BUENOS AIRES VICE VERSA

Alejandro Agresti: Ik ben een politiek dier

  • Datum 07-10-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films BUENOS AIRES VICE VERSA
  • Regie
    Alejandro Agresti
    Te zien vanaf
    01-01-1996
    Land
    Argentinië/Nederland
  • Deel dit artikel

Tien jaar verblijf in Nederland heeft Alejandro Agresti niet helemaal onberoerd gelaten: in het Rotterdamse café waar de ontmoeting plaatsvindt, bestelt hij jonge met ijs en een portie bitterballen. Wat film betreft is de Argentijnse regisseur niet meer zo enthousiast over Nederland. Na jarenlang een flinke bijdrage te hebben geleverd aan de Nederlandse filmproduktie, werkt Agresti sinds twee jaar weer in Argentinië. De eerste vrucht van die terugkeer is Buenos Aires vice versa, een film die laat zien dat Agresti op z’n best is als het over politiek gaat.

Buenos Aires vice versa ging vorig jaar in première in Cannes en is Agresti’s eerste film sinds El acto en cuestion uit 1993. Drie jaar stilte na een periode van een à twee films per jaar, daar moet een verklaring voor zijn. Het blijkt tevens de verklaring voor de terugkeer naar Argentinië. Agresti, in het Engels: "Na El acto en cuestion beleefde ik de slechtste tijd van mijn leven. Ik was erg depressief. Ik had een film gemaakt waar ik al mijn dromen in had gestopt, alles wat ik ooit wilde uitproberen. Voor mij was die film het beste wat ik tot dan toe had gemaakt, het beste waartoe ik als filmmaker in staat was. Vervolgens werd El acto en cuestion heel slecht behandeld, dat was verschrikkelijk. Hij was gemaakt voor de VPRO, en ik heb ze gesmeekt om de film niet in drie stukken te hakken voor vertoning op tv. Ze hebben het toch gedaan, en daarna mocht hij van de VPRO niet meer in de bioscoop worden vertoond, zelfs niet in Argentinië. Ik heb dat als zeer onrechtvaardig ervaren."
Vooral Harry Hosman, filmmedewerker van de VPRO, moet het ontgelden bij Agresti en wekt nog steeds zijn woede op. "De dag nadat Roelof Kiers alsnog akkoord ging met bioscoopvertoning van de hele film, overleed hij. Harry Hosman was bij dat gesprek aanwezig, maar ontkende later glashard wat daar was afgesproken. Zulke mensen doen de kunst schade. Sommige mensen oordelen over kunst vanuit een sterke overtuiging of een oprecht gevoel, daar heb ik geen moeite mee, maar Hosman oordeelt uit onzekerheid en lafheid. Voor mij is hij een chimpansee met een mes, het enige wat ik kan doen is op hem spugen. Bij de VPRO wordt je gebruikt en weggegooid, dat kun je ook aan andere filmmakers vragen. En dat terwijl ze doen alsof ze zo kunstvriendelijk zijn."
Niet alleen het conflict met de VPRO, ook een algemeen gevoel van onvrede droeg bij aan de beslissing om niet langer in Nederland te blijven werken. "In 1993 had ik vier films in competitie op de Nederlandse Filmdagen: El acto en cuestion, Modern crimes, Everyone wants to help Ernst en Just friends, ook bekend als A lonely race. En ik kreeg helemaal niets, zelfs geen nominatie! Matthijs van Heijningen lachte me uit en zei dat ik niet altijd kon winnen. (Secret wedding won in 1989 het Gouden Kalf voor de beste Nederlandse film, tot ongenoegen van hen die de film niet ‘Nederlands’ genoeg vonden, MD) Er heerste toen zo’n houding van: wie denk je wel dat je bent, jij arrogante Argentijn. Ik had echt het gevoel dat ik niet langer welkom was in Nederland. Ik moet zeggen dat er ook andere mensen waren: Ryclef Rienstra van het Nederlands Fonds voor de Film heeft mijn projecten altijd serieus genomen, het Fonds heeft voor Buenos Aires vice versa zelfs tien procent van het budget betaald. Ik heb in Nederland met heel prettige mensen gewerkt, maar op het laatst overheerste het gevoel dat ik beter elders kon gaan werken."

