Bad Boy Bubby

Boodschappen doen met een gasmasker op

  • Datum 30-09-2010
  • Auteur Thessa Mooij
  • Gerelateerde Films Bad Boy Bubby
  • Regie
    Rolf de Heer
    Te zien vanaf
    14-04-1994
    Land
    Australië
  • Deel dit artikel

Bad Boy Bubby is een akelige film. Regisseur Rolf de Heer vat nogal wat koeien bij de hoorns in deze film: religie, Oedipus, alcoholisme, homofobie en het milieu. Voeg daar een sterk verouderde moraal aan toe en een draak van een film is geboren.

De film begint aardig. De gestoorde Bubby en zijn gestoorde moeder leven in een ouderwets ingerichte en smerige krottenwoning. Overdag slaat zijn moeder hem (“Stilzitten!!!”) en ’s avonds berijdt ze hem (“Bubby is een lieve jongen”). Ze terroriseert de 35-jarige Bubby met een buitengewone godsvrees, zodat hij eeuwig in haar macht zal blijven. Hij heeft nog nooit de woning verlaten, want buiten zal hij stikken door giftige dampen. Moeder zet altijd een gasmasker op als ze boodschappen gaan doen.

Vanwege dat gasmasker gaat Bubby experimenteren met ademhalen en verstikking. Dit kost de kat haar leven. Als Bubby’s alcoholistische vader plotseling na 35 jaar opduikt, tuimelt zijn leven ondersteboven. Bubby’s nachtelijke rol als lieve jongen wordt met verve overgenomen door zijn vader, die geen genoeg kan krijgen van moeders enorme borsten — een symbool dat tot vervelens toe zal terugkeren. Dankzij zijn experimenten weet Bubby nu hoe levende wezens doodgaan. Hij draait door en doodt zijn ouders.

Onschuld
Tot zover is de film akelig op een goede manier: de terreur, de viezigheid en de gekte wekken interesse bij de kijker op. Hoe kan een mens in godsnaam zo leven? De gevaarlijke buitenwereld ligt helemaal open voor Bubby. Legio mogelijkheden voor de van Nederlandse afkomst Australische regisseur Rolf de Heer om dit in te vullen. Helaas. Na deze duidelijke cesuur in de film — we hebben inmiddels het volledig verwoeste krot verlaten — volgt een oneindige reeks avonturen waarbij Bubby’s onschuld systematisch het onderspit delft.

In deze schelmenroman zonder schelm vindt Bubby alleen troost in muziek. De leden van een ouderwets new wave bandje zijn dan ook zijn enige vrienden in de buitenwereld. De door hen aangeboden blonde groupies wil hij niet, vanwege hun ‘tiny tits’. Verpleegster Angel wil hij wel, want zij is een mooie jonge versie van zijn moeder, die al een uur na kennismaking voor hem haar uniform openritst en over een stel ‘perfecte’ (lees: gigantische) borsten blijkt te beschikken. Bubby zwerft doelloos door het havengebied van Adelaide en valt van de ene anekdote in de andere. Soms zijn ze grappig bedoeld. Iedere keer weer hamert De Heer op de schoonheid van Bubby’s onaangepastheid.

Bubby’s bestaan in de buitenwereld bevalt slecht. De stelselmatige mishandeling van zijn moeder — een opvoeding kun je het nauwelijks noemen — heeft van hem een week slachtoffer met een afwachtende houding gemaakt. Met seks heeft hij geen enkel probleem, maar begrippen als geld, macht en bedrog zeggen hem niets. Daardoor zal hij ook in de buitenwereld het eeuwige slachtoffer blijven, ondanks het feit dat hij van een atheïstische kerkorganist het advies krijgt om God bij het grofvuil te zetten en de verantwoordelijkheid voor zijn leven in eigen handen te nemen.

De verheerlijking van Bubby’s pure naïeviteit lijkt de ruggegraat van de film te zijn. Het bange vermoeden wordt door De Heer zelf bevestigd: “Door gebruik te maken van Bubby’s onbevooroordeelde kijk op de wereld kon ik aspecten van mensen en van de maatschappij inspecteren.” Deze thematiek is buitengewoon ouderwets. Op zich geen schande, ware het niet dat De Heer niets nieuws heeft toe te voegen aan die belegen sociobabbels. Bovendien neemt hij met zijn kruistocht tegen religie, hypocrisie, alcoholisme, de moderne media, corruptie, homofobie, en het milieu net iets te veel hooi op zijn vork.

Peleton
Ook op filmtechnisch gebied wil De Heer alle kanten uit. Hij liet het geluid stereo opnemen via twee microfoontjes in de pruik van Bubby-vertolker Nicholas Hope, zodat de kijker alles net als Bubby hoort. De regisseur gaat er prat op dat dit ‘binaurale’ geluid een wereldpremière is. Helaas merkt de kijker helemaal niets van dit special effect. Daarnaast heeft De Heer voor de buitenwereld gebruik gemaakt van maar liefst dertig verschillende cameramensen, voor iedere locatie een ander. Op die manier wilde hij de verwarring van Bubby visualiseren. De laatste veertig minuten zijn weer door vaste cameraman Ian Jones gefilmd. Het peloton cameramensen draagt alleen maar bij aan de breuk tussen het eerste deel van de film, waarin een fascinerende, weerzinwekkende wereld wordt getoond, en het tweede deel, dat Bubby als een perpetuum mobile door de grote boze wereld slingert.

De Heer wilde teveel met Bad Boy Bubby: maatschappijkritiek leveren (hoe lang hebben we dat woord niet gehoord?) én een leuke Australische road movie maken. Je hebt een leukere avond met een videootje van Mad Max of Godard.