Hugo

'Uit dromenstof zijn wij gemaakt'

  • Datum 26-01-2012
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Hugo
  • Regie
    Martin Scorsese
    Te zien vanaf
    01-01-2011
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Martin Scorsese bracht met zijn kinderboekverfilming De uitvinding van Hugo Cabret een liefdevolle ode aan Georges Méliès en het dromenstof waaruit cinema ontstaat.

Eigenlijk zijn wij allemaal een beetje Hugo. Hugo Cabret. Het jongetje dat achter de klok woont van het Gare Montparnasse in Parijs. Het jongetje dat werd bedacht door schrijver en illustrator Brian Selznick in De uitvinding van Hugo Cabret, een boek dat geen boek is maar een inventieve mix van tekst en beeld en dat via close-ups en zooms als een uit de kluiten gewassen flipboekje op elke pagina cinema ademt.
Hugo bekijkt de wereld door de luchtroosters en de kieren in de muren en door schijn-bedriegt-glas-in-lood-raampjes en de cijfers van de klok. Hij heeft het speciaal gemunt op de norse kioskhouder aan de overkant. Want als die even niet oplet kan Hugo bij hem precies de schroefjes en moertjes uit de opwindmuizen en andere blikken speeltjes pikken die hij nodig heeft om de automaton te repareren, de zelf-schrijvende-opwindrobot die zijn vader hem heeft nagelaten. Die speelgoedverkoper blijkt filmpionier, goochelaar en beeldentovenaar Georges Méliès (1861-1938), die nadat hij de cinema gedesillusioneerd vaarwel had gezegd inderdaad in een snoep- en prullenwinkeltje zijn nadagen heeft gesleten.
Zo lopen filmgeschiedenis en narratieve verdichting door elkaar en het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe Martin Scorsese, die sinds zijn documentaires A Personal Journey with Martin Scorsese Through American Cinema (1995) en Il mio viaggio in Italia (1999) ieders favoriete filmgeschiedenisleraar is, in dat verhaal geïnteresseerd is geraakt. Als een hedendaagse Méliès paste hij 3D toe om filmdromen te materialiseren, en tegelijkertijd een grootse hommage te brengen aan de begindagen van de cinema.

Klokkenscène
En wij zijn Hugo. Net als Scorsese zelf. De filmmaker die de wereld bespiedt. En wij gluren met hem mee door die luikjes en doorkijkjes en zien hoe 3D de wereld achter het filmdoek en in Hugo’s (en onze) dromen tot leven brengt. Hij — en wij — zijn toeschouwer en regisseur tegelijkertijd. Monterend met onze ogen. En het roept natuurlijk ook Scorseses eigen jeugd in de herinnering, als astmatisch kind dat de wereld vanuit zijn slaapkamerraam, het eerste frame, leerde zien. Wat begint als een beetje standaard, stijve kinderavonturenfilm — er is wel erg veel goud en blauw in Hugo’s ogen en het lamplicht waaronder hij aan zijn apparaatjes knutselt — wordt zo een grandioze reis door de raderen van tijd en geschiedenis, waarin klassieke filmiconen als Douglas Fairbanks, Charlie Chaplin, Buster Keaton en Harold Lloyd in zijn beroemde klokkenscène tot leven komen. Een pleidooi voor kijken. Ook weer naar al die klassiekers.
Op een elegante manier smeedt Scorsese het hele modernistische technisch-industriële universum van klokken, treinen, mechanisch speelgoed en dan die eerste filmprojectoren aan elkaar. De film is zijn eigen automaton, zijn zelfscheppende machine. De vondst van Selznick om het station — toch eigenlijk het domein van de Lumières met hun eerste film L’arrivée d’un train en gare de la Ciotat, 1895 — als centrale locatie te kiezen werkt in de film zo mogelijk nog beter dan in het boek. De aloude strijd tussen de ‘documentaristen’ in de voetsporen van de gebroeders Lumière en de ‘fantasten’ in de traditie van Méliès wordt er voor eens en altijd mee beslecht.
Om film te kunnen maken heb je sowieso verbeeldingskracht nodig, of het nu is om de werkelijkheid te betrappen of om haar te verzinnen, zoals Méliès deed. Bovendien hoe vergezocht waren zijn door Jules Verne geïnspireerde verhalen nu helemaal? Er dansen dan wel geen Selenieten op de maan, de insectachtige aliens die Méliès bedacht voor zijn beroemdste film Le voyage dans la lune (1902), maar er cirkelt inmiddels wel een Nederlands astronaut rond de aarde.

