JARHEAD

Fuck politics

  • Datum 02-12-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films JARHEAD
  • Regie
    Sam Mendes
    Te zien vanaf
    01-01-2005
    Land
    Duitsland/Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Wie denkt dat Jarhead een te romantisch beeld schetst van oorlog moet nog maar eens een keer gaan kijken en dan alert blijven.

Jarhead is geen oorlogsfilm en misschien de beste oorlogsfilm die ik ooit zag. "Fuck politics. We’re here. All the rest is bullshit", zegt een van de mariniers nadat ze in Koeweit zijn geland. Iemand anders beweert dat ze er alleen maar zijn om de olie van rijke olieboeren te beschermen.
‘Fuck politics’? Ja en nee. Elke militair is per definitie een speelbal van zijn politieke opdrachtgevers maar elke militair in een gevecht, vecht in de eerste plaats voor zichzelf en is in de eerste plaats bang om zelf te sterven, geromantiseerd heldendom ten spijt. Dus in die zin inderdaad: ‘fuck politics’.
Dat is precies wat Sam Mendes, die eerder American beauty regisseerde, ons probeert te vertellen met Jarhead: ze zijn alleen in de woestijn, wat doen ze daar? De film is gebaseerd op de memoires van Anthony Swofford, een marinier die in de eerste Golfoorlog vocht.

De vreemdeling
De film begint à la Full metal jacket in een militair trainingskamp waar Swoff (Jake Gyllenhaal) al snel ontdekt dat dit toch niet helemaal het leven is dat hij zocht. "Wat doe je hier?" wil een van zijn officieren weten. "I got lost on the way to college. Sir", is het antwoord. En de militaire discipline gebiedt de officier dan om Swoffs hoofd naturellement tegen het schoolbord kapot te slaan.
Swoff krijgt Troy (Peter Sarsgaard) als zijn partner toegewezen en langzaam ontstaat een band tussen de twee. Niet een hele hechte band, blijkt als ze in Koeweit zijn geland voor operatie Desert Shield want Troy verliest zichzelf. Langzaam. Iedereen eigenlijk. Het enige wat ze daar doen is oefenen, masturberen, drinken, kotsen, babbelen, masturberen, oefenen, sporten in 45 graden Celsius, journalisten ontvangen en niet mogen vertellen dat ze gek worden, oefenen, kotsen en masturberen. En er is een ‘wall of shame’ met foto’s van vrouwen en vriendinnen die geen zin meer hadden om te wachten op hun soldaatje en er maar met een ander vandoor gingen.
Soms knalt Mendes het neonlicht ‘dit is een belangrijk symbool’ aan en dat had niet gehoeven. Bijvoorbeeld wanneer Swofford met darmproblemen op de wc ‘De vreemdeling’ van Camus leest. De hele film ademt existentiële crisis en doelloosheid en zinloosheid. Niemand weet waarom hij dit doet. Dus Camus had in de boekenkast mogen blijven.
Maar dat is dus wel waar de film om draait: de leegte, het gebrek aan een vijand, de menselijke behoefte aan een doel en de gekte die binnensluipt als dat doel niet zichtbaar wordt.

Valse beloften
Jarhead is een film over valse beloften, net als American beauty. Aan de oppervlakte tenminste. Want waar Lester Burnham in American beauty uiteindelijk de schoonheid en de waarde van alle kleine, schijnbaar onbelangrijke gebeurtenissen gaat zien, blijven de mariniers achter in een emotioneel vacuüm: ‘welcome to the suck’, heet het in de film. Oorlog is een domein van superlatieven, niet van de menselijke maat, zoals een gezinsleven dat wel is, of kan zijn. De schoonheid van oorlog bestaat alleen in de hoofden van idioten, er is echt niets moois van te maken. Misschien dat een clubje jaargenoten in Washington de Amerikaanse aanval op Irak nog als Amerikaanse schoonheid probeerde te verkopen, voor voetsoldaten moet al snel duidelijk zijn geworden dat het om een zak lucht ging.
Misschien is ‘fuck politics’ wel de reden dat de regisseur zich niet rigide aan Swoffords boek vasthield. Het ging Mendes nadrukkelijk niet om het grote verhaal, maar om de duizenden zandkorrels, de losse verhalen van individuele soldaten. Jarhead is de enige oorlogsfilm die ik ken die zijn hele verhaal vertelt via de persoonlijke beleving van een militair. Of van een paar militairen dan. Niks geen grote scènes met bulderende kanonnen. De enige echte verschrikking zien we in stilte: verkoolde lijken die zo snel door het vuur zijn verrast dat ze nog achter het stuur van hun jeeps zitten en zo mogelijk nog minder dan de militairen weten wat er eigenlijk aan de hand is.
Moet de film dan niet vertellen dat oorlog slecht is en dat een Amerikaanse ‘imperialistische’ oorlog nog slechter is? Nee, helemaal niet. Ik wil zien hoe een militair die oorlog beleeft. En oorlog bestaat, net als veel andere dingen, voor een groot deel uit wachten. Wachten op iets dat komt, of niet komt. En wachten onder hoogspanning maakt mensen nou eenmaal gek. En dat gebeurt met iedere militair in Jarhead in meer of mindere mate. De film is dus meer een karakterstudie naar mensen onder extreme omstandigheden dan een film over de Golfoorlog.

Oorlogsporno
Een aantal shots in de woestijn is inderdaad even sexy als sommige videoclips van popbands, maar het gaat te ver om te beweren dat ze oorlog verheerlijken, zoals hier en daar te horen is. Waarom? Omdat ze niet het kader van de film vormen: we weten heel goed dat we niet naar een videoclip kijken maar naar de desillusies en verlatenheid van een groepje mariniers. En dat besef verdwijnt echt niet als we een vette beat langs horen komen. Ze schreven zich in om uiteenlopende redenen maar ze willen zich allemaal uitschrijven om dezelfde reden. En die reden wordt in Jarhead zonder veel poeha duidelijk gemaakt.
"Waarom hebben we onze eigen muziek niet", vraagt een van de militairen ergens in Jarhead als Wagners Walküre-klanken uit de speakers knallen bij een vertoning van Apocalypse now. Tja. Zoals Heddy Honigmann een paar jaar terug in de documentaire Crazy liet zien, hebben militairen meestal wel eigen muziek bij zich en raakt die muziek langzaam onlosmakelijk verbonden met de oorlog waar ze zich in bevinden. Zoals Wagner voor filmliefhebbers niet meer is los te denken van die scènes in Apocalypse now.
Maar Mendes liet die herkenbare muziek achterwege. Opnieuw, denk ik, omdat juist die overdaad een vorm van oorlogspropaganda is, ook al is die overdaad ironisch bedoeld. Juist dát is oorlogsporno en niet de ideologische leegte van Jarhead, zoals een enkele Amerikaanse criticus beweert. Alleen een nihilistische film kan iets reëels over oorlog vertellen. In oorlog is alle inhoud porno.
Aan het eind van de film heeft Swoff zijn geweer niet één keer gebruikt maar het is toch voor altijd vergroeid met zijn lichaam, vertelt hij. Of hij nou plantjes plant of baby’s vasthoudt of zijn vrouw kust. En dat is oorlog, mocht je die overleven.

Ronald Rovers