Eisenstein in Guanajuato

De Bolsjewiek, de gids, zijn vrouw en een minnaar

  • Datum 03-06-2015
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Eisenstein in Guanajuato
  • Regie
    Peter Greenaway
    Te zien vanaf
    01-01-2015
    Land
    Nederland/Mexico/Finland/België/Frankrijk
  • Deel dit artikel

Zoals gebruikelijk stopte Peter Greenaway zijn nieuwe film Eisenstein in Guanajuato boordevol verwijzingen. Hij gaat over de homoseksuele verhouding tussen de legendarische Sovjet-regisseur Sergej Eisenstein en zijn Mexicaanse gids Palomino Canedo tijdens de opnames van Que Viva México! Greenaway overspoelt de kijker in woord en (archief)beeld met informatie, in shots die soms snel voorbijflitsen. Lastig voor wie niet ingevoerd is in Eisenstein en zijn periode in Mexico. Daarom deze gids, om thuis nog eens rustig na te lezen hoe het ook alweer zat met Eisenstein en Mexico.

Door André Waardenburg

Sergej Prokofjev
Greenaway gebruikt veel muziek van Sergej Prokofjev (1891-1953) op de geluidsband. Zo zijn van deze tijdgenoot van Eisenstein fragmenten te horen uit zijn 1e en 5de symfonie en de muziek voor het ballet Romeo and Juliet. Na zijn terugkeer uit Mexico werkte Eisenstein twee keer samen met de eveneens joodse Prokofjev, die de beroemde scores schreef voor Aleksander Nevski (1938) en Ivan de Verschrikkelijke. Eisenstein noemde hem ‘the most wonderful film composer’ en schreef (samen met anderen) een spraakmakend artikel over hoe geluid en beeld een contrapunt moeten vormen (‘Statement on Sound’), en een diepgravende analyse van zijn samenwerking met de componist voor de Slag op het IJs-sequentie uit Aleksander Nevski (‘verticale montage’).

Jack London
Het eerste theaterstuk dat een jonge Eisen­stein in 1921 regisseerde, en waarvoor hij het toneelbeeld en de kostuums ontwierp, was een adaptatie van Jack Londons korte verhaal The Mexican (1911), het begin van Eisensteins fascinatie met Mexico. London schreef het ten tijde van de Mexicaanse revolutie (zie Revoluties) en voert een beginnend bokser op die de omwenteling steunt door een gevecht aan te gaan met een bekende bokser. Als hij wint, gaat de opbrengst naar de revolutionairen die er wapentuig van willen kopen. Eisenstein creëerde een echte boksring in het theater, waar het publiek aan drie kanten omheen zat. Na zijn tijd bij het Proletkult-theater kwam Eisenstein terecht bij zijn idool Meyerhold, een radicaal theatervernieuwer die door Greenaway ook even genoemd wordt.

Walt Disney
Stalin stuurde Eisenstein in 1930 naar Amerika om er een studie te maken van de verschillende geluidsystemen, ook de Russische filmindustrie wilde overgaan naar de geluidsfilm. Tijdens zijn bezoek aan Hollywood werd hij door Paramount benaderd met het verzoek een film te maken. Hij kreeg een contract van zes maanden en begon aan allerlei projecten, onder meer een adaptatie van Theodore Dreisers An Ameri­can Tragedy, die om allerlei redenen afgeblazen werden (zie Hamilton Fish III). Tijdens zijn verblijf ontmoette hij komiek Charles Chaplin — die later werd beschuldigd van communistische sympathieën — en in 1930 bezocht hij Walt Disney, die hij enorm bewon­­­­derde. Eisenstein was een groot liefhebber van de Silly Symphonies maar vooral van de ‘plasmatische’ elasticiteit van Mickey Mouse.

Hamilton Fish III
Hamilton Fish III was een congreslid met een grote afkeer van communisten. In oktober 1930 was hij voorzitter van een commissie die onderzocht of Amerika onderworpen werd aan subversieve communistische propaganda. De commissie-Fish overwoog Eisenstein te ondervragen, die door de patriottistische majoor Frank Pease bij zijn aankomst in Amerika al voor sadistische rooie hond en joodse bolsjewiek werd uitgemaakt. Communistenjagers Pease en Fish lobbyden bij Paramount om Eisensteins contract te verbreken, wat ook gebeurde, waarna Eisenstein vrij was om een film in Mexico te maken.

