De rouille et d’os

Niet kwaad en niet goed

Voor zoete romantiek is geen plaats in de levens van Stéphanie en Ali. Maar de vrouw zonder benen en de man zonder hersens blijken een perfecte match.

Jacques Audiard, die drie jaar geleden met Un prophète internationaal doorbrak, maakt psychologische drama’s over mensen aan wie psychologie niet besteed lijkt: over levens die draaien om puur fysieke noden als eten, onderdak en bescherming. Zijn literaire evenknie vond hij in de jonge Amerikaanse auteur Craig Davidson. Verhalen uit diens bundel Rust and Bone ontleedde hij en smolt hij weer samen tot het scenario voor De rouille et d’os.
Overleven is een voornamelijk fysieke strijd en om dat te benadrukken wordt in deze film het lichaam flink geweld aangedaan. Zo verliest orkadresseur Stéphanie tijdens een show haar beide onderbenen. In haar eenzaamheid en depressie zoekt ze contact met Ali, die zich als uitsmijter van een nachtclub eerder al over haar had ontfermd.
Ali is een man die zijn prefrontale cortex zelden of nooit pijnigt. Heeft zijn zoontje Sam honger, dan jat hij. Is Sam overstuur, dan mept hij. Bespeurt hij interesse in de blik van een vrouw, dan is hij ‘opé’ — opérationnel, onverwijld bereid tot seksuele diensten. En wie werk voor hem heeft kan op hem rekenen, zonder dat Ali er vragen bij stelt. Zo komt hij onder meer terecht in de wereld van het prijsvechten. En zo laat hij zich in met bedrijfsspionage, waarbij hij partij wordt in de smoezelige strijd tussen de laagsten en de allerlaagsten op de sociale ladder. Hij bedoelt het niet kwaad en hij bedoelt het niet goed. En dat is precies waarom Stéphanie hem nodig heeft: omdat hij haar zonder medelijden tegemoet treedt. De relatie die tussen hen ontstaat is van een ontwapenende eenvoud. En het is indrukwekkend hoe Matthias Schoenaerts (Rundskop) van deze impulsieve spierbundel een diep menselijk portret neerzet. Dat maakt dat de nogal zoetsappige epiloog helaas voelt als een onnodige breuk met het verder zo gedurfde liefdesverhaal.

Sasja Koetsier