pleinvrees tussen vier muren

  • Datum 17-10-2010
  • Auteur
  • Categorieēn RecensiesGeen categorie
  • Thema
  • Gerelateerde Films PANIC ROOM
  • Regie
    David Fincher
    Te zien vanaf
    01-01-2002
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Een moeder en een dochter worden bedreigd door de meest veilige ruimte die hun huis hen biedt: de hermetisch van de buitenwereld af te sluiten ‘panic room’ van hun statige New-Yorkse huis. David Fincher gelooft in zijn nieuwe film niet meer in veiligheid.

Is David Fincher een filosoof of een filmmaker? Het is een vraag waar je, anderhalf jaar na Fight club, het liefste twee keer ‘ja’ op zou willen antwoorden. Volledig bewust van alle middelen die de filmverleidingskunst hem bood, leverde hij met zijn verfilming van Chuck Palahniuks cultboek een onbarmhartige analyse van de consumptiemaatschappij af. Verlossing, vernietiging en een narratieve Umwertung aller Werte boden de toeschouwer verwarring, herkenning en het verlangen de film zonder oponthoud direct nog een keer te zien. Want ook dan, als het verkeerde been waarop je misschien was gezet, weer netjes in de pas liep, bleef de film memorabel. Het gevoel van verwarring en paranoia bleek van beklemmend in grappig te veranderen.
Angst en paranoia zijn waarschijnlijk betere sleutelwoorden om zijn films te karakteriseren. Het past ook beter bij de bescheidener geformuleerde ambities van Fincher zelf, die ooit vertelde na het zien van Jaws nooit meer in de oceaan te willen zwemmen. Hij is niet geïnteresseerd in films die vermaken, maar in films die angst aanjagen, verklaarde hij meermaals. Fincher "heeft demonen die je je niet eens kunt voorstellen" en angst is een van de hardnekkigste demonen die in de bioscoop moet worden bezworen. Angst voor Hitchcocks monsters onder het bed (Alien 3), of voor je eigen daden (Se7en) of voor de mogelijkheid dat de werkelijkheid niet echt is (The game) en jij niet weet wie je bent (Fight club). Dat levert — in het ene geval meer dan in het andere — spannende thrillers op. En een beetje filosofische (zelf)reflectie.

Naakt
David Finchers nieuwste film gaat ook weer over angst, namelijk de angst voor veiligheid. Dat is niet de angst voor de dood, of voor de gemaskerde aanvaller. Dat is de angst die je huis binnensluipt als je je veilig waant. Als die angst eenmaal heeft toegeslagen sta je naakt en zonder fysieke en morele zekerheden. Die angst voor het leven wordt door de existentialisten dubbelhartig beschreven in de hoop tot een werkelijker en oprechter bestaan te komen.
Panic room (naar een scenario van David — The trigger effect, Stir of echoes — Koepp) heeft een overzichtelijk uitgangspunt, dat de klassieke eenheid van tijd en ruimte huldigt. Bijna in real time en op één locatie, een statig New-Yorks huis, gaan een moeder en haar dochter de strijd aan met drie indringers. Het huis is met camera’s beveiligd en bevat een hermetisch van de buitenwereld afgesloten vluchtruimte (de ‘panic room’ uit de titel). De immuniteit van hun vesting wordt alleen van binnenuit aangetast.
Fincher draaide een aantal scènes van Panic room al een jaar geleden. Toen bleek dat de oorspronkelijk in de hoofdrol gecaste Nicole Kidman bij de opnamen van Moulin Rouge een knieblessure had opgelopen die het onmogelijk maakte de fysiek zware rol (veel rennen en springen) van Meg Altman op zich te nemen, draaide hij afgelopen najaar met opvolgster Jodie Foster de rest. Foster beviel in de tussentijd van haar tweede kind, en behalve problemen met de continuïteit (ze mocht er binnen de paar uur dat de gebeurtenissen in de film duren niet noemenswaardig dikker uitzien) zorgde dit oponthoud nog voor een ander bij-effect. Na 11 september was ook New York niet meer het onneembare bolwerk van weleer, bijna naar analogie van het superbeveiligde huis uit Panic room, een associatie die zich moeilijk bij het kijken naar de film weg laat denken. Eens te meer omdat bekend werd dat Fincher in de tussentijd de Amerikaanse regering in een denktank voedde met gedachten over de gruwelijke natuur van de mens en andere terroristische scenario’s. Net als collega-regisseur Spike — Being Bin Laden — Jonze trouwens.