Upton Sinclair
Schrijver Upton Sinclair, wiens roman Oil! door P.T. Anderson is verfilmd als There Will Be Blood, had uitgesproken linkse sympathieën. Op aanraden van Chaplin financierden Sinclair en zijn vrouw Mary Craig Hunter Eisensteins opnames in Mexico (1931-1932). Sinclairs zwager Hunter Kimbrough fungeerde als liaison/producent. Dat geen van allen verstand had van filmproductie deerde eerst niet, maar leidde later tot spanningen tussen alle partijen. Toen de opnames veel langer duurden dan gepland, kreeg Eisenstein ruzie met zowel Kimbrough als de beroemde schrijver. Een geërgerde Sinclair draaide de geldkraan resoluut dicht. Eisenstein mocht zijn Mexicaanse film niet afmaken, hoewel de draaiperiode bijna voorbij was. Sinclair kreeg alle 2850 filmblikken met de rushes, zo’n 40 uur film, waaruit zonder Eisensteins ruggenspraak drie korte films werden samengesteld. Na Sinclairs dood ging het materiaal naar het MoMA, dat het eind jaren zeventig eindelijk naar Moskou stuurde. Bijna 50 jaar na de opnames stelde dit Eisensteins voormalig regieassistent Grigori Aleksandrov (zie volgend lemma) in staat op basis van Eisensteins aantekeningen een toonbare versie van Que viva México! te maken, die in 1979 in première ging.

Eduard Tisse en Grigori Aleksandrov
Eisenstein filmde in Mexico met zijn briljante vaste cameraman Eduard Tisse en werd bijgestaan door regieassistent en manusje-van-alles Grigori Aleksandrov, die hij kende uit zijn tijd bij het Proletkult-theater. Voordat het bevriende trio naar Amerika ging, bezocht het diverse Europese landen waaronder Nederland. Greenaway gebruikt de anekdote dat Eisenstein op het vliegveld opgewacht werd door een horde fotografen die dachten met Einstein van doen te hebben. Er bestaat een filmpje van zijn bezoek aan Nederland (zie YouTube), waarin onder meer te zien is dat Eisenstein tijdens een tripje naar Volendam en Marken (met mensen in klederdracht) als grap zijn gezicht verbergt achter een exemplaar van De Telegraaf.

Oktober/Extase
Veel van het archiefmateriaal dat Greenaway gebruikt komt uit Eisensteins Oktober, zijn tien jaar na dato gemaakte reconstructie van de Oktoberrevolutie van 1917 die leidde tot de val van de tsaar. Die film heeft in het Westen vaak de ondertitel Ten Days That Shook The World, de titel van John Reeds ooggetuigenboek (voor Reeds’ leven, zie Warren Beatty’s Reds). In zijn voice-over noemt Greenaway zijn film ‘Ten Days That Shook Eisenstein’. Dit slaat vooral op Eisensteins eerste homoseksuele ervaringen met zijn Mexicaanse gids Palomino Canedo maar eigenlijk ook op iets dat Eisenstein­kenners al jaren bezighoudt: Is er een breuk tussen Eisensteins filmopvattingen uit de jaren twintig en die uit de jaren dertig? Zo ja, hoe komt dit dan? Hoe belangrijk was zijn Mexicaanse avontuur hierbij? Kort gezegd legde Eisenstein voor 1932 de nadruk op (intellectuele) montage (de montage van attracties), iets wat in de jaren dertig plaatsmaakte voor bespiegelingen over hoe de toeschouwer op puur lichamelijk wijze, via emotionele en affectieve middelen, bij zijn films te betrekken, met als doel een uit zichzelf treden (‘ek-stasis’) van de kijker. De overeenkomst tussen deze twee verschillende gedachtesporen is het (ideologisch) activeren van de toeschouwer. Anders gezegd: van fragmentatie en discontinuïteit (montage) in de jaren twintig naar synthese — synchronisatie van de zintuigen — en integratie in het erop volgende decennium. Nog korter gezegd: van ideologische concepten en focus op massa’s naar interesse voor mensen en het individu.
Voor de verschillen: zie de Odessa-trappenscène uit Pantserkruiser Potemkin versus de Slag op het IJs-sequentie uit Aleksander Nevski.

Diego Rivera en Frida Kahlo
De twee kunstenaars die Eisenstein in Mexico een warm onthaal gaven was het echtpaar Diego Rivera (die werd geboren in Guanajuato) en Frida Kahlo. Tijdens zijn jaren in Moskou (1927-1928) had Rivera Eisenstein al ontmoet. Terug in Mexico trouwde hij in 1929 met Frida Kahlo, een explosief huwelijk. Rivera staat bekend om zijn enorme politieke muurschilderingen, Kahlo om haar vermenging van Mexicaanse mythologie en autobiografie. Dat Kahlo biseksueel was, past uitstekend bij zowel het idee van Greenaway over Eisenstein als Eisensteins eigen omarming van Freud, onder andere diens ideeën over biseksualiteit. In Eisenstein in Guanajuato mag Eisenstein Freuds theorie over geluk uitleggen en horen we hem lang uitweiden over Eros en Thanatos, de belangrijkste subtekst van de film. In een van de indringendste scènes bezoekt Eisenstein de gemummificeerde lichamen van de slachtoffers van een cholera-epidemie die in het El Museo De Las Momias tentoongesteld worden.

