LE JOURNAL D’UNE FEMME DE CHAMBRE

Buñuel in de zomer: De pastoor hoort in een dwangbuis

International Art Film brengt in de maanden juni, juli en augustus respectievelijk Le journal d’une femme de chambre, La voie lactée en Belle de jour opnieuw uit. Drie films van de oudere Buñuel, waarin hij zijn stokpaardjes nogmaals berijdt. "Ik ben tegen een conventionele moraal, tegen traditionalistische hersenschimmen, tegen sentimentaliteit en alle moralistische onzindelijkheid die door de sentimentaliteit in onze samenleving is overgebracht…". Ze krijgen er stevig van langs, de burgers. Oorvijgen die zo smakelijk worden opgediend, dat ze eigenlijk iets hebben van een komische zelfkastijding van de meester zelf, de afvallige bourgeois Buñuel.

Luis groeide op in het zuidelijke, oer-Spaanse Toledo als zoon van een wapenhandelaar die goed geld in Cuba had verdiend. Tijdens de studie in Madrid ontmoette Luis de schilder Dali en de dichter Lorca en koos al snel voor de kunst in plaats van een carrière als ingenieur. Hij reisde veel, kreeg door zijn afkomst overal semi-diplomatieke baantjes en had zo voldoende de wind mee om aan zijn eerste films te kunnen werken. In Parijs kwamen hij en Dali in de ban de surrealistische beweging van André Breton. Deze keerde zich tegen alle christelijke en burgerlijke schijnheiligheid en wilde die vernietigen door de kracht van het onderbewustzijn. Niet de wetenschappelijke analyse van Freud, maar het irrationele experiment moest daar zorg voor dragen. Buñuel beschouwde het nieuwe medium film als het middel bij uitstek om het onbestaanbare aanschouwelijk te maken. Net zoals de goochelaar Meliès zijn dromen door het celluloid verwezenlijkt zag, zo roerde hij verschillende ingrediënten in de hoge hoed door elkaar et voilà, een nieuwe werkelijkheid was een feit.

De onderdrukking van het lichaam
Omdat Buñuel een eigen verhaal te vertellen had, verliet hij al snel het surrealistische keurslijf zonder de beginselen ooit helemaal te verloochenen. Hij had zijn eigen programma van afrekening. Het Spaanse katholicisme waarmee hij was grootgebracht stond bol van het geweld tegen de lustbevrediging. Een gelovige moest eigenlijk van alle lust afzien. Le journal d’ une femme de chambre gaat daar voor een belangrijk deel over. Jeanne Moreau speelt het Parijse kamermeisje dat in de provincie belandt. De welgestelde Normandische familie bij wie ze in dienst treedt, bestaat uit louter seksueel gefrustreerden. Het reeds aanwezige personeel is of slaafs of verklikker. Terloops laat Buñuel zien dat politiek links en rechts aan dezelfde feodale boezem is gezoogd. Het kamermeisje is een buitenstaander, een onbewogen observator. Door de mannen begeerd, door de vrouwen als te onafhankelijk op een afstand gehouden. Ze kan en wil niet voor de slachtoffers of voor de daders kiezen en besluit tenslotte tot de meest comfortabele oplossing, een huwelijk met de niet onbemiddelde buurman.

De zes mysteries
La voie lactée is oorspronkelijk bedoeld als documentaire over alle mogelijke ketterijen. Twee bedevaartgangers gaan op weg langs de middeleeuwse bedevaartroute naar Santiago de Compostela. Onderweg belanden zij op allerlei ketterse zijpaden, die in hun afwijzing even fanatiek zijn als de hoofdweg. Twee apostelen die dwars door de tijd reizen en net als het kamermeisje observeren zonder partij te kiezen. Er gebeuren van allerlei ‘wonderen’ die door Buñuel zo lullig-goochelachtig in beeld zijn gebracht dat ze tegelijk verbazen en in de lach doen schieten. Het is ook verre van wat je een documentaire zou kunnen noemen, elke rationele uitleg en dus ook elk symbolisme wordt afgekapt. Wel komen de zes geloofsdogma’s (drieëenheid, eucharistie, onbevlekte ontvangenis, enzovoort) successievelijk aan bod. Dit gebeurt bijvoorbeeld door middel van idiote borrelpraat tussen een pastoor, een politie-agent en een café-houder, waarbij de eerste door broeders in een dwangbuis wordt afgevoerd, nadat hij zichzelf heeft tegengesproken. Alles gebeurt zo plompverloren zonder technische hoogstandjes, dat er eigenlijk nauwelijks sprake is van pointe. Maar niemand gaat de deur uit zonder op z’n minst één keer van zijn stoel te vallen. De twee bedevaartgangers halen het einddoel niet, zoals hen al in het begin van de film is voorspeld. Met de resten van de heilige Jacob in het zicht geven ze hun laatste geld uit aan een bermhoer.

De plaats van de vrouw
Belle de jour is de bekendste van de drie, omdat deze film mede een belangrijk onderdeel uitmaakt van het oeuvre van Catherine Deneuve. Buñuel zet hierin zijn visie op de vrouw uiteen. Deze is eigenlijk immoreel en dit is in zijn anarchistische kijk op de wereld prijzenswaardig. Ze staat dichter bij de natuur en volgt de stem van haar onderbewustzijn.
Zonder scrupules bedriegt Séverine haar in-goede man door de zelfkant te zoeken. Een keurige dame die van twee tot vijf de hoer speelt en blijft hangen aan een onuitstaanbaar stuk vreten dat bijna het einde van haar veilige bestaan bewerkstelligt. De seksualiteit als het mechanisme waarmee alles aan flarden kan worden geschoten. Buñuel licht een tipje van de sluier op, maar vindt het vooral leuk een beetje te plagen.

Eddy van der Meer