Ginger & Rosa

Kleine meisjes moeten groot worden

Sally Potter schetst een intens melancholisch tijdsbeeld van de verwarrende periode waarin ze zelf opgroeide.

Door Sasja Koetsier

Je bent een jaar of zestien en met de wereld kan het elk moment over zijn. Zo ziet het leven eruit voor hartsvriendinnen Ginger en Rosa. We bevinden ons in Londen, begin jaren zestig, en behalve de doem van een nucleaire oorlog hangt er nog iets anders in de lucht: vrijheid. Leuker — maar niet minder bedreigend. Want de vrijheidsliefde van Gingers vader Roland gooit het gezin volkomen overhoop.
De cast van Ginger & Rosa met onder meer Christina Hendricks, Timothy Spall en Annette Bening klopt als een bus, maar het is vooral Elle Fanning die de show steelt. Fanning, die zich als elfjarige in Somewhere (Sofia Coppola, 2011) al overtuigend van de taak kweet om het hart van haar cynisch-verveelde playboyvader te openen, was tijdens de opnamen van Ginger & Rosa nog maar dertien jaar oud. Dat is haar wel en niet aan te zien. Hoewel ze best door kan voor een paar jaar ouder — ze heeft haar lengte mee — wordt al snel duidelijk dat Rosa (ook al zo’n mooie rol van de iets oudere Alice Englert) de meest voorlijke van de twee is. Een sigaret bietsen in ruil voor een potje tongen, dat werk. Het zijn trouwens ook geen kinderlijke zaken, waarmee Ginger zich bezighoudt: ze verdiept zich in het Oost-Westconflict en loopt mee in ban-de-bomdemonstraties. Maar terwijl zij de wereld probeert te redden, vindt Rosa haar roeping in het troosten van een man, en laat dat nou net Roland zijn. De rest van het drama schrijft zichzelf.
Er schuilt iets diep melancholisch in de uit de hand gedraaide beelden van Robbie Ryan (o.a. vaste cameraman van Andrea Arnold), en in de authentieke meisjesachtigheid van de jonge actrices, wat wordt samengevat in de verzuchting van Gingers peetoom: "Kun je niet nog heel even een meisje blijven?" Maar nee. Kleine meisjes moeten groot worden, en dat gaat van au.