Makkers staakt uw wild geraas & Alles is liefde

Twee oerHollandse Sinterklaasfilms

Foto Jutka Rona | collectie EYE

Het Sinterklaasfeest lijkt niet erg veranderd als we de klassieker Makkers staakt uw wild geraas vergelijken met Alles is liefde, die het genre ruim vijf jaar geleden weer nieuw leven inblies. Toch is de boodschap van de films totaal verschillend.

Door Renske Derkx

Een Sint die een snoekduik in het water maakt, Zwarte Pieten die met Vespa’s langs massa’s juichende kinderen scheuren en de stoomboot die aanmeert in hoofdstad Amsterdam. Tussen de productie van de films Makkers staakt uw wild geraas (Fons Rademakers, 1960) en Alles is liefde (Joram Lürsen, 2007) zit bijna een halve eeuw, evengoed beginnen de films met dezelfde klassieke beelden van de intocht. De onrust over het Zwarte Pieten-dilemma van het afgelopen jaar is in ieder geval nog nergens te bekennen. Dit is het Sinterklaasfeest waar de voorstanders van de traditie het liefste aan vasthouden. Of toch niet?
In beide films leven verschillende gezinnen toe naar het traditionele ‘heerlijk Hollands avondje’. Daar waar we in Nederland op 5 december gemoedelijk met de familie bijeenkomen, ervaart menig Brit dezelfde sfeer tijdens het kerstfeest. Zo illustreert ook de kerstfilm Love Actually, waar Alles is liefde een bewerking van is. De thematiek is hetzelfde: ieder vergeet z’n problemen voor eventjes, of probeert daar een (tijdelijke) oplossing voor de vinden. Maar Alles is liefde is misschien nog wel meer een erfgenaam van Fons Rademakers’ klassieker.

Nederlandse welvaart
Het zijn beide mozaïekfilms waarin verschillende verhaallijnen en personages met elkaar verweven zijn. Soms hebben ze maar zijdelings met elkaar te maken. Het zijn buren, collega’s, familie of ze komen elkaar slechts ‘toevallig’ tegen. Makkers staakt uw wild geraas was daarin behoorlijk revolutionair: het was één van de eerste mozaïekfilms aller tijden.
Beide films roepen een ‘oud-vaderlandse’, ietwat burgerlijke sfeer op. De setting ondersteunt deze sfeer: alle hoofdpersonages hebben een goede baan (De heer Lomijn uit Makkers staakt uw wild geraas is eigenaar van een chique schoenenzaal, De heer Leegher directeur van een reclamebureau en in Alles is liefde is men begrafenisondernemer, leraar of iets bij de tv) en wonen in luxueuze grachtenpanden (Makkers) of gezellige Amsterdams grachtengordelhuisjes (Liefde). De shots van het winterse Amsterdam geven bijna een sprookjeswereld weer. Het warenhuis De Bijenkorf speelt een sleutelrol in die sprookjeswereld: het is een perfecte illustratie van de Nederlandse welvaart, zowel in de jaren van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog als in het Nederland van voor de huidige economische crisis.

Veranderende tijdsgeest
De films mogen dan een droombeeld presenteren, toch nemen de makers de Sinterklaastraditie ook een beetje op de hak. Kleine details maken de films luchtig en geven Sinterklaas een bijna rebels imago. Zo verschijnen constant Sinterklazen in beeld tussen de scènes door: de goedheiligman springt achterop een tram in Makkers staakt uw wild geraas, hij zit met z’n mantel en mijter vast in een taxideur en schreeuwt in de televisie-uitzending in Alles is Liefde "Goedheiligman, me hol." Sinterklaas wordt in die film ook opgeleukt met theemuts en een biertje in z’n handen. De goedheiligman is misschien niet zo traditioneel meer, maar nog steeds oer-Hollands. Het Sinterklaasfeest was en is, als voorbeeld van burgerlijke gemoedelijkheid, voor regisseurs de perfecte arena om de veranderende tijdsgeest te laten zien.
De thema’s die behandeld worden zijn dan ook niet zo traditioneel, maar juist enigszins controversieel. Vooral Makkers staakt uw wild geraas laat de schrijnende situatie van die tijd doorsijpelen in op het eerste gezicht luchtige thematiek. Zo kiest Ellen Vogel voor een leven als alleenstaande, onafhankelijke vrouw, iets wat niet gebruikelijk was in die tijd. Bovendien was het de eerste keer dat de nozemcultuur in film zo serieus werd genomen en realistisch werd neergezet. De opstandige jeugd was in die tijd een vrij nieuw fenomeen, waar nog weinig films zich aan waagden.
In Alles is liefde kiezen de makers ook voor moderne onderwerpen, maar dan wel op een luchtigere manier: zo spelen Paul de Leeuw en Daan Schuurmans een homostel dat op het punt staat om te trouwen, ook dat was in 2007 (en nu nog steeds, in films) vrij ongewoon. Daarnaast zorgde het introbeeld van een scheldende, springende Sinterklaas (‘godver, godver, kut’) ook voor nogal wat rumoer in de pers. Al werd de film ook verweten voor het multiculturele Nederland van 2007 veel te wit te zijn.

Geen happy end
Ook al krijgt de sinterklaasacteur in Alles is Liefde meteen in de eerste paar minuten een dodelijke hartaanval, toch blijft de boodschap van de film romantisch en ‘lekker gezellig’: "Liefde is net als Sinterklaas, je moet er in geloven, anders blijft er niks van over."
Het verhaal illustreert een tijd van vergevingsgezindheid en samenzijn, die je doorbrengt met familie en geliefden. Iedereen is op zoek naar liefde, alsof het naderende feest een soort amoureuze onrust met zich meebrengt.
Die vergevingsgezindheid en het samenzijn met geliefden zijn ook twee belangrijke factoren in Makkers staakt uw wild geraas. Toch staat de gedachte achter de film haaks op die van Alles is liefde. Rademakers verpakt de onrust van de jaren zestig in zijn film, en die zorgt niet per se voor een happy end. "Rond Sinterklaastijd maakt iedereen goede voornemens en is men geneigd vriendelijk te zijn voor zijn medemens. Op de avond van de vijfde december komt de oplossing van al die problemen. Daarna worden de goede voornemens weer vergeten en gaat het leven gewoon verder." Volgens Rademakers gaan we uiteindelijk, na Sinterklaasavond, allemaal weer verder met oude en nieuwe problemen. Een eenzame Guus Hermus, die zijn vrouw achterlaat en in het donker wegloopt, illustreert dat. En het nozemzoontje van de heer en mevrouw Lomijn mag dan uiteindelijk toch in dronken toestand bij hen thuis belanden op Sinterklaasavond (zijn ze tóch nog samen, als vanouds!), de kijker weet dat het zoontje de volgende dag weer net zo rebels met z’n vrienden zal afgeven op hun burgerlijke ouders. Dat probleem van de nozemjeugd is heus niet zomaar opgelost.