Abrupte overgangen
Dus nam Agresti met het scenario van Buenos Aires vice versa deel aan een wedstrijd in Argentinië en ging hij met het gewonnen geld aan de slag in zijn vaderland. Met documentair aandoende ruwheid en beweeglijkheid volgt Buenos Aires vice versa een aantal personages in de Argentijnse hoofdstad. Aanvankelijk is er niets dat hen verbindt, maar geleidelijk wordt duidelijk dat zij allen de last van het dictatoriale verleden — de periode tussen 1976 en 1982 — met zich meedragen, daar op verschillende manieren door getekend zijn en daar op verschillende manieren mee omgaan. Juist de overgang van de schijnbaar alledaagse chaos en willekeur naar het beklemmende verband dat zich in de loop van de film openbaart, maakt Buenos Aires vice versa tot een indrukwekkende film met een sterke, onderhuidse politieke lading. Agresti maakt gretig gebruik van jumpcuts om abrupte overgangen te maken en de vitaliteit van het stadsleven te benadrukken.
Dat het een levendige film moest worden, was al snel duidelijk. "Bij terugkeer zag ik de stad opnieuw, en ik voelde de noodzaak om die chaos in me op te nemen. In Nederland heb ik teveel films gezien die esthetisch perfect waren: heel gestileerd, maar steriel." Zoiets als Modern crimes? "Ja precies, zelf heb ik dat ook gedaan, maar Modern crimes was ironisch bedoeld, dat was een bewuste keuze om Nederland te presenteren met strakke kaders. Vaak moet bij dat soort films het precieze uiterlijk het gebrek aan inhoud verhullen. Met Buenos Aires vice versa wilde ik niet zo’n minimalistische film, maar juist maximaal, met veel verhalen en veel energie erin." De documentaire stijl ligt daarbij voor de hand, maar was min of meer toeval. "Het lijkt op een documentaire aanpak, maar zo is het niet bedoeld. Het uitgangspunt was dat alle formele omstandigheden zodanig werden aangepast dat de camera de actie kon volgen, dat de acteurs helemaal vrij waren en wij zo dicht mogelijk bij de personages konden komen die zij vertegenwoordigen."

Verdwijningen
In de periode dat de militaire dictatuur Argentinië in zijn greep hield, veranderde Agresti van een 15- in een 21-jarige. Bij uitstek een leeftijd waarin een wereldbeeld wordt gevormd en bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal was dat wereldbeeld voor Agresti de dictatuur: hij dacht dat de wereld er zo uitzag, voor hem was onderdrukking de normale situatie. Een week nadat de militairen aan de macht kwamen verliet hij het ouderlijk huis, gedurende de dictatuur was hij lid van de Federatie van Jonge Communisten. De verdwijning van vrienden was ‘normaal’. Agresti bevestigt dat bijna al zijn films, tot en met de verdwijnact van de goochelaar uit El acto en cuestion, verwijzen naar de militaire dictatuur. "Ondanks mezelf is dat mijn eeuwige thema. Het is niet iets dat ik wil of zoek, maar het overkomt me altijd. Als filmmaker ben ik er door getekend, en ik heb er vrede mee. Ik ben een politiek dier."
Het thema blijft gelijk, maar de toon is veranderd. Ging het in Love is a fat woman (1987) en Secret wedding (1988) nog ondubbelzinnig over verdwijningen, in Buenos Aires vice versa wordt het onderwerp zeer impliciet behandeld. Is het niet langer gepast of nodig om uitgesproken te zijn? "Het heeft te maken met het verstrijken van de tijd. Aan het einde van Love is a fat woman laat ik iemand zeggen dat er 30.000 mensen vermoord zijn. Dat was toen nodig, toen was het goed om uitgesproken te zijn. Die film stond nog dichtbij de gebeurtenissen waar hij over ging, je kunt dan geen afstand nemen. Ik zou laf geweest zijn als ik dat wel gedaan had in die omstandigheden. Nu zijn we tien jaar verder, nu kan ik de situatie van een afstand bekijken en kan ik het me permitteren om subtiel te zijn."
Niet iedereen in Argentinië zal gelukkig zijn met de subtiliteit van die boodschap. Volgens Agresti wilde de organisatie van het festival van Mar del Plata, waar de film onlangs onder andere de internationale persprijs ontving, aanvankelijk geen vertoning van Buenos Aires vice versa omdat men de film ‘te politiek’ vond. Voor vernielde bioscopen à la Evita hoeft men echter niet te vrezen, want tot nu toe werd de film goed ontvangen door het Argentijnse publiek. "Deze film is vooral gemaakt voor een Argentijns publiek. Ik wil ze laten zien dat de militairen niet kwamen zoals de nazi’s hier, het waren geen mannetjes in vliegende schotels die van buiten kwamen en de boel gingen bezetten. Zij zijn de slechtste verschijningsvorm van onze samenleving, maar ze zijn deel van onze samenleving. Wij zijn hen."
"Ik wil de tegenstellingen en de verwarring laten zien, de onaangename emoties die we misschien niet willen zien, maar die er wel zijn. Tachtig procent van de bevolking collaboreerde met de militairen, daar gaat mijn film over. Macht kan makkelijk worden afgebroken, maar de mensen die samenwerken met de macht zijn veel moeilijker te bestrijden omdat ze met zoveel zijn. De grote groepen die afhankelijk worden gemaakt, daar zit het echte gevaar. In Argentinië heerst het mechanisme van zo snel mogelijk vergeten. Ik wil geen slecht nieuws brengen, maar ik alleen zeggen dat mensen er over na moeten denken en niet moeten vergeten wat er gebeurd is. In wezen is de situatie in Argentinië nog nauwelijks veranderd." Op de vraag of hij een moralist is, geeft Agresti een lachende bevestiging: "Dat is mijn vreselijke karma."

