Roy Seerden over At Midnight Plays a Dance-Tune

'Ik kijk gênant weinig films'

Roy Seerden

In de reeks Lichting 2018 interviewt de Filmkrant de hele zomer vers afgestudeerd filmtalent van verschillende academies. Eerste in deze reeks is Roy Seerden (Filmacademie). In zijn energieke en verschillende stijlmiddelen tegen elkaar aanplakkende documentaire At Midnight Plays a Dance-Tune combineert hij de roes na het overlijden van zijn moeder met de zoektocht naar zijn oude jeugdheld en buurman, de uit zijn huis gezette Antoine. “Ik ben van mezelf heel open, maar ik moest toch wel een drempel over.”

Waar je documentaire voor mij met name overging was hoe je de impact van de dood van je moeder moet verbeelden. Was dat vraagstuk voor jou ook echt je uitgangspunt? “Het ging voor mij gek genoeg vooral om de tijd die daarop volgde. Je hoort mensen die ziek zijn weleens zeggen dat ze opeens meer gaan genieten van het leven. Zoiets was het voor mij ook. Een kleurrijke wereld, losgerukt van de werkelijkheid. Verwachtingen van anderen deden er niet meer toe. Wat er wel bij kwam kijken is dat ik mijn geld uitgaf aan pizza bestellen en verder alleen drugs. Dat ik nauwelijks sliep, seks had met mannen die twee keer zo oud waren en waarvan ik de naam niet eens kende. Ik had de auto van mijn moeder geërfd en als ik dan de muziek hard had staan en echt het gaspedaal induwde, dan pas merkte ik dat ik bij mijn gevoel kon komen.
“Dat speelde enerzijds. Anderzijds was er het bewustzijn van een buitenwereld. De oordelen van ‘het gaat niet goed met die jongen, die slaat het verkeerde pad in’. Dat is waar mijn buurman naar binnen komt fietsen. Toen ik klein was keek ik tegen hem op. Hij was ouder en toch wel een coole gast. Maar hij teisterde de buurt ook met soms nachtenlang het klassieke stuk Danse Macabre op repeat. Ik herinner me dat ik in bed lag en muziek hoorde die voor mij de associatie had met de Efteling en het spookhuis waar ik uit was gerend omdat ik het super griezelig vond. Hoe de buren inclusief ikzelf naar Antoine keken, daarin zag ik een parallel met mijn situatie. Die twee werelden wilde ik dus graag naast elkaar zetten.”

Vervolgens ga je daar dan een film over maken, over zoiets persoonlijks. Wat is dan je aanpak? Hoe breng je over aan je crew wat jullie gaan doen? “Ik ben heel blij met hoe de film geworden is, maar ik heb de crew wel wat aangedaan met deze film. Ik denk dat ik net genoeg afstand voor reflectie had, maar sommige dingen waren nog zo vers dat ik alleen kon zeggen: ‘Het moet zo, ik weet niet waarom maar het moet zo’. Ik heb het geluk dat mijn werk wel aanspreekt op school. Mensen weten dat als ze voor mij kiezen dat het niet een rechtlijnige weg gaat zijn met scène 1: ze gaan eten, scène 2: ze gaan dit doen. Gelukkig werkte ik dus met een crew die erin geloofde dat het goed kwam, maar op sommige momenten stonden we wel maar wat te doen.
“Ik vond het ook belangrijk dat we ons lieten inspireren door kunst en muziek en alles wat voor jou maar een ingang is, een manier om het onderwerp van de film te kunnen vergelijken. Iemand vergeleek het bijvoorbeeld met een jointje roken en dat hij op een gegeven moment dan in een bepaalde flow kwam. Felix, de producent, kwam met fragmenten uit Haruki Murakami’s roman Dans, Dans, Dans.
“Ik vind dat een heel fijne manier van werken als een crew dingen aandraagt en meedenkt en -zoekt, met voorbeelden komt, ook om te toetsen. Dan weet je, ja dit wel en dat niet. Zo kom je langzaam steeds meer op hetzelfde spoor.”

Je moest voor deze film ook letterlijk heel open zijn, in beeld. Je leerfetisj zit erin, een seksscène. Hoe was dat om te doen? “Ik ben van mezelf heel open, maar ik moest toch wel een drempel over. Ik heb een relatie en mijn vriend wist er niks van dat ik vreemdging met meerdere mannen. Wat die scènes betreft liet ik details zo lang mogelijk achterwege. Ik informeerde de crew pas op het laatste moment, wanneer ze het echt moesten weten en er niet meer op in konden gaan. Ik had van tevoren wel gezegd dat er seks, drugs en rock ’n roll in zou komen, maar hoe zich dat uitte liet ik bewust in het midden. Gek genoeg pakte dat het best uit tijdens de seksscène. Dat ging heel professioneel en met een bepaalde afstand. We hebben daar echt documentaire zitten draaien.
“Een docent dacht ook dat mijn grootste drempel zou kunnen zijn dat ik het gevoel zou hebben dat mijn moeder dit zou kunnen zien. Dat speelde voor mij echter niet. Dat komt ook omdat ze actrice had willen worden, maar dat lag vroeger allemaal niet zo makkelijk. Ze heeft zichzelf vervolgens in de zorg weggecijferd, is nooit zelf aan bod gekomen. Ze heeft dus nooit kunnen fladderen zoals ze diep vanbinnen widle. Met die vrijheid laat ik haar voor mijn gevoel ook zelf aan het woord.”

Je film is heel eigen. Zie je jezelf überhaupt wel in een bepaalde traditie? “Nee, zo zit ik niet in elkaar. Ik kijk ook gênant weinig films. Het zit mij in de weg soms. Ik vind het heel belangrijk dat als je een film gaat maken, dat je niet een dubbele film maakt, niet iets gaat maken dat er al is. Ze zeggen wel altijd: ‘Alles bestaat al’, maar ik merk dat ik daar heel erg boos om wordt. Waarom blijven we dan allemaal dezelfde filmprincipes gebruiken?”

Diverse afstudeerfilms zullen te zien zijn op het Nederlands Film Festival dat van 27 september tot en met 5 oktober plaatsvindt in Utrecht.