Venetië 75

Je onderdompelen in Venetië

Sunset

‘Een programma zoals je dat maar eens in de tien jaar ziet’, noemde artistiek directeur Alberto Barbera de selectie van de 75e editie van ‘zijn’ filmfestival Venetië op voorhand. Hij kreeg gelijk op een editie vol sterren voor én achter de camera, en een hoofdrol voor subjectieve cinema.

Door Joost Broeren-Huitenga

Bij de opkomst van het nieuwe medium virtual reality wordt tot nu toe vooral de vraag gesteld: hoe is dit een  aanvulling op cinema en andere bestaande kunstvormen? Maar nu de 360-graden-werken langzaam maar zeker hun eigen vormprincipes beginnen te krijgen, wordt misschien een interessantere vraag hoe die weer terugsijpelen naar de media die eraan vooraf gingen.
Die gedachte drong zich op uit het filmprogramma van de 75e editie van het filmfestival Venetië. Het oudste filmfestival ter wereld is tot nu toe het enige dat VR (misschien ietwat prematuur) als volwaardige nieuwe vorm heeft omarmd: net als vorig jaar presenteerde het festival een uitgebreide selectie in een eigen competitie. En iets daarvan lijkt terug te vloeien naar de films in het ‘traditionele’ hoofdprogramma van de ‘Mostra del Arte Cinematografica’. Alsof filmmakers nog maar even willen bewijzen dat hun plat geprojecteerde beelden toch echt óók een enorm gevoel van onderdompeling kunnen bewerkstelligen.

Uit de eerste persoon
Zie bijvoorbeeld Damien Chazelle’s First Man, de openingsfilm van het festival. Keer op keer plaatst de maker zijn publiek letterlijk in de schoenen van astronaut Neil Armstrong, de eerste man die voet op de maan zette. Die strategie kiest hij vooral in de enerverende beelden van de testvluchten, lanceringen en ruimtereizen die de rust van het normale leven op aarde keer op keer bruut doorbreken.
Wanneer Armstrong in de cockpit zit, zet Chazelle ons in zijn hoofd, met een wirwar van chaotische point-of-view-shots (knipperende alarmlichten, losrammelende schroefjes) en een uiterst subjectief geluidsontwerp waarin de kalme stemmen van ‘ground control’ vaak overstemd worden door de rusteloze ademnood die de bovenmenselijke inspanning bij de buitengewoon gewone man Armstrong veroorzaakt. En wanneer Armstrong uiteindelijk die beroemde eerste stap op de maan zet, zien we zijn voet dat door zijn ogen doen. Vervolgens trakteert Chazelle ons op een langzame camerazwenk die 360 graden ronddraait, zodat we de immense leegte van het maanlandschap goed in ons opnemen.
Die eerste-persoons-blik bleef het hele festival een rode draad. Hij was er in Sunset, waarin László Nemes’ de tot in het extreme doorgevoerde subjectiviteit die hij met het gevierde Son of Saul in het leven riep verder uitkristalliseert voor een verhaal over het chaotische Boedapest van kort voor de Eerste Wereldoorlog. En het was er in Peterloo, Mike Leighs teleurstellend didactische weergave van een vrijwel vergeten slachting van een groots arbeidersprotest door Britse regeringstroepen in het Manchester van 1819. Verreweg de beste scènes in het langdradige epos zijn die van de climactische strijd op het St. Peterplein. Juist door niet de gigantische mensenmassa te tonen, maar de kleine, persoonlijke momenten binnen die chaos, benadrukt Leight de grootsheid van de gebeurtenissen: van de toeschouwer die klaagt dat ze de speeches niet kan horen tot de individuele soldaat die zijn reserves opzij zet en op mensen begint in te hakken.

Medeleven voor domheid
Nog een voorbeeld: de vernederingen die Clare (Aisling Franciosi) ondergaat in The Nightingale van Jennifer Kent (The Babadook), de enige vrouwelijke regisseur met een film in de competitie. Dat feit kwam de organisatoren van het festival op een terechte stroom aan kritiek te staan, en artistiek directeur Alberto Barbera kwam in zijn reactie daarop niet verder dan de aloude riedel dat "de kwaliteit voorop staat" en hij "vrouwen niet zou voortrekken". Het zijprogramma Venice Days stuurde een ronkend persbericht uit over het feit dat in hun programma wél een significant deel van de selectie door vrouwen was geregisseerd, en in het Venetiaanse straatbeeld verschenen als stil protest diverse t-shirts met de namen van gevierde vrouwelijke makers, van Agnès Varda tot Greta Gerwig.
In de tweede helft van het festival tekende de organisatoren schoorvoetend alsnog een document van de organisatie 50/50×2020, als laatste grote festival in Europa. Niet dat dat heel veel voeten in de aarde heeft: de enige concrete beloftes die eraan vast zitten, zijn om vanaf nu ‘openheid van zaken’ te geven over het percentage inzendingen van vrouwelijke makers en over de genderverdeling in hun selectiecommissies. Maar het is een begin.
Die kleine stap vooruit kreeg een staartje bij de persvertoning van The Nightingale, waar een Italiaanse criticus iets als "Ga je schamen, teef!" naar het scherm riep toen tijdens de aftiteling Kents naam in beeld kwam. De regisseur reageerde tijdens haar persconferentie de volgende dag bewonderenswaardig kalm: "Het is van het grootste belang dat we met medeleven en liefde reageren op dit soort domheid. Dat is onze enige optie." Uiteindelijk werd de film beloofd met de Speciale Juryprijs.
Iets vergelijkbaars bepleit ook de film zelf, een in de Australische wildernis gesitueerde western waarin Clare de achtervolging inzet op de soldaten die haar hebben verkracht en haar man en pasgeboren kind ombrachten. Maar wat in eerste instantie lijkt af te stevenen op een bruut wraakverhaal, wordt gaandeweg vele malen complexer en gelaagder. En ook deze regisseur kiest op strategische momenten voor het point-of-view van haar hoofdpersonage: tijdens de twee verkrachtingen waarvan Clare slachtoffer wordt, kijken we door haar ogen op precies de momenten dat ze wegkijkt van haar onafwendbare noodlot, en haar ogen wegdraait naar het plafond of een haardvuur. Een overlevingsstrategie die niet uitgelegd hoeft te worden, omdat je hem meevoelt.