Sociale zekerheid
Buenos Aires vice versa is krachtiger en overtuigender dan de films die Agresti in Nederland maakte. Het lijkt alsof zijn talent pas werkelijk tot zijn recht komt in een omgeving waar iets bevochten moet worden en waar hij zich verbonden voelt met die strijd. Agresti volhardt in een meer prozaïsche verklaring voor het verschil in kwaliteit.
"Het probleem in Nederland is dat er niets gebeurt, dat is heel moeilijk voor een filmmaker. Ik was hier en ik heb gedaan wat ik kon. Ik denk nog steeds dat mijn films, in vergelijking met andere Nederlandse films, niet slecht zijn. Kijk, ik heb een zoon in Nederland en ik moest de rekeningen betalen, dus als ze mij betalen dan maak ik films en…"

Ik heb het niet over geld, maar over artistieke bevrediging. Is die niet groter in Argentinië? "Nee, en dit moet je echt in het artikel zetten: ik heb nooit een beroep gedaan op de sociale zekerheid in de periode dat ik hier woonde. Veel mensen, zelfs mijn producent die failliet ging aan Peter Greenaway, zeiden tegen mij dat ik niet zoveel films hoefde te maken want dat ik best geld kon krijgen van de overheid, dankzij mijn Italiaanse paspoort. Maar ik heb het nooit gedaan, dat kun je nakijken. Ik maakte zoveel films omdat ik mijn rekeningen moest betalen."

Afgezien van het geld moet het maken van Buenos Aires toch persoonlijker, en daardoor bevredigender, geweest zijn dan het maken van bijvoorbeeld Modern crimes? "Alles is geld. Je kunt nog zulke mooie ideeën hebben, maar als je je huur niet kunt betalen, wat moet je dan doen? Voor mij was films maken de enige manier om te overleven hier. Ik ben te trots om geld aan te nemen van de overheid, daar ben ik te Italiaans voor."

Maar afgezien van het geld… "Ik heb het ook niet over geld, ik heb het over overleven. Als ik van de VPRO f 8000,- krijg voor zes maanden werk, dat is geen geld verdienen, maar overleven. Nederlanders beschouwen het als logisch dat je kunt overleven zonder te werken, maar zonder werk kan ik niet leven. Ik accepteer geen geld zonder werk, dat zal ik nooit doen."

Hoe het ook zij, Agresti is hard bezig om de laatste verloren Nederlandse jaren in Argentinië in te halen. De opvolger van Buenos Aires vice versa heet La cruz en wordt op dit moment bekeken door de selectiecommissie van het Filmfestival van Cannes. Alejandro Agresti is terug, sterker dan ooit.

Mark Duursma