HEAT

De rechercheur en de crimineel

  • Datum 25-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films HEAT
  • Regie
    Michael Mann
    Te zien vanaf
    01-01-1995
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Al Pacino als uitdrukking van de gekwelde mannelijke ziel

Is het een trend? Eerst was er Se7en, waarin de stoere rechercheur door de slimme psychopaat fijntjes op de eigen moordlustige instincten werd gewezen. Nu is er Heat, waarin politieman Pacino en crimineel De Niro elkaar heel erg goed begrijpen. Na het mislukte epos The last of the Mohicans (1992) keert Miami Vice-regisseur Michael Mann weer terug op vertrouwd terrein: Modern Misdadig Leven, zij het dit keer in Los Angeles.

Een groepje mannen — een van hen is Robert De Niro — verricht een aantal onduidelijke handelingen: een pasje wordt gehaald, uniformen worden aangetrokken en science fiction-achtige plastic maskers worden opgezet. In aparte auto’s rijden de mannen de snelweg op en via walkie-talkies wisselen ze wat obscure informatie uit. Uit de begeleidende sinistere synthesizertonen maken we op dat deze mannen niet veel goeds van plan zijn. De klap waarmee ze vervolgens een geldwagen van de weg afwerken komt toch nog onverwacht. Tijdens de overval gedraagt één van de gemaskerde mannen zich vreemder dan de anderen. Wanneer het signaal van vertrek komt schiet hij zonder aanleiding zijn mitrailleur leeg op een van de gegijzelde chauffeurs. Nu moeten de andere chauffeurs natuurlijk ook dood. Het doorzeven van de vier lichamen wordt confronterend breed in beeld gebracht. Hard mitrailleurgeratel en dan stilte…
Zorgvuldig zoenende lippen sensueel dichtbij. Een man en een vrouw liggen op bed. Zij heeft een zwart hemdje aan, hij heeft het bovenlichaam ontbloot. De twee geven een nieuwe en indrukwekkende interpretatie aan het fenomeen filmkus. De camera blijft er een tijdje omheen dwalen, totdat we duidelijk hebben gezien dat de man in kwestie Al Pacino is. Douche en sigaret volgen en dan de eerste dialoog… Zo begint Heat. Deze beginscène is illustratief voor de rest van de film want Michael Mann houdt erg van opposities en parallel-montages. Regelmatig schokt hij in de montage tussen twee shots of twee scènes van het ene extreem naar het andere. Je zou denken dat hij Eisensteins theorieën over de ‘botsende beelden’ uitgebreid heeft bestudeerd: hoe sterker het conflict, hoe heviger de emotie bij het publiek. En Mann wil graag hevige emoties, vaak op het melodramatische af.

Paralellen
In Heat is Manns voorkeur voor botsingen zelfs het fundament van het verhaal. De film draait om een tegenstelling die ook weer geen tegenstelling is: de turbulente levens van de detective en de (door hem op de hielen gezeten) crimineel. De twee hebben meer met elkaar gemeen dan zij (en wij) aanvankelijk denken terwijl ze op onverwachte punten ook weer van elkaar verschillen. Zo boefent De Niro de harde misdaad met de toewijding van een zenboeddhist. Hij woont in een penthouse aan de oceaan zonder meubelen of familie. De enige momenten waarop hij emotie toont is wanneer de andere bendeleden minder efficiënt blijken dan hijzelf.
Zijn tegenstander, rechercheur Pacino, is even geobsedeerd door zijn beroep, maar draagt daarnaast de last van een verwijtende derde echtgenote (heel eigentijds verslaafd aan Prozac hetgeen zij, nog eigentijdser, terloops vermeldt) en een suïcidale stiefdochter. Vergeleken met de stoïcijnse De Niro is Pacino bovendien vol van emoties. Hij oogt iedere keer weer oprecht van zijn stuk bij de ellende die hij als rechercheur van de L.A.P.D. te zien krijgt.
Dit contrast in persoonlijkheid gaat evenwel gepaard met paralellen die nog meer in het oog springen. Beide mannen zijn ‘mannen in crisis’, in de war geraakt door moord en doodslag, geld, macht, en het moeizame contact met échte vrouwen. En natuurlijk respecteren ze elkaar, zoals het heldhaftige strijders past. Een wederzijds respect dat door Mann met gevoel voor show in beeld wordt gebracht in een enkele ontmoetingscène in een koffieshop, waarbij de beide Hollywoodsterren in Oscar-gevoelig onderkoeld acteren niet voor elkaar onderdoen.

Mooi spektakel
Heat is voornamelijk uiterlijk vertoon, maar dat is tegelijkertijd de kracht van de film. Het is zelfs prettig dat de film vooral spektakel is want de doorschemerende moraal van het verhaal is stukken minder bij de tijd dan alle modieuze aankleding en geraffineerde actiefilm-scènes doen vermoeden. "A man’s got to do what a man’s got to do" is het motto en als vrouw blijf je daar dan thuis (soms wat teneergeslagen) op wachten. Het (stille of bijzonder luidruchtige) vrouwelijke verwijt dat volgt brengt op haar beurt weer een tweestrijd teweeg in de zo gekwelde mannelijke ziel. Gelukkig gaan De Niro en Pacino desondanks steeds de straat weer op en de langdurig uitgesponnen overvalscènes en schietpartijen waar zij in belanden zijn fascinerend en lachwekkend tegelijk. Zo raken we halverwege de film verzeild in een schietpartij op straat, die alleen al door zijn uitzonderlijke lengte imposant is. Het is eerder een commentaar op de gangsterfilm dan de wat melodramatische omhelzing van dat genre die de film op andere momenten laat zien.
Daarnaast heeft Mann de juiste acteurs voor zijn misdaaddrama weten in te huren. Ashley Judd, die een kleine rol heeft als de vrouw van bendelid Val Kilmer en die reeds opviel met haar nog kleinere rol in Smoke als de junkie-dochter van Harvey Keitel, is een mooie en bijzonder intense actrice. Ze lijkt me gemakkelijk in de voetsporen van Meryl Streep of Jodie Foster te kunnen gaan treden als de juiste grote rollen komen. Al Pacino en Robert De Niro, voor het eerst weer samen in een film sinds The Godfather, zijn ook een mooie match, en als altijd plezierig om naar te kijken. Het is alleen jammer van die handdruk op het einde. Het spektakel was toch wel een heuse filmkus waard geweest.

Jann Ruyters