HYPE!

Muziek maken omdat het regent

  • Datum 30-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films HYPE!
  • Regie
    Doug Pray
    Te zien vanaf
    01-01-1996
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Ze heten Butt Sweat, The Supersuckers of 7 Year Bitch. Hun fans hebben een geblokt shirt om hun gat geknoopt en laten zich tijdens concerten over de hoofden van de anderen horizontaal naar de uitgang verplaatsen. En ze moeten vooral hard spelen. Dat hoort bij de grunge, de muziekstijl uit Seattle, Washington die onderwerp is van de documentaire Hype!. ‘Seattle’ is hoogmode geworden, met alle bijwerkingen van dien.

Stad Groningen was tot zo’n vijftien jaar geleden vaste leverancier van muziektalent aan de vaderlandse popscene. Zo begon Herman Brood daar zijn carrière. Dit was vooral te danken aan de plaatselijke politieverordening, die voorschreef dat café’s alleen tot diep in de nacht geopend mochten blijven, als zij live muziek brachten. De stad Seattle, in het uiterste noordwesten van de Verenigde Staten, vervult eenzelfde functie van kweekvijver. Er spelen momenteel meer dan duizend bands. Dat de subcultuur van musiceren hier zo’n vruchtbare bodem vond, heeft eveneens een simpele reden: het weer is er dermate guur, dat de jeugd liever binnen blijft — om in de garage te oefenen. Vandaar de naam ‘garage rock’, ook wel ‘noise’ of ‘grunge’.
Hype! van Doug Pray introduceert meteen de sociale omstandigheden van de stad en haar bewoners, en laat die draad niet meer los. Dit is een ‘rockumentary’ waarin de meeste tijd niet wordt besteed aan het registreren van concertopnamen, maar aan het schetsen van een compleet portret van een fenomeen. Dit kreeg de hele muziekwereld, en daarna ook de mode in zijn greep. In de duizelingwekkende vaart die we van MTV gewend zijn, schiet een serie betrokkenen aan ons oog voorbij, soms met maar één zinnetje. Samen vertellen de ‘talking heads’ van de popfotograaf, de grafisch vormgever, de platenproducenten, de lokale muziekrecensente en de muzikanten-van-het-eerste-uur dat Seattle een oerconservatieve plaats is, met de meeste seriemoordenaars en UFO-waarnemingen van Amerika, waar iedereen zich verveelt, drinkt, gek wordt en zich op het podium stort. Dit is de regio van populaire tv-series als Northern exposure en Twin Peaks: het natuurschoon trekt hordes mensen, maar de bewoners zelf kunnen nergens heen, zoals iemand gelaten opmerkt.

Rokerige beeldflitsen
Waarom de grunge zo extreem klinkt, volgt uit deze omstandigheden. Met ingehouden ironie laat Pray eerst allerlei bandleden verklaren dat deze muziek niet stom is, maar wel dommig. "We’re no losers", zegt iemand van de groep Mudhoney, alsof hij zichzelf moet overtuigen. De omvangrijke Van Connor van Screaming Trees herinnert zich dat zíj de jongens waren die op school altijd in elkaar werden geslagen ("We were the nerds, goddammit"). Als reactie maakten de bandjes muziek die zo belachelijk — The Melvins begonnen met het spelen van covers van Kiss — en zo luid mogelijk was: "Basically music your parents don’t like". In één song zaten niet meer dan drie akkoorden. Kleurige, rokerige beeldflitsen tonen intussen hoe een slagwerker met drumstel en al de zaal inrolt.
Volgens platenproducent Jack Endino, ‘the godfather of grunge’, heeft deze houding in de jaren tachtig het klimaat geschapen dat muzikanten naar Seattle lokte. Hier brachten bands geen show op het toneel, maar gewoon de rock die ze leuk vonden. Voor het uitbrengen van een plaat was slechts een microfoon, magneetband en eventueel wat slechte akoestiek nodig. De eerste single van Soundgarden, ‘Nothing to say’, klonk toen verbazingwekkend heavy.

Geruite shirts
Na telkens een stuk gefilmd optreden, van zo’n 35 groepen in totaal, bespreekt Pray een volgend hoofdstuk van het verschijnsel Seattle. Het succes van de grunge wordt gevolgd door de commercialisering. Het label Sub Pop gaat, tegen de heersende trend in, systematisch hits produceren naar het voorbeeld van Motown. ‘Seattle’ wordt een eigen stijl die tot enorme proporties is opgehypt. Hype! laat het vervlakkende effect van de media-aandacht zien. Door de internationale pers een underground-identiteit aangemeten, wordt de muziek op televisie geparodieerd in ‘Saturday Night Live’, maakt Jerry Maguire-regisseur Cameron Crowe de film Singles (1992) en verzint Dickless-zangeres Megan Jasper een eigen grunge-taalgebruik. Terwijl in de staat Washington alleen houthakkers flanel en lange onderbroeken dragen — gewoon omdat het er zo koud is.
Zo wordt de nog jonge mythe ontzenuwd. De meeste bands bevalt het achteraf maar matig om ‘mainstream’ te zijn geworden. Ze moeten hun smaak ineens met iedereen delen en meedraaien in het popcircus van interviews en fotosessies. Zanger-gitarist Eddie Vedder van Pearl Jam noteert, enigszins berustend, dat de roem je jouw eigen leven ontneemt. Pray gebruikt dit als aanleiding om even de dood van Kurt Cobain (Nirvana) aan te kaarten. Dat overtuigt niet: heroïnegebruik, nihilisme en suïcide vallen niet louter als prijskaartje van het succes te bestempelen. Maar de documentairemaker pakt de sociale draad weer goed op door beelden te tonen van een desolaat, kaalgeslagen Seattle, terwijl Eddie Vedder opmerkt dat het tragisch zou zijn als de stad geen voordeel weet te slepen uit de voorliggende kansen.

Kees Hogenbirk