Calavera en Calacas
Een van de episodes van Que viva México! legt het Dag van de Dood-fiesta (Dia de los Muertos) vast, een jaarlijks feest waarbij de doden herdacht en geëerd worden. Het gebruik stamt uit de pre-Colombiaanse tijd en staat niet in het teken van verdriet maar juist van vreugde. De dood wordt niet ontkend of weggestopt maar omarmd. Eisen­stein was niet de enige kunstenaar die er gefascineerd door was, zie ook Malcolm Lowry’s klassieke roman Under the Volcano (prachtig verfilmd door John Huston), die zich geheel op de Dag van de Dood afspeelt.
Greenaway gebruikt enkele van de setfoto’s waarop Eisenstein staat afgebeeld met de calavera — een van suikergoed geboetseerde schedel met de naam van de dierbare overledene op het voorhoofd — en calacas: skeletten en/of maskers van een doodshoofd.

De penis
Het hart van Greenaways film wordt gevormd door de scène waarin Eisenstein ontmaagd word door zijn Mexicaanse gids Palomino, met als glijmiddel een karafje olijfolie dat Palomino meeneemt uit het restaurant van het hotel waar Eisenstein verblijft. De scène is tamelijk expliciet, met de stijve penis van Palomino pontificaal in beeld. Na afloop bloedt Eisensteins anus een beetje. Ook Eisensteins geslachtsdeel komt veelvuldig in beeld en Greenaway maakt duidelijk dat de cineast zich voor zijn lichaam schaamt, een schaamte die aan het eind van de film helemaal overwonnen is: Eisenstein voelt zich bevrijd.
Een groot gedeelte van Eisenstein in Guajanuato speelt zich af rond het hotelbed van Eisenstein, dat als het ware een podium vormt — op een doorzichtige vloer met mooi patroon. Zijn kamer wordt zo een theatrale ruimte die door cameraman Reinier van Brummelen op steeds verschillende wijze wordt uitgelicht of gebruikt voor projecties met archiefbeelden. Deze nadruk op het kunstmatige is natuurlijk typisch Green­away, die een afkeer van realisme heeft: "You can’t make realism — it’s an absolutely ridiculous cul-de-sac. And why bother trying? God has done it already."
Er bestaat overigens een fraaie foto met Eisensteins ‘penis’, het portret waarop hij een Mexicaanse cactus berijdt. Zie verder zijn talloze erotische tekeningen voor meer fantasievolle fallussen.

Revoluties
In 1910, zeven jaar voor de Russische Revolutie, begon de Mexicaanse Revolutie. Deze gedeelde geschiedenis van opstand tegen de dictatoriale onderdrukkers fascineerde Eisenstein. De revolución Mexicana was een bloedige opstand, met een grote rol voor revolutionaire helden als Pancho Villa en Emiliano Zapata, die op de grote fresco’s van muurschilders als Rivera en Orozco op indringende wijze werden geïdealiseerd. Fresco’s die bovendien iets doen wat Eisen­stein ook doet in Que viva México!: teruggrijpen op Mexico’s rijke inheemse verleden, met de Maya’s en de Azteken. Dit rijke verleden vormt grotendeels de structuur van Que viva México!, waarvan de vertelling ook over de opstand van arbeiders tegen hun bazen gaat.

Homo
Hoeveel bewijs is er dat Eisenstein homoseksueel was? De Amerikaanse criticus Parker Tyler vond dat hij in zijn films buitengewoon veel belangstelling toonde voor menselijke schoonheid, in het bijzonder voor mannelijk schoon. Zie de matrozen en fallisch oprichtende kanonnen in Pantser­kruiser Potemkin, de Teutoonse ridders in Aleksander Nevski en de ‘nichterige’ camp van Ivan de Verschrikkelijke, inclusief ontblote bovenlijven die door pijlen doorklieft worden. In zijn oeuvre is het aantal vrouwen bovendien op één hand te tellen. Tijdens zijn verblijf in Mexico begint hij weer te tekenen, waaronder opvallend veel expliciete, homo-­erotische schetsen. Ook biografisch is er wat bewijs, zo schijnt hij tijdens zijn vele buitenlandse trips homoclubs bezocht te hebben. En er is het gerucht dat Aleksandrov zijn minnaar was. Oksana Bulgakowa, een van Eisensteins recentste biografen, houdt het erop dat hij waarschijnlijk biseksueel was. Eisenstein was overigens getrouwd. In Eisenstein in Guanajuato belt hij zijn begripvolle vrouw Peta ’s nachts twee keer op om haar zijn seksuele ervaringen op te biechten. Maar zij zou vooral gediend hebben als dekmantel. Door met haar in het huwelijk te treden, was hij minder vatbaar voor mensen die hem om zijn ‘afwijkende’ seksualiteit wilden chanteren.
Door van Eisenstein een praktiserend homo te maken, en dus hun held te ‘bezoedelen’, kon Greenaway in Rusland op een vijandige ontvangst rekenen en wordt de distributie van zijn film er onmogelijk.


Filmkrant.Live verzorgt in juni een Q&A met Peter Greenaway
Filmtheater ’t Hoogt | Utrecht
23 juni
Joost Broeren