Willem Timmers over Aan de andere kant

'Ik wilde zwart tegenover wit stellen, om vervolgens grijze gebieden te vinden'

In de reeks Hollandse Nieuwe komen negen makers aan het woord wier film op de 38ste editie van het Nederlands Film Festival in première gaat. Willem Timmers spiegelt in Aan de andere kant twee dorpen met dezelfde naam aan weerzijden van de wereld: Bakel in Brabant en in Senegal.

Door Mariska Graveland | Portret Angelique van Woerkom

Waar gaat je film over?Aan de andere kant gaat over twee dorpen met precies dezelfde dorpsnaam: Bakel in Brabant en Bakel in Senegal. Via een mozaïek aan dorpelingen uit beide Bakels worden de twee werelden aan elkaar gespiegeld. Je komt er geleidelijk aan achter dat de twee meer gemeen hebben dan alleen hun dorpsnaam. Ze worden elkaars parallelle universum.
“Uiteindelijk gaat de film ook over onze blik op en onze vooroordelen over de ander. Door de spiegelingen vormt het ook juist een universeel portret van de mens, waarbij ik de heersende clichés over de twee plekken als uitgangspunt heb genomen. Beide Bakels worden geteisterd door vooroordelen die heersen over Afrikaanse en Brabantse dorpen. Juist door ze voortdurend door elkaar heen te weven, gaan deze plekken en personen een andere betekenis krijgen en ontstijgen ze de clichés. Het Brabantse is niet meer alleen Brabants, het Afrikaanse niet meer alleen Afrikaans.”

Waarom wilde je deze film maken? “Opgegroeid in een dorp dat ook een naamgenoot elders op de wereld heeft, ben ik vaak nieuwsgierig geweest naar die andere kant. Hoe zou dat andere dorp anders en tegelijkertijd ook hetzelfde zijn? En wiens leven op die plek zou het dichtst bij het mijne staan? Het leek me interessant om een parallel universum af te dwingen, op basis van slechts één enkele overeenkomst. De film moest een experiment worden in het geforceerd vergelijken van leefwerelden en in het stoïcijns negeren van het toeval.
“Er bestaan veel dorpen en plekken die qua naam ook elders op de wereld voorkomen, en ik wilde de twee plekken kiezen die op het eerste gezicht het meest contrasteren. Ik wilde zwart tegenover wit stellen, om vervolgens de grijze gebieden ertussen te kunnen duiden. Overeenkomsten zoeken daar waar enkel verschillen lijken te zijn, leek me uitdagender dan verschillen vinden in quasi-kopieën. Na flink gegoogle leken de twee Bakels het meest geschikte strijdtoneel.”

Mijn volgende film wordt nu eens… “Ik heb een drietal films in de startblokken staan. Al die films hebben een soortgelijke thematiek, ze gaan allemaal over vooroordelen en de blik op de ander. Het is een thematiek die ik belangrijk vind en die ook actueel blijft. Financiering vinden voor films blijft lastig, zeker wanneer je nog geen uitgebreid portfolio hebt en de juiste mensen niet kent bij de fondsen. Mijn producent Ilja Kok en ik zijn momenteel alternatieve wegen aan het verkennen voor filmfinanciering.”

Dit zou de Nederlandse film nodig hebben… “Hoewel ik niet snel zou spreken van ‘de Nederlandse film’, mis ik flink wat lef in het Nederlandse filmlandschap. Dit geldt zowel voor financiers als voor makers. Bij fondsen voelt het vaak alsof je je idee eerst volledig doorgedacht en uitgekauwd moet hebben voordat die camera eenmaal aan mag. Vooral in de documentaire is dat soms best paradoxaal en frustrerend, omdat er dan minder ruimte is voor spontaniteit en mooie ongelukjes voor je lens. Ook mis ik het lef om jonge makers met een eigenzinnig, gekkig filmplan een kans te geven.
“Ook zou ik lef bij makers willen aanmoedigen om buiten categorieën en genres te denken. Filmisch experiment en het zoeken naar meer hybride vormen zou wat mij betreft meer gestimuleerd moeten worden. Ik zou het tof vinden als bijvoorbeeld fictiefilms wat meer verteltechnieken van de documentaire zouden gebruiken, of vice versa. Alleen al om die reden kan ik films van Ulrich Seidl zo waarderen.”

Dit was een bepalend filmmoment in mijn leven… “Mijn jeugd bracht ik door op een Amerikaanse legerbasis. Af en toe draaiden ze in de lokale bioscoop films onder de noemer ‘world cinema’. Toen ik elf was nam mijn moeder me mee naar de film Zusje van Robert Jan Westdijk. Daar, te midden van een overwegend Amerikaans publiek, keken we naar ongemakkelijke scènes met ondeugende acteurs en onorthodoxe verhaallijnen. Halverwege de film verlieten we, als een van de laatsten, de zaal. Mijn moeder zei dat ze de film te saai vond, maar dat betwijfel ik tot op heden. Ik had de film graag afgekeken, maar misschien niet met mijn moeder aan mijn zijde. Nederlandse films kregen vanaf dat moment de stempel vrijzinnig, zeker in vergelijking met de blockbusters uit Hollywood die ik daar zag. Het bleek echter een stempel die in de jaren na mijn jeugd langzaamaan is weggevaagd.”

Te zien op het Nederlands Film Festival en tegelijkertijd in het Senegalese Bakel.