GUMMO

Een tornado van wreedheid

  • Datum 24-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films GUMMO
  • Regie
    Harmony Korine
    Te zien vanaf
    01-01-1997
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Solomon (Jacob Reynolds) met pas gewassen haar

Net als in zijn scenario voor Kids kiest Harmony Korine in zijn debuutfilm Gummo het perspectief van jongeren, zonder gezag of autoriteit. ‘Southern white trash’ dat geheel van god los lijkt te zijn. Gummo laat een wereld zien die huiveringwekkend en humoristisch is, wreed en ontroerend, die zowel afschuw als compassie oproept. Of, zoals een van de personages het uitdrukt: "Life is beautiful, it really is. Full of beauty and illusions."

In Xenia, Ohio heeft zo’n twintig jaar geleden een tornado huisgehouden die het stadje verpulverde, versplinterde, volledig uit elkaar sloeg. Videobeelden van de ramp laten zien hoe huizen door de lucht vliegen en bomen met wortels en al uit de bodem worden gerukt. Een mijmerende voice-over vertelt hoe hij een halsketting aan de tak van een boom zag hangen en hoe hij onder het rokje kon kijken van een meisje dat door de lucht werd geslingerd. Hier speelt Gummo zich af, een paar jaar na de ramp. Een verpauperde wijk waar armoede, verveling en lethargie heerst. De film suggereert dat dit een gevolg is van de tornado, een ramp die het stadje economisch, noch psychisch ooit te boven is gekomen. Maar gaandeweg wordt duidelijk dat die tornado vooral een metafoor is.

Vermeende exploitatie
Gummo is een verzameling bizarre vignetten van inwoners van Xenia, zonder veel logische of narratieve samenhang. Soms lijkt de camera toevallig aanwezig te zijn om mensen in willekeurige situaties te observeren, soms vertellen mensen over zichzelf in de camera. Korine gebruikt in zijn film afwisselend video, Super 8-film en polaroids om de collage-achtige structuur van de film kracht bij te zetten.
Door deze schetsen heen lopen twee lijnen die met enige goede wil als verhaallijnen beschouwd kunnen worden. We volgen Solomon en Tummler die op hun fiets de straten afstruinen naar katten die ze kunnen afschieten om vervolgens aan de plaatselijke chinees te verkopen, en er zijn de twee tienerzusjes Dot en Helen, ook op zoek naar een kat, maar dan hun huisdier. Het stuitende nihilisme, de agressie en het gebrek aan moraal hebben heel wat weerstand opgeroepen bij zowel publiek als critici. Aanstootgevend vond men ook de vermeende exploitatie van mensen, die te kijk zouden worden gezet met geen ander doel dan te willen shockeren.
Net als in Kids is nauwelijks vast te stellen wat authentiek, geïmproviseerd of geënsceneerd is. Vaak wekt Gummo de indruk het werkelijke leven te betrappen. Korine filmde in een buitenwijk van Nashville waar hij opgroeide en werkt met de oorspronkelijke bewoners die hij er van straat plukte. Hij maakt gebruik van bestaande locaties, zoals het huis met de onbeschrijfelijke pestbende waar de kakkerlakken achter de schilderijtjes aan de muur vandaan kruipen. Toch is er op dat realisme wel wat af te dingen en dat is juist een van de dingen die Gummo boeiend maakt. De gebeurtenissen en situaties worden zo gecomprimeerd dat er een absurdistische uitvergroting ontstaat. Het is alsof er niet een tornado heeft gewoed, maar of er een nabijgelegen kerncentrale is ontploft. Er loopt geen normaal mens rond in Xenia, iedereen lijdt wel aan een of andere ziekte of afwijking: depressies, concentratiestoornissen, albinisme, hormonale afwijkingen, catatonie, kanker, zwakzinnigheid of dwerggroei. En anders zijn ze wel aan de drank, de coke of de lijmsnuiverij. Iedereen heeft wel te maken met een of andere vorm van agressie: dierenmishandeling, incest, vechtpartijen, aanranding. Niemand lijkt iets om handen te hebben, niemand lijkt iets na te streven. Het is een verdichting van de werkelijkheid die meer te maken heeft met de visie van Korine dan met de werkelijkheid zelf.

Engelachtig
Bovendien bevat de film een aantal vervreemdende elementen die het rauwe realisme een niveau hoger tillen: het kleurgebruik als gevolg van fluorbelichting en het afwisselende gebruik van verschillende media. Maar ook de bijna fluisterende voice-over die een sfeer schept van gelatenheid en zelfs vrede, die onbehaaglijk aandoet in combinatie met de beelden die we zien. En dan is er natuurlijk Bunny Boy, de jongen met het skateboard en de vuilroze konijnenoren muts. Hij duikt hier en daar op, spreekt nooit, is altijd alleen en lijkt zich van niets of niemand iets aan te trekken. Met zijn onschuldige, meisjesachtige schoonheid onderscheidt hij zich van de door drank of armoede getekende koppen van de meeste inwoners. De associatie met een engelachtig wezen is onvermijdelijk. Zijn vleugels draagt hij niet op zijn rug maar op zijn hoofd.
De jongeren in Kids waren shockerend in hun cynische arrogantie, hun fixatie op seks en drugs en de totale onverantwoordelijkheid waarmee ze in het leven stonden. Ze roepen weinig meer op dan afkeer. In Gummo weet Korine ondanks alles een zekere compassie op te wekken met zijn personages. Hij is er niet op uit ze belachelijk te maken of te veroordelen. Veel meer dan in Kids zijn zijn personages meerdimensionaal, en dat is knap omdat het in dramatische zin nauwelijks karakters zijn te noemen. Niet alle scènes zijn in dat opzicht even geslaagd, er zijn erbij die gewoon hun doel missen of niet scherp genoeg zijn. Maar er zijn er ook bij die je nooit meer vergeet, die een kracht en een originaliteit bezitten die zeldzaam is. Solomon in het donkerbruine badwater met een bord spaghetti voor zich terwijl zijn moeder zijn haar wast, of Tummler die in een zomerse stortbui naar een verzopen kat staat te staren onder de klanken van Roy Orbinsons ‘Crying’, het doofstomme paar dat ruzie zit te maken in het bowlingcentrum. Wat je van Gummo vooral bijblijft is een sfeer, een paar scènes, een aantal personages. Is dat genoeg? Ja, dat is genoeg als de indruk die ze achterlaten sterker is dan de meeste films in hun geheel kunnen maken.

Petra van der Ree