HIGH ART

Hippe flirt met heroïne chic

  • Datum 29-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films HIGH ART
  • Regie
    Lisa Cholodenko
    Te zien vanaf
    01-01-1998
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

De hippe heroïnejunks in High art: graatdun en lekker

Vorig jaar overleed de jonge modefotograaf Davide Sorrenti aan een overdosis heroïne. Zijn dood paste in de golf van junkie-romantiek die in de wereld van modefotografen, fotomodellen, popmuzikanten en filmacteurs hoogtij vierde. Lisa Cholodenko’s High art wuift naar deze ‘heroin chic’, de inmiddels veel bekritiseerde trend om als wandelend lijk door het leven te gaan.

Cholodenko’s speelfilmdebuut High art is gesitueerd in het New Yorkse kunstwereldje van de jaren negentig. Op de redactieburelen van het glossy fototijdschrift Frame treffen we de ambitieuze 24-jarige Syd die zojuist is benoemd tot redactie-assistente. Hoewel ze bij de al even ambitieuze receptioniste veel bewondering oogst, betekent het baantje voor haar niet veel meer dan een volgende stap op weg naar het felbegeerde redacteurschap. Gelukkig is ze door het populaire vak culturele studies aardig thuis geraakt in het lanceren van krachttermen uit de semiotiek en de filosofie. Bij de redacteuren van Frame, gespecialiseerd in nietszeggend postmodern gewauwel over kunst, kan dat alleen maar aanslaan.
Wanneer Syd nu via een lekkage in het appartement van haar bovenbuurvrouw belandt, gaat er een wereld voor haar open. Buurvrouw Lucy, gespeeld door het wandelende lijk Ally Sheedy, maakt in de ogen van Syd niet alleen ‘high art’, maar houdt er samen met haar lesbische liefde Greta, een door Patricia Clarkson gespeeld lijk dat al lang niet meer in staat is te wandelen, ook een lamlendig junkenbestaan op na. Het hippe kliekje heroïnesnuivers dat zich dagelijks in die bovenwoning verzamelt en dat zich ledig houdt met decadente slemppartijtjes en spelletjes domino, oefent grote aantrekkingskracht uit op Syd. In een handomdraai valt ze voor de heroïne en de lesbische liefde en het levert haar nog die felbegeerde promotie op ook.

Afgrond
In zekere zin is de rol van Syd die Radha Mitchell in High art speelt, een voortzetting van haar rol in Love and other catastrophes van de Australische Emma-Kate Croghan. Daarin onderhield ze als de lesbische Danni een relatie met culturele studies-studente Mia. Naar verluidt was hun liefde tot bloei gekomen na het zien van Pulp fiction, een film die thuishoort in het rijtje ‘heroin chic’-films. Maar waar Pulp fiction in Croghans campus-film slechts diende als grappig filmcitaatje, daar lijkt de Amerikaanse Cholodenko wel degelijk iets te willen zeggen over heroïne als ‘celebrity drug’. Het heroïnesnuivende kunstenaarsvolkje balanceert bij Cholodenko niet alleen op de rand van de afgrond, maar tuimelt er ook in. De scène waarin de Duitse Greta ternauwernood aan een heroïnedood ontsnapt, is bij Cholodenko een voorbode, evenals het feit dat de Duitse Greta zogenaamd een voormalig Fassbinder-actrice is die sinds de dood van Fassbinder (hij overleed in 1982 aan een overdosis) werkeloos rondloopt.
Het probleem is echter, dat de val die Cholodenko zowel voor deze lieden als voor de ambitieuze Syd opzet, tamelijk voorspelbaar is. Zo behoort het ook tot de mogelijkheden dat een meisje als Syd, gespecialiseerd in ‘kritische theorie’, in de praktijk helemaal niet zo kritisch is. In High art is dat uitgangspunt echter nauwelijks geloofwaardig, zeker wanneer de wat nuffige en ambitieuze Syd plots in een wel heel onschuldig meisje verandert.

Aasgieren
Irritant is de algehele lethargie van High art. Eindeloos zijn de scènes waarin heroïne gesnoven en gespoten wordt. Het vele oeverloze gezwam van het hippe heroïnevolkje enerzijds en het al even hippe redactievolkje anderzijds, zogenaamd diegenen die uitgebuit zijn en diegenen die uitbuiten, bemoeilijkt ook maar enige identificatie. Opmerkelijk is de rol die de redacteuren van glossy tijdschriften als Frame toegedicht krijgen. Het zijn een soort aasgieren die met hun opdrachten, deadlines en holle frasen verantwoordelijk worden gesteld voor het failliet van een integere fotografe als Lucy Berliner. Haar ‘snapshots’ moesten onder niet aflatende commerciële druk inboeten aan spontaniteit, zo vond Berliner en daarom hing ze jaren geleden reeds haar carrière als talentvol fotografe aan de wilgen.
Het had een interessante discussie over kunst en commercie kunnen opleveren, ware het niet dat Cholodenko die discussie onmiddellijk in de kiem smoort door in Berliners omgeving en passant ook nog wat andere schuldigen aan te wijzen. Het zijn louter eendimensionale karakters zoals haar uitgebluste lesbische liefde Greta die zich reeds in het rijk der levende doden heeft begeven en haar welgestelde joodse moeder die weliswaar voorziet in het onderhoud van haar dochter, maar die niet bereid is naar haar problemen te luisteren. En daarmee heeft Cholodenko in de hippe heroïnejunk Lucy Berliner dan toch haar ultieme martelares gevonden. Bovendien kun je je bij Cholodenko ook niet aan de indruk onttrekken dat die benige heroïnejunks toch wel erg lekker fotograferen.

Belinda van de Graaf