HOUSE OF FLYING DAGGERS

Vlinderende liefde

  • Datum 30-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films HOUSE OF FLYING DAGGERS
  • Regie
    Zhang Yimou
    Te zien vanaf
    01-01-2004
    Land
    China
  • Deel dit artikel

Zinderende zintuigen in House of flying daggers

Zhang Yimou bewijst met zijn tweede martial arts-film House of flying daggers het metier te beheersen, op zijn manier. Hij laat de avontuurlijke actie van grootmeester King Hu en de liefdeslyriek van die andere grootmeester Wong Kar-wai gewoon versmelten, totdat alle zintuigen zinderen.

In Ang Lee’s Crouching tiger, hidden dragon (2000) en Zhang Yimou’s Hero (2002), twee martial arts-films waar House of flying daggers lustig op voortbouwt, was ze al aanwezig, maar nog niet zo prominent. Eigenlijk weet je het al bij haar entree, dat ze niet zomaar een meisje van plezier is. Ten eerste is ze blind, en heeft ze dus geen besef van haar eigen schoonheid, wanneer ze voor een dronken bordeelgast haar eerste dans opvoert. Een vrouwelijk orkest van pipa-spelers geeft het ritme aan. Ze begint te bewegen, en de schellen vallen je van de ogen.
Mei (gespeeld door de 25-jarige Zhang Ziyi) kan dansend en zingend hypnotiseren, zodanig dat de hoerenloper onmiddellijk overgaat tot een verkrachtingspoging. Op het nippertje wordt ze gered door een legerkapitein aan wie ze prompt haar absolute gehoor moet bewijzen in het tweede overrompelende spektakel, het curieuze Echo Spel waarin gewone blanke bonen als kogels door de lucht suizen en afketsen op trommels, en Mei het geluid moet identificeren, met de rondvliegende mouwen van haar gewaad. De beschrijving van dit merkwaardige ‘nummer’ blijft achter bij het tafereel zelf, en het kan niet anders, House of flying daggers gaat over kijken en luisteren.
Het is een triomfantelijk spel met beelden en geluiden waarin het bedrog de boventoon voert. En dan niet alleen in de scènes waarin participerend Hongkong actie-regisseur Tony Ching Siu Tung het traditionele wire-fu combineert met moderner computerwerk, om een leger soldaten vanuit de bekende boomtoppen te laten aanvallen, of een regen van pijlen door het klassieke bamboe-bos te jagen. Het bedrog zit ook in de drie karakters, in de Chinese actrice Zhang Ziyi als het meisje Mei, in de Japanse acteur Takeshi Kaneshiro als de vrouwenversierende Jin en in Hongkong-acteur Andy Lau als legerkapitein Leo. Ze liegen en bedriegen erop los, en als je denkt te weten hoe de vork in de steel zit, heeft Zhang Yimou een nieuwe verrassing in petto.

Valstrik
De Chinese regering die aan het einde van de Tang Dynastie, anno 859 voor Christus, zo corrupt is als de pest, en door de fameuze ondergrondse guerilla-groep ‘Huis van de Vliegende Dolken’ al enige tijd wordt gedwarsboomd, denkt in het blinde meisje de dochter van de oude guerilla-leider te hebben gevonden. In de veronderstelling dat het meisje hen wel naar de nieuwe aanvoerder zal kunnen leiden, wordt er een valstrik opgezet. Het meisje wordt daartoe eerst in een kerker gegooid, en daarna bevrijd door de bordeelgast, die daarmee weer haar vertrouwen wint. Samen gaan Mei en Jin op de vlucht voor het leger aangevoerd door Leo, dwars door bamboe-bossen en bloemenvelden — groener heeft Robin Hood ze niet gezien.
In de gevechten onderweg, met stokken, zwaarden en speren wordt de zwaartekracht vergeten, en bewijst Mei zich behalve als danseres en zangeres ook als een voortreffelijke vrouwelijke vechtkunstenaar. Mei wordt zo het meisje om onherroepelijk voor te vallen, maar Jin doet lang zijn best om dat te ontkennen. Hij houdt zichzelf voor de gek, en daarmee is het alsof werkelijk uit alle porieën van de film het bedrog ademt, of het nu het bedrog is aangedaan door de staat, de ander of jezelf. De liefde die door de bamboe-stammetjes heen vlindert en lang boven de bossen blijft walsen, stuwt de actie voort, geholpen door de lyrische muziek van Shigeru Umebayashi die ook al zo betoverde in Wong Kar-wai’s In the mood for love (2000).
House of flying daggers is niet de hardboiled Chinese zwaardvecht-film, aangeduid als wuxia-pian, waarmee Zhang Yimou zelf opgroeide. Hij voegt duidelijk zijn eigen lyriek en tragiek toe aan de actie, en dat maakt de film hartverscheurend mooi. Ondertussen eist de Chinese regisseur de Chinese zwaartvecht-film weer een beetje op van zijn Taiwanese collega Ang Lee die er met Crouching tiger, hidden dragon toch maar mooi mee aan de haal was gegaan.

Belinda van de Graaf