The Nightingale

Vissenoog
Het point-of-view shot was niet de enige techniek die aan VR deed denken. Her en der doken ook beelden op die met een fish-eye-lens leken te zijn gedraaid. Met hun bollende vervorming lijken die beelden je, net als de VR-omgevingen, een klein beetje te omarmen. Yorgos Lanthimos presenteerde de meest extreme vormen daarvan in The Favourite, zijn meedogenloze satire op het zeventiende-eeuwse Britse hof van Queen Anne. Hij gebruikt de vervormde beelden vooral om het groteske te benadrukken van de elitaire wereld waarin hij ons onderdompelt.
Maar vaker was de blik door het vissenoog een signaal van realisme, en lijkt het daarmee een uitloper van de reputatie die VR heeft om je écht in een andere wereld te kunnen plaatsen. Het geldt bijvoorbeeld voor enkele concertbeelden uit A Star Is Born, Bradley Coopers vierde versie van het in Hollywood zeer geliefde verhaal rond een verlopen ster en de getalenteerde ontdekking die hem voorbijstreeft. En al gebruikt Carlos Reygadas niet letterlijk een fish-eye in zijn rijke relatiedrama Nuestro tiempo, ook de met anamorfe lenzen gedraaide en daardoor aan de randen vervagende breedbeeld-shots die hij veelvuldig inzet schreeuwen: dit is echt. Dat gevoel werd nog versterkt door het feit dat Reygadas, zijn echtgenote en hun kinderen zelf de hoofdrollen spelen.
Reygadas was opvallend genoeg in de minderheid als regisseur die een in het heden gesitueerde film maakte. Van de 21 titels in de competitie speelde (afhankelijk van waar je de grens tussen ‘heden’ en ‘verleden’ precies legt) driekwart tot tweederde zich ergens ‘vroeger’ af. En juist veel van de schaarse in het nu gesitueerde films hielden zich, zoals Reygadas, verre van de schurende politieke en maatschappelijke realiteit: Olivier Assayas’ personages blijven heerlijk kabbelend babbelen in zijn verrassend lichtvoetige Doubles vies.

Lanceerplatform
Dat Reygadas en Assayas relatief kleine namen waren in deze competitie, spreekt boekdelen over de kracht van het programma. De competitie telde een ongekende reeks films van regisseurs van naam, van Julian Schnabels Vincent van Gogh-biopic At Eternity’s Gate via het regiedebuut van acteur Brady Corbet met Vox Lux tot aan Luca Guadagnino’s remake van Suspiria. En maar weinig van die films vielen tegen.
Venetië had profijt van de ruzie tussen Netflix en het festival van Cannes: de streamingdienst werd geweerd op de Franse Croisette, maar bracht zes titels naar het Italiaanse Lido, waaronder drie in competitie: Paul Greengrass’ 22 July, een reconstructie van de terroristische aanslagen in Oslo en op het eiland Utøya in 2011; de western-anthologie The Ballad of Buster Scruggs van de broers Coen, die naar huis ging met de scenarioprijs; en Alfonso Cuaróns autobiografische epos Roma, over zijn jeugd in Mexico in de jaren zeventig.
Kers op de taart voor de streaminggigant: die laatste film won de Gouden Leeuw en lijkt hard op weg naar een zegetocht bij de Oscaruitreikingen in januari. Met zijn gunstige timing in het najaar heeft Venetië zich de afgelopen jaren steeds steviger gepresenteerd als lanceerplatform voor Oscarkandidaten — in elk van de afgelopen vijf jaar begon een winnaar van het beeldje voor Beste Film en/of Beste Regie zijn weg in Venetië. Dat werpt nu zijn vruchten af. Wat betreft artistieke kracht wint Cannes het nog altijd, maar qua sterrenkracht is Venetië op dit moment de baas.