Life (Anton Corbijn)

Het beeld wil maar niet bewegen

  • Datum 16-09-2015
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Life [Anton Corbijn]
  • Regie
    Anton Corbijn
    Te zien vanaf
    01-01-2015
    Land
    Canada/Duitsland/Australië
  • Deel dit artikel

Als fotograaf had Anton Corbijn de grootste beroemdheden voor zijn lens. Logisch dus dat hij geïntrigeerd raakte door het verhaal achter een serie iconische foto’s van James Dean.

Bij agentschap Magnum is maar weinig ruimte voor de artistieke aspiraties van fotograaf Dennis Stock (Robert Pattinson). In plaats daarvan wordt hij in het Hollywood van de jaren vijftig heen en weer gestuurd van premièrefeestje naar rode loper, van kastje naar muur. Tot hij op een van de feestjes stuit op James Dean (Dane Dehaan), die dan net zijn eerste hoofdrol heeft gespeeld. Stock ziet iets in de jonge acteur, en blijft net zo lang zeuren — zowel bij zijn agentschap als bij Dean — tot hij een fotoreeks over de rijzende ster mag maken voor Life Magazine.
‘Moody New Talent’, gaat de reportage heten, gemaakt in de maanden tussen de opnames en de première van East of Eden, op het keerpunt van Deans roem en slechts enkele maanden voor zijn vroegtijdige dood. Inmiddels zijn het iconische beelden: Dean bij de kapper; Dean dronken slapend op een tafeltje in een bar; Dean weggedoken in zijn regenjas op Times Square.
Daar zit een goed deel van het probleem van Anton Corbijns Life: te vaak voelt het alsof er een boodschappenlijstje wordt afgewerkt. Alsof we, terwijl we met Dean en Stock van L.A. naar New York reizen en vervolgens door naar het dorpje in Indiana waar Dean opgroeide, eigenlijk vooral onderweg zijn naar het volgende bekende plaatje. Je ziet hem ook nooit andere foto’s nemen dan degene die het tijdschrift haalden. Ook de tamelijk vlakke filmstijl voegt visueel niets toe. Alsof de regisseur geïntimideerd was door de historische waarde van zijn onderwerp.
Maar een groter probleem is de futloosheid die de film uitstraalt. De energie die de originele foto’s hebben, wordt nergens geëvenaard. Is het oneerlijk om de film langs die lat te leggen? Misschien. Maar Corbijn nodigt die vergelijking uit, niet alleen door de momenten waarop de foto’s genomen worden te benadrukken, maar vooral door de originele foto’s aan het eind van de film te laten zien. Dan wordt pijnlijk duidelijk dat Dehaan niet het charisma van Dean heeft, zeker afgezet tegen Pattinson.
Dat gebrek aan energie is aan het begin van de film nog op zijn plaats: zowel Dean als Stock voelen zich gevangen in de Hollywood-­molen. Maar ook als ze daar in New York en vooral Indiana uit losbreken, komt de film (pardon the pun) niet tot leven. Die wat slome vertelstijl tekende ook Corbijns eerdere films, maar daarin was er steeds een andere bron van energie om dat te vereffenen: zijn eigenzinnige beeldkeuzes; de biografische bravoure in Control; de thrillerelementen in The American en A Most Wanted Man. In Life wordt juist die sprankeling erg gemist.

Joost Broeren