Illusionist
Hugo is een van de sleutelfilms van het Filmfestival Rotterdam, ingebed in een programma met Méliès-restauraties en een documentaire van Serge Bromberg over het restauratieproces van Le voyage dans la lune. Het is een geschenk voor het festival dat het op deze manier aandacht kan besteden aan een filmgeschiedenis die techniek en fantasie aan elkaar knoopt. Zoveel verschil is er immers niet tussen de uitvindingen van illusionist Méliès (montage, fade-in’s en fade-out’s, de dissolve’s die beelden over elkaar konden laten zien) en de manier waarop de huidige generatie 3D-tovenaars het medium vernieuwen. Maar zover staat dat alles ook niet af van veel kleinschaliger experimentalisten. De echte durf schuilt er dus in om via Hugo al die korte en marginale films eens te gaan bekijken.
Naast de klok als metafoor voor het modernisme is de Méliès-maan het andere grote symbool uit de film. Techniek versus poëzie. De maan om van te dromen. De maan die alles met zijn grimlachende grijns gadeslaat. De maan boven de stad van waaruit dromenstof naar beneden dwarrelt. De maan met de raket in zijn oog. Een even grappig als wreed beeld. Kijken doet pijn. En die raket ziet er ook een beetje uit als een telescoop, een fotografisch objectief waar doorheen wij als filmkijkers de wereld waarnemen. Net een beetje anders dan hij er gewoonlijk uitziet.
De maan is ook de lichtbron in het bioscoopduister. De stralende reflectie op het doek. Het immateriële licht waarin dromen materialiseren. Het roept de woorden van die andere tovenaar in de herinnering. Prospero uit De storm van William Shakespeare, die zei dat ook wij mensen uit dromenstof gemaakt zijn, in ons korte leven door slaap omringd.
Het stemt melancholisch. De geest kan de meest fantastische visioenen en beelden voortbrengen, maar ze zijn vluchtig en tijdelijk, net als het filmbeeld zelf. Na de schaduw en de herinnering rest niets dan dromenstof, waaruit, dat hopen we dan maar, weer andere beelden tevoorschijn kunnen kruipen. Als de Selenieten in de Méliès-maan. En: poef! Daar dwarrelen ze weer uiteen.
Een mooiere hommage van de ene meester aan de andere is niet denkbaar. Méliès was van mening dat zijn tijd voorbij was, toen de Eerste Wereldoorlog had laten zien dat dezelfde machines die dromen konden realiseren ook mensen konden doden. Scorsese is de tovenaarsleerling die speelt met de transformatieve kracht van de cinema. En dan opeens staat het jongetje Hugo niet zo ver af van Travis Bickle uit Taxi Driver. Misschien alleen maar aan de andere kant van dezelfde film spiegel.
En nee. Dat is niet sentimenteel. Dat is gewaagd.

Dana Linssen


De magie van Méliès

Georges Méliès staat centraal op het Filmfestival Rotterdam dat gerestaureerde werk en een documentaire over de beeldentovenaar vertoont.

Het meisje Isabelle laat zich graag meeslepen door de romantische avonturen uit de boeken die ze verslindt. Het weesjongetje Hugo uit de gelijknamige film van Martin Scorsese snapt zo ongeveer wat ze bedoelt, omdat zijn overleden vader hem altijd meenam naar de bioscoop. Op zijn beurt neemt hij Isabelle mee en via de zijingang betreden ze een filmtheater in Parijs. Nu zal ze een écht avontuur beleven. Samen kijken ze naar de beroemde scène uit Harold Lloyds Safety Last! (1923), waarin Lloyd helemaal bovenaan een torenhoge wolkenkrabber aan de wijzers van een klok hangt, met het angstwekkend voortrazend verkeer beneden hem in de drukke straten van de stad. Isabelle is betoverd. Vol verwondering ondergaat ze de magische beelden. In een wervelende montagesequentie tovert Scorsese ook nog scènes uit films met Charles Chaplin (City Lights, 1931), Buster Keaton (The General, 1926) en Douglas Fairbanks (The Thief of Bagdad, 1924) tevoorschijn.
In Hugo is cinema een avontuur en laat het maar aan Scorsese over om ook de meest geblaseerde kijkers weer helemaal opgewonden te krijgen over de verbeeldingskracht van filmkunst. Een kracht die voor het eerst werd ontdekt door Georges Méliès (1861-1938), de Franse filmpionier aan wie Scorsese met Hugo niet toevallig een ode brengt.

Feeërieke
Méliès is de verpersoonlijking van de fictiefilm, terwijl zijn tijdgenoten, de gebroeders Lumière, herinnerd worden als wegbereiders van de documentaire. Deze dichotomie is historisch gezien aanvechtbaar, want beiden maakten zowel fictie als documentaire, maar zegt wel veel over het belang van Méliès. Hij ontdekte dat je via montage werkelijk alles kon transformeren in iets anders, wat leidde tot een oeuvre van feeërieke films die nog steeds verbazen. Zijn magische en verrassende ‘trucs’ roepen ruim een eeuw later opnieuw de vraag op: hoe deed hij dat?
Honderdtien jaar geleden maakte voormalig goochelaar Georges Méliès zijn beroemdste film, het veertien minuten durende Le voyage dans la lune, vaak genoemd als de eerste sciencefictionfilm. Het beeld van een raket die in het oog van de maan terechtkomt werd iconisch, en de film werd gebruikt in videoclips van Queen en The Smashing Pumpkins. In 1993 dook er een kleurenkopie op van Le voyage dans la lune. Deze was flink beschadigd en plakte aan elkaar. Het duurde jaren voordat het technisch mogelijk was deze kopie te restaureren, maar door de voortschrijdende digitale technologie en met veel engelengeduld lukte het toch. Vorig jaar, ter gelegenheid van Méliès’ 150ste geboortejaar, draaide de gerestaureerde kleurenkopie, met nieuwe muziek van de Franse band AIR, op het Filmfestival Cannes.
Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) nam Méliès’ meesterwerk op in het programmaonderdeel Regained, gekoppeld aan Le voyage extraordinaire, een documentaire van Serge Bromberg (L’enfer d’Henri-Georges Clouzot) over de Franse tovenaar en de minutieuze restauratie van Le voyage dans la lune. Deze documentaire, met liefdevolle hommages aan Méliès van onder meer geestverwant Michel Gondry (van wie op het IFFR de installatie Home Movie Factory te zien is) en Michel Hazanavicius, regisseur van The Artist, laat zien dat ook filmrestauratie een avontuur kan zijn, vol jongensboekenheroïek.

André Waardenburg

Le voyage dans la lune (1902) van Georges Méliès en Le voyage extraordinaire (2011) van Serge Bromberg en Eric Lange zijn te zien op het IFFR op 29 januari en 4 februari