DE LAATSTE DAGEN VAN EMMA BLANK

Loslatende plaksnorren

In haar doodse duinhuis wacht Emma Blank op de dood, in Alex van Warmerdams de laatste dagen van emma blank.

Hoe erg is het dat Alex van Warmerdam inmiddels een geruststellend regelmatige aanwezigheid in het Nederlands filmlandschap is geworden? Dat we elke paar jaar een film krijgen van de maker die zo gebaat is bij verrassing en een onbevangen blik? Dat de spitsvondige dialogen, de hoekige acteerstijl, de filmische terughoudendheid, de slapstickachtige visuele grapjes, en bovenal de absurde situaties inmiddels o zo vertrouwd aanvoelen? En dat zijn films zich, zo lijkt het, steeds verder van onze realiteit en actualiteit verwijderen?
Van Warmerdams nieuwste, de laatste dagen van emma blank, speelt zich in ieder geval wederom af in die unieke wereld. Emma Blank (Marlies Heuer) is stervende, en blij toe. Ze heeft er ook het huis naar: een pikzwart geverfd landhuisje dat als een grafzerk verrijst uit het landschap, daar waar de duinen overgaan in grasland. Ondanks dat het hartje lente is staan de bomen in de tuin er kaal bij. Haar dagen en nachten zijn gevuld met wachten, wachten op de dood, bijgestaan door haar vier personeelsleden: butler Haneveld (Gène Bervoets), kokkin Bella (Annet Malherbe), dienstmeid Gonnie (Eva van de Wijdeven) en klusjesman Meier (Gijs Naber). Als mevrouw niet kijkt, duikt Haneveld bij Bella in bed, en Meier lonkt naar Gonnie. En hond Theo kijkt alles gelaten aan.

Driegangenlunch
Dat die hond gespeeld wordt door Van Warmerdam zelf, in een nette broek en overhemd en met een zonnebril op zijn onheilspellend stoïcijnse hoofd, is de eerste aanwijzing dat niets hier is wat het lijkt. Wat het wel is zal ik hier niet prijsgeven, hoewel de trailer van de film daar al opvallend ver in gaat. Maar juist de langzame opbouw van emma blank is sterk neergezet; druppelsgewijs komt de kijker gedurende het eerste uur van de film meer te weten over de werkelijke situatie achter de fictie die deze karakters voor zichzelf hebben gecreëerd. De personages achter de personages bloeden er steeds meer door, de rollen zijn niet vol te houden.
Hoe meer de kijker weet over deze fictie, hoe onhoudbaarder hij wordt. Als alles bekend is ontsporen de karakters en hun levens, en daarmee eigenlijk ook de film. Maar tot die tijd is het Van Warmerdammiaans. Met name in de almaar absurdere en ongepastere eisen die Emma haar personeel oplegt. Als mevrouw haar driegangenlunch krijgt voorgezet, kijkt het voltallig personeel hoopvol toe. Maar elke gang wordt na een enkele hap met een minachtende blik terzijde geschoven, en voortaan moet Haneveld voorproeven. En ze wil dat hij een snor laat staan, "dat je een beetje allure krijgt." Als het ding niet snel genoeg aangroeit laat ze diverse plaksnorren aanrukken.

Status quo
Maar: is het nou erg, dat Van Warmerdam onvermijdelijk tot de gevestigde orde is gaan behoren, dat hij onderdeel van de status quo is? Ja, het is erg, want het betekent dat elke nieuwe Van Warmerdam mat en tam aanvoelt, matter en tammer in ieder geval dan elke vorige; zo ook de laatste dagen van emma blank. En het is erg omdat de delen van de films die niet binnen het uitgezette patroon passen — bijvoorbeeld de scène in het snuisterijenwinkeltje in ober (2006) — onevenredig veel aandacht en hulde krijgen.
Hoewel de film genoeg bijzondere scènes heeft, ontbreekt in emma blank die ene opvallende, waarin de lijntjes van plot en verhaal even losgelaten worden — al wordt het benaderd in het gedoe met Hanevelds snor. Wat blijft is het unieke universum van Van Warmerdam: in een filmindustrie waar een maker de ruimte krijgt (of in ieder geval kan nemen) om zo’n eigen oeuvre op te bouwen, waar publiek en critici kunnen wennen aan dit soort films, doet ergens iemand uiteindelijk iets goed.

Joost Broeren