Hannah Arendt

Oog in oog met het Kwaad

Denken en zijn vallen volkomen samen in Margarethe von Trotta’s portret van filosofe Hannah Arendt. Wie dat het duidelijkst laat zien is de man die het denken afzwoer: Adolf Eichmann.

Terwijl de redactie van The New Yorker met ongeduld op haar stukken wacht, gaat Hannah Arendt er nog eens goed voor liggen op haar divan. Het is een mooie illustratie van de spanning tussen het onderzoekende denken van Arendt en de jachtige wereld van de journalistiek. In 1961 reisde Arendt naar Jeruzalem om voor The New Yorker het proces te volgen dat de staat Israël voerde tegen de meest ijverige uitvoerder van de Holocaust: SS-er Adolf Eichmann. Die zaak en de nasleep ervan staan centraal in Hannah Arendt, een film die niet zozeer haar leven alswel haar persoon en haar denken portretteert. Het is een sterke keuze dat de scenaristen juist deze periode hebben aangegrepen om een beeld van Arendt neer te zetten. Het Eichmann-proces betekent niet alleen een hernieuwde confrontatie met het Kwaad — een thema dat haar tot haar dood zal bezighouden; de ideeën die ze op basis hiervan publiceert, veroorzaken grote controverse en zetten ook haar relaties met vrienden en collega’s op scherp. Het roept voor Arendt de noodzaak op om zich voortdurend te verdedigen.
Het proces wordt in de film door de kettingrokende Arendt grotendeels gevolgd vanuit de persruimte, via een beeldscherm. Zo kon Von Trotta archiefbeelden van Eichmann gebruiken, waarmee het publiek ziet wat Arendt zag. Dat werkt verbijsterend goed: Arendts stelling dat het Kwaad zich niet manifesteert in kwade wil, maar in de afwezigheid van kritisch denkvermogen, kon niet sterker worden verbeeld dan in de miezerigheid van de man die zich in ambtenarenjargon verantwoordt voor zijn bijdrage aan de grootste massamoord uit de geschiedenis.

Antipathie
Arendt zelf wordt gespeeld door Von Trotta’s muze Barbara Sukowa, die ook in haar films Rosa Luxemburg en Vision: From the Life of Hildegard von Bingen gestalte gaf aan grote vrouwen uit de geschiedenis. In het geval van Hannah Arendt moet het publiek wel afstand nemen van de vele beelden die er van haar bestaan. En eigenlijk is dat jammer. Want het uiterlijk van Arendt doet ertoe, zeker in het verhaal dat deze film over haar vertelt: een verhaal waarin de relaties en confrontaties met haar omgeving centraal staan. Ze had een uitgesproken androgyne uitstraling en, door al dat roken, een donkere stem. Het is veelzeggend wat haar naar aanleiding van haar publicaties over het Eichmann-proces precies wordt verweten: gevoelloosheid en arrogantie. De antipathie die Arendt opriep had alles te maken met de gevoeligheid van de onderwerpen die ze aansneed, maar valt tegelijkertijd niet helemaal los te zien van het feit dat ze vooral voor buitenstaanders moeilijk te plaatsen moet zijn geweest. Daarvan laat Barbara Sukowa weinig zien. Haar vertolking schijnt wel een warm licht op de Hannah Arendt die haar vrienden en geliefden zagen: een vrouw voor wie vriendschap een ernstige zaak was en denken een hartstocht.

Sasja Koetsier