GETTING MY BROTHER LAID (MEIN BRUDER DER VAMPIR)

Seks met vampiertandjes

Seksuele omkeringen

Het is een wonderlijke familie die in de kleurrijke, stijlvolle tragikomedie Mein Bruder der Vampir wordt geportretteerd: moeder droomt van haar stewardessentijd en haar kinderen van seks. De Filmkrant sprak met regisseur Sven Taddicken over de controverse romdom zijn debuutfilm: "Ik hou van films die amuseren én gespreksstof opleveren."

Getting my brother laid (Mein Bruder der Vampir), het speelfilmdebuut van Duitser Sven Taddicken (1974), moet in eigen land nog worden uitgebracht. Bij vertoningen op verschillende filmfestivals leverde de in Rotterdam met de internationale persprijs bekroonde film echter al de nodige discussie op. Met name een sleutelscène waarin de problemen van enkele hoofdpersonen worden opgelost door middel van incest deed enig stof opwaaien. Taddicken, die enkele dagen in ons land was ter promotie van zijn film, neemt de kritiek laconiek op. "Mijn film is bepaald geen realistisch drama, en die incestscène vloeit voort uit de specifieke logica van de hoofdpersonen: een door seks geobsedeerde puber en een geestelijk gehandicapte jongen. Maar ik begrijp wel waar de opwinding vandaan komt. Incest wordt door velen geassocieerd met mishandeling, geweld en verkrachting. Zoals ik de scène gedraaid heb zijn die aspecten echter volstrekt niet aan de orde. Dat zo’n scène discussie losmaakt vind ik overigens een goede zaak, ik hou van films die amuseren én gespreksstof opleveren."

Rode cape
"Ik ben wel blij dat veel kijkers positief reageren op de portrettering van de geestelijk gehandicapte Josch. Het oorspronkelijke idee is afkomstig van scenarioschrijver Matthias Pacht, die zelf een oudere broer heeft met het syndroom van Down. We wilden een film maken over geestelijk gehandicapten en seks, maar het mocht absoluut geen saai, maatschappelijk relevant drama worden. We wilden er liefdevol mee omgaan, maar we wilden er ook met een frisse, onbevangen blik naar kijken. Op die manier zijn we ook gekomen op Josch zijn obsessie met vampieren. Met zijn rode cape en zijn vampiertandjes plaatst hij zich duidelijk buiten de ‘normale’ wereld. Tegelijkertijd denk je bij vampiers ook onmiddellijk aan erotiek en passie, aan een soort seksueel zelfbewustzijn dat Josch nu juist probeert te ontwikkelen.
"Dat vampierenthema leverde weer stilistische aanknopingspunten. Scènes die zijn gefilmd vanuit de belevingswereld van Josch neigen naar de Technicolor-esthetiek van oude Hammer-films. Op dezelfde manier hebben we een scène, waarin jonge zus Nic inbreekt bij de jongen op wie ze verliefd is, opzettelijk vormgegeven als een Amerikaanse politieserie uit de jaren zeventig. Het is er allemaal niet ontzettend dik opgelegd, want het is niet de bedoeling om de kijker af te leiden met stilistische hoogstandjes, of met zelfbewuste verwijzingen naar andere films. Maar het zit wel steeds onder de oppervlakte. Voor mij is het wisselen van sfeer en van stijlmiddelen een kwestie van smaak. Ik hou van films die open zijn, waarin op ieder moment alles mogelijk is.
"Als je zo speelt met stijl en sfeer is het wel belangrijk dat de personages constant blijven. Josch, Nic en hun broer maken alledrie een verschillende ontwikkeling door, maar er zit wel een duidelijke lijn in. Ieder van hen maakt zijn eigen reis, en maakt zijn eigen emoties door. Die reis wordt volgens mij juist interessanter als de stemming van de film steeds blijft wisselen. Wat mijzelf raakt in dit verhaal, is het feit dat de familieleden elkaar ondanks onderlinge strubelingen blijven steunen. De moraal van de film is eigenlijk heel ouderwets: om een relatie aan te kunnen gaan zijn liefde en vertrouwen nodig. We hebben daar alleen een hele andere draai aan willen geven door die ontmaagdingsgeschiedenis te belichten vanuit de onderling verschillende, maar allebei tamelijk naïeve oogpunten van Nic en Josch."

Fritz de Jong


Mein Bruder der Vampir

In Mein Bruder der Vampir, die in ons land om onbegrijpelijke redenen wordt uitgebracht onder de dubbeltjesplatte titel Getting my brother laid, haalt regisseur Sven Taddicken veel overhoop. Thema’s als incest, ontmaagding en gehandicaptenseks worden gepresenteerd met een opmerkelijke luchtigheid in een verhaal dat geen moment lijdt onder de weeïge omzichtigheid die bij dergelijke problematiek op de loer ligt. Het vertelperspectief is dat van Nic, een eigenzinnige veertienjarige die obsessief bezig is met het organiseren van haar eerste seksuele ervaring. Ook haar geestelijk gehandicapte broer Josch — de vampier uit de titel — vindt dat hij het op zijn dertigste maar eens moet doen, bij voorkeur met de nieuwe vriendin van zijn oudere broer. Taddicken volgt de met hun seksualiteit worstelende familieleden in een charmante aanrommelende komedie, waarin stijl en sfeer voortdurend wisselen.
FdJ