Laboratorium
Desondanks gaat Panic room niet expliciet over 11 september. De film heeft zelfs een nonchalant maar bestudeerd tijdloos production design. Foster draagt een ouderwets dikgerand hip brilletje, haar puberdochter is een sjacherijnige neo-punkette, de drie schurken een volgens klassiek stramien getekend trio (de goedmoedige met zijn geweten worstelende Forest Whitaker, de agressieve dwingeland Jared Leto en de onberekenbare en nietsontziende Dwight Yoakam). In het lege huis, het is de eerste nacht van de net gescheiden moeder en dochter in hun nieuwe kasteel, is niets wat de aandacht van het daar en dan met verwijzingen naar het hier en nu kan afleiden. Panic room is een psychologisch laboratorium. Het had uit die denktank kunnen voortkomen.
Dat komt Fincher als filmmaker goed uit. Nu kan hij laten zien dat hij, de regisseur, de enige kasteelheer van zijn film is. Hij is de enige die overal kan komen, met behulp van cameraman Darius Khondji (Se7en) die volgens Fincher te veel bezig was met het maken van ‘kunst’ en halverwege de draaiperiode de lens overdroeg aan Conrad Hall jr. Net als in Fight club helpt de computer mee met het creëren van eindeloos lijkende shots waarbij de camera door muren, plafonds, in en uit sleutelgaten, door koffiezetapparaten, langs buizen en leidingen en zelfs midden in een gaswolk de ruimte verkent. Dezelfde dissociatie komt van het sounddesign: het geluid van de spoelbak van de wc kan in het hele huis hoorbaar zijn, terwijl rennende voeten door de immens aandoende ruimte worden gedempt. Het wekt bewondering, maar vaker is het een visueel en auditief trucje, krachtpatserij die er niet echt in slaagt een gevoel van claustrofobie of pleinvrees tussen vier muren op te roepen.
Hetzelfde geldt voor de rol die de beveiligingscamera toebedeeld heeft gekregen. De ‘panic room’ is voorzien van monitoren, vensters op de verschillende kamers in het huis. Met de beperkingen van ruimte en tijd en de relatief eenvoudige plot van het kat-en-muisspel tussen drie indringers en twee mensen die in hun eigen huis gevangen kunnen blijken te zitten, zou je verwachten dat de bewakingscamera’s een grotere rol zouden mogen spelen. Maar net als zijn personages lijkt Fincher zich niet helemaal van hun mogelijkheden bewust te willen zijn.
Het is natuurlijk heel knap hoe hij elk shot minstens twee keer gedraaid heeft, één keer vanuit het gewone perspectief, en één keer vanuit dat van de monitoren, maar academisch vernuft kan de emotie van angst en opgejaagdheid niet volkomen vervangen.

