GOHATTO

Engel des doods

  • Datum 24-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films GOHATTO
  • Regie
    Nagisa Oshima
    Te zien vanaf
    01-01-2000
    Land
    Japan
  • Deel dit artikel

De ondergang van de samoerai is nakende

Nagisa Oshima’s Gohatto is een ingetogen meesterwerk over een gesloten samoerai-gemeenschap die na de komst van een jonge leerling door intriges verscheurd raakt.

Wanneer Nagisa Oshima (Kyoto, 1932) een film maakt is een verrassing nooit uitgesloten, want de grillige cineast kiest nimmer voor de makkelijkste weg. Hij vierde in de roerige jaren zestig en zeventig successen met compromisloze films als Seishun zankoku monogatari/Cruel story of youth (1960), waarin hij op nietsverhullende wijze zijn vinger op de pols van de Japanse maatschappij legde. Het delirische liefdesdrama Ai no corrida/In the realm of the senses (1976) bevatte harde pornografische scènes en zorgde voor een grote controverse, maar leverde ook de komische situatie op dat veel Japanners naar Parijs vlogen om de film in zijn ongecensureerde vorm te zien. In Oshima’s voorlaatste film Max mon amour (1986) wordt Charlotte Rampling verliefd op een chimpansee, wat herinnerde aan de absurditeiten van Marco Ferreri, een andere non-conformist die zich ook graag over onmogelijke liefdes voor medemensen, dieren en voedsel boog. Niet voor niets noemt Shohei Imamura zichzelf een eenvoudige boer terwijl hij collega Oshima als een samoerai bestempelt.
Voor Gohatto (‘verboden’ of ‘tegen de wet’) combineerde Oshima twee verhalen van schrijver Ryotaro Shiba over de samoerai-groep Shinsengumi. Het door een conflict verscheurde gezelschap trekt zich in het Kyoto van 1865 in een tempel terug om zich te beraden over de toekomst en de gehavende harmonie te herstellen. Maar de komst van de knappe jongeling Kano roept het onheil over de Shinsengumi af. Zwaardvechter Tashiro en kapitein Yuzawa raken volledig in de ban van de androgyne leerling en een ruzie met een andere clan verergert de zaak. Om het hoofd koel te houden onderdrukt luitenant Hijikata (Takeshi Kitano) ondanks grote innerlijke verwarring zijn gevoelens, maar verliest juist daardoor zijn grip op de kwestie. De strijd om Kano laait op, met intriges en zelfs moord tot gevolg. Om te voorkomen dat de affaire de groep verder kan verzwakken, beslist het radicale clanhoofd Kondo dat de boosdoeners moeten boeten.

Moordlustig
Liefde tussen zwaardvechters is voor een samoeraifilm zeker een ongewoon thema, maar in Gohatto wordt het niet als een taboe gepresenteerd. Oshima zoekt in Gohatto dan ook niet de controverse, maar gebruikt de liefdesperikelen tussen de mannen om tot een existentialistisch drama te komen. Kano (een sterk debuut van de 17-jarige Ryuhei Matsuda) functioneert als de katalysator in het onevenwichtige gezelschap. De engel des doods herinnert de ouderen aan hun sterfelijkheid en hun jeugd, waardoor ze de knaap willen vernietigen en tegelijk liefhebben.
Dat wordt geïllustreerd door een schokkende scène waarin een gewonde Kano in zijn ziekbed bruut wordt genomen door Yuzawa, die door de immer onschuldige blik van de knaap moordlustige neigingen krijgt. Die ambiguïteit wordt subtieler verbeeld door Kitano, wiens verwarde gedachten middels een voice-over duidelijk worden, terwijl zijn gezicht immer stoïcijns blijft. Kitano, die als acteur debuuteerde in Oshima’s Merry Christmas Mr. Lawrence (1983), zet de getormenteerde samoerai overtuigend neer: de bushido, een complex stelsel van ethische codes, boeddhistische elementen en ware doodsverachting stond erom bekend sommige zwaardvechters in een staat van schizofrenie te brengen.

Dwaallichten
Het getuigt van lef om een samoeraifilm te maken terwijl het genre al lang over zijn hoogtepunt heen is. De chambara, de historische zwaardvechtersfilm, was in de periode 1955-1970 zeer in trek en Akira Kurosawa, Hideo Gosha en Hiroshi Inagaki wisten het genre constant van creatieve impulsen te voorzien. Net als het leeuwendeel van die films is Gohatto een jidai-geki, een in de Tokugawa-periode (1615-1868) gesitueerd kostuumdrama. Oshima’s beproefde technieken zoals horizontale wipes, tussentitels en een kalme, Mizoguchi-achtige cameravoering doen oude tijden herleven; de art direction is van Yoshinobu Nishioka die ook aan het meesterlijke Yukinojo henge/An actor’s revenge (Kon Ichikawa, 1963) werkte. De schitterende climax van Gohatto is mede door de decors een tour de force: Nishioka creëerde een nachtelijk woud, waarin dwaallichten de mist van een spookachtige gloed voorzien.
De aan Visconti herinnerende sfeer van schoonheid in verval wint aan kracht omdat de ondergang van de samoerai nakende is. Het is 1865, drie jaar voordat keizer Mutsuhito Japan bruusk de moderne tijd in zal catapulteren. Het feodale stelsel waarin de samoerai’s floreren zal verdwijnen. De zwaardvechters verliezen niet alleen hun rechten, ze worden bovendien vernederd omdat ze afstand moeten doen van hun zwaarden en de karakteristieke haardracht. De duisternis werpt zijn schaduw vooruit wanneer Kano zich hardop afvraagt of hij wel een toekomst heeft en Takeshi een bloeiende kersenboom met een formidabele zwaardslag velt. Oshima heeft op zijn oude dag een meesterwerk gefabriceerd. Hij houdt het zwaard nog steeds stevig omklemd, zoals een echte samoerai, die de schoonheid van de dood heeft ingezien en elke dag leeft als ware het zijn laatste.

Mike Lebbing