C’EST ARRIVÉ PRÈS DE CHEZ VOUS

Een schop onder de kont van CNN & Co.

Doden om den brode, Benoît Poelvoorde in C’est arrivé près de chez vous

Eén van de geruchtmakendste films tijdens het filmfestival van Cannes 1992 was de gewelddadige zwarte komedie C’est arrivé près de chez vous van de jonge Belgische filmmakers Rémy Belvaux, André Bonzel en Benoît Poelvoorde. Desondanks won de film er drie prijzen, waarna een bijzonder succesvol roulement in de Belgische bioscopen volgde. Ook tijdens het komende festival van Rotterdam zal C’est arrivé près de chez vous ongetwijfeld het nodige stof doen opwaaien.

Extreem geweld in films is niets nieuws. Meestal halen de critici er hun neus voor op, soms (Pasolini, Kurosawa) wordt het getolereerd als zijnde onderdeel van de artistieke visie van een kunstenaar. Het doorsnee bioscoop- en videopubliek doet er minder moeilijk over. Dirty Harry en Rambo, Friday the 13th en Hellraiser, het gaat er allemaal in als koek. Hoe ruiger hoe beter.
Opmerkelijk is het dan ook te constateren dat momenteel een ware golf van geweldfilms de gerenommeerde filmfestivals overspoelt, alwaar ze — na aanvankelijke aarzeling — door pers en publiek jubelend worden onthaald. Een mogelijke verklaring voor dit fenomeen is, dat de films in kwestie merendeels afkomstig zijn uit de hoek van de ‘independents’ en daarom wellicht serieuzer genomen worden dan grotere, commerciële produkties. Ze lijken in ieder geval meer geworteld in de maatschappijkritische traditie van bijvoorbeeld Taxi driver dan Die hard of The terminator. Wie dit verschijnsel eens nader wil bestuderen kan terecht bij bij het komende Film Festival Rotterdam, waar behalve C’est arrivé près de chez vous zulke spraakmakende titels als Reservoir dogs (Quentin Tarantino), The bad lieutenant (Abel Ferrara), Romper stomper (Geoffrey Wright) en Hard boiled (John Woo) de revue zullen passeren. Laatstgenoemde is overigens een vreemde eend in de bijt: een gierende actiefilm uit Hong Kong, die eigenlijk meer voortborduurt op de cinematografische geweldtraditie van Sam Peckinpah.

Humor en horror
De makers van C’est arrivé près de chez vous hebben voor hun film de in ieder geval uit budgettair oogpunt slimme structuur van een pseudo-documentaire gekozen. Een cameraploeg volgt het doen en laten van Ben (overtuigend vertolkt door Benoît Poelvoorde, één van de filmmakers), een filosofisch ingestelde seriemoordenaar die doodt om den brode. Tussen het moorden door maken we kennis met Ben’s familie en vrienden, die donders goed weten wat voor ‘werk’ hij doet maar daar een volstrekt neutraal oordeel over vellen. Gaandeweg raakt de filmploeg, die uitblinkt in slap gedrag en kritiekloosheid, meer betrokken bij Ben’s daden. Het begint met het helpen verslepen van een lijk ("Pak jij zijn benen eens even vast") en het escaleert met het in groepsverband verkrachten en op beestachtige wijze vermoorden van een vrouw. Tenslotte worden Ben en de filmploeg geliquideerd door een buiten beeld blijvende moordenaar.
Eén van de opmerkelijkste aspekten van C’est arrivé près de chez vous (de titel refereert aan een rubriek over plaatselijke criminaliteit in de Belgische krant Le Soir) is het contrast tussen humor en horror, dat bijna net zo zwart/wit is als de film zelf. Zit je het ene moment nog onbedaarlijk te lachen om een dronkemansscène waarin een brallerig loflied op ‘le cinéma’ wordt aangeheven, het volgende moment ben je getuige van een werkelijk stuitende verkrachtingsscène. In het tijdsverloop van één enkele overgang maakt een voorzichtig gevoel van saamhorigheid bij de kijker plaats voor schaamte en machteloosheid. Een ervaring die zich laat vergelijken met het al ‘zappend’ van, pakweg, Ron’s Honeymoonquiz terechtkomen in een CNN-reportage over hongerende Somaliërs. Over CNN gesproken: de in toenemende mate op sensatie beluste hedendaagse journalistiek krijgt een flinke veeg uit de pan via de klinische vanzelfsprekendheid waarmee de filmploeg Ben’s gruweldaden registreert. De boodschap is duidelijk. Een schokkende reportage verkoopt beter dan een saaie.

Maatschappijkritiek
Pas helemaal aan het einde van de film spreken de makers van C’est arrivé près de chez vous zich expliciet uit tegen gedrag en mentaliteit van hun hoofdpersonen door ze even nonchalant als hun eigen slachtoffers om het leven te laten komen. Wie nochtans van mening is dat C’est arrivé près de chez vous een gewetenloze film is omdat de meest gruwelijke gebeurtenissen elkaar aanvankelijk zonder enige vorm van veroordeling opvolgen, heeft zijn ogen in zijn zak zitten: vanaf de eerste scène, waarin Ben op zakelijke wijze uitlegt hoe je lijken moet verzwaren om te voorkomen dat ze boven komen drijven, druipt het cynisme en de maatschappijkritiek er vanaf.
Maar behalve een hard statement over de status van onze samenleving is C’est arrivé près de chez vous ook een bijzonder knap gemaakte film, waarin slimme vondsten herhaaldelijk voor verrassingen zorgen. Bijvoorbeeld in de scène, waarin de filmploeg zich verspreidt om Ben te helpen zoeken naar een verloren armband: terwijl de cameraman bij Ben blijft verwijdert de geluidsman zich en horen we alleen nog de geluiden in zijn directe omgeving. Ondertussen zien we Ben in close-up aanwijzingen zien geven, die op de geluidsband van heel ver weg lijken te komen. Simpel maar verrassend, en dat geldt eigenlijk voor de hele film.

Jan Doense