Zwart gat
Fincher zou een ideale regisseur zijn om Mark Z. Danielewski’s ‘The house of leaves’ te verfilmen. De beschrijvingen in dit boek van de organische ruimte, die kan uitvloeien in het oneindige zwart en krimpen waar je bij staat, de geheime en bedrieglijke eigenschappen van oppervlakken, waarbij buiten binnen wordt en de leegte binnenin jezelf de wereld om je heen als een zwart gat kan absorberen, het zijn motieven die ook op Panic room van toepassing zijn. Het huis is een organisme met aders en kamers, met op de begane grond het spijsverteringskanaal, de keuken, en in de ‘panic room’ het brein. De ‘panic room’ is ook een beklemmende baarmoeder, waarin je kunt overleven dankzij voedsel en zuurstof, maar om te leven zul je eruit moeten. Tegelijkertijd maakt Fincher ruimte en afstand onbetrouwbaar. Het feit dat Jodie Foster op de enkele vierkante meters van haar overloop moet rennen voor haar leven met een intensiteit die in de meeste auto-achtervolgingen niet wordt gehaald, kan de toeschouwer best naar adem doen happen. Fincher keert door zijn cameragebruik de gevoelsmatige rollen van ‘binnen’ en ‘buiten’ om, zet ze tegen elkaar op. Met de sfeer en de vakmatigheid van Panic room is het dik in orde.
Maar het is net dat beetje extra, dat aan de film slechts door die buitenfilmische aspecten wordt toegekend. Als de thriller Panic room is afgelopen, begint pas buiten de bioscoop die andere film, die niet uitsluit dat Fincher een filmfilosoof is. Want natuurlijk krijgt Panic room door 11 september een andere betekenis. Natuurlijk is het interessant om je af te vragen wie en wat in deze film de grootste vijanden zijn: de indringers, die eigenlijk nogal onbenullig aan doen, of vermeende onaantastbaarheid die de vrouwen zich denken. In beide gevallen leidt het tot irrationeel gedrag, waarin bovendien een spel met mannelijke en vrouwelijke logica wordt gespeeld. De dochter leert de moeder vloeken om de indringers te intimideren, de mannen denken dat ze de vrouwen kunnen paaien met de belofte van bescherming. Maar die illusionaire hoop is Foster, die haar man in de armen van een andere vrouw aantrof al ontnomen. Vanaf dat moment wordt het een oorlog van allen tegen allen, waarin niemand meer op de wreedheid of redelijkheid van de ander kan rekenen.
Daar raakt Fincher in zijn element. Wie de projecten die Finchers productiemaatschappij Indelible Pictures onder zijn hoede heeft en de films waaraan hij mogelijk als regisseur gekoppeld wordt overziet, mag optellend bij zijn oeuvre concluderen dat er zich in zijn filmkeuze een bepaalde voorliefde voor psychologische en paranoiathrillers aftekent, waarin niets is wat het lijkt. Seared zou de New-Yorkse haute cuisine moeten ontmaskeren (denk aan de scène in Fight club waarin Edward Norton Helena Bonham Carter afraadt vissoep te eten omdat hij precies weet wat erin gaat), de Arthur C. Clarke-verfilming naar een production design van stripkunstenaar Moebius Rendezvous with Rama neemt net als in 2001: a space odyssey de verhouding tussen techniek en organisme onder de loep. De titel Squids verwijst naar een door de marine ontwikkelde techniek om onderzeeboten en mijnen op te sporen, maar die ook in staat is om de elektromagnetische activiteiten in de menselijke hersenen te detecteren. En stripverfilming Hard boiled zou moeten gaan over een verzekeringsagent met onverwachte dubbele existenties.

Stikken
In Panic room is juist té veel té lang precies wat het lijkt. Dat komt enerzijds door de beperkingen die de film zich wat betreft ruimte, tijd, genre en plot oplegt. Beperkingen die belemmerend in plaats van bevrijdend werken. Schoot de film maar eens genadeloos uit de bocht, raakte je als toeschouwer maar niet alleen maar bang, maar ook ontregeld. Leek de film kortom, maar niet zo op Home alone voor volwassenen (iets wat Koepp en Fincher getuige de vele verwijzingen naar acteur Joe Pesci zich beseffen, maar niet thematiseren).
Na een tamelijk traditionele afwikkeling waarin de ‘slachtoffers’ en de ‘schurken’ dankzij wat leentjebuur spelen bij elkaars geweten en slechtheid hun strijd uitspelen, gunt Fincher de toeschouwer opeens een blik op het totaal onthutste gezicht van Foster. Het is begrijpelijk dat de klassieke dramaturgie daarna een scène voorschrijft waarin het leven doorgaat. Maar het is dat gezicht, de neusgaten iets opengesperd, de ogen star en iets ziend wat de toeschouwer zich slechts bij benadering voor kan stellen, dat dan pas diep en vreemd de angst verbeeldt. Als Edvard Munchs geluidloze ‘Schreeuw’, machteloos, krachteloos. Het is het witte doek dat bij de eerste vertoning van Fight club op het Filmfestival Venetië (waar de film zonder eindtitels werd vertoond) voor eeuwig dat subliminale beeld van een gigantische pornopik bleef reflecteren. Where is my mind?
Daarmee gaat Panic room net zoals Fight club over de schijnzekerheden die de egocentrische, op comfort en genot gerichte consumptiemaatschappij ons biedt. Fincher scheurt dat veilige plaatje doormidden en toont de volkomen verwarring die erachter huist. Vluchten kan niet meer, maar wie niet weg is is gezien. Het helpt niet om je adem in te houden, want het grote stikken is begonnen. Dit is verstoppertje zonder verlos. In het voorlaatste beeld van Fight club — de ineenstortende wolkenkrabbers — kon je nog hoop zien. Nu die beelden voorlopig niet meer los te zien zijn van de Twin Towers, rest Fincher niets anders dan Fosters verbijsterde gelaat. Zij heeft zichzelf in de ogen gekeken. Het is goed als genrefilms daarover durven gaan. Het had deze keer een betere film mogen zijn.

Dana Linssen