The Killing of a Sacred Deer
Visages villages
Happy End
A Ghost Story
Battle of the Sexes
Zo of zo en zo

DE ZEE DIE DENKT

Nederland, 2000 | Gert de Graaff
Al die vragen over het wezen van de mens en het doel van zijn leven. Wie ben ik? Wat is echt? Bestaat de werkelijkheid of bestaan er alleen maar aannames over de werkelijkheid? Simon Mágus en De zee die denkt houden zich op totaal verschillende wijze met deze hersenkrakers bezig.

Hij is een weerbarstige wonderdoener, Simon Mágus uit de gelijknamige film van Ildikó Enyedi, wiens naam verwijst naar de gelijknamige mysticus uit de vroeg-christelijke tijd. Maar de Hongaarse magiër die anno 1998 met tegenzin naar Parijs komt om een moord op te lossen en terloops de uitdaging van een oude rivaal aanneemt om drie dagen levend begraven te worden, is niet zo hoogmoedig als zijn illustere voorganger. Hij is vooral moe. Moe van toverkracht en paranormale trucs. Moe van een wereld die wonderen verlangt.
De Hongaarse regisseuse Ildikó Enyedi (1955) liet zich voor haar vijfde lange film inspireren door de verborgen geschiedenis van Simon de Magiër. Volgens officiële bronnen kwam de mysticus Simon in de eerste eeuw na Christus uit het Midden-Oosten naar Rome. Na zich aanvankelijk bij de eerste christenen te hebben aangesloten, bracht hij zichzelf in diskrediet door zijn krachten te willen meten met Sint Pieter en het uitoefenen van magische praktijken, zoals het rondvliegen boven Rome. Volgens andere bronnen liet hij zich levend begraven nadat hij zijn volgelingen had beloofd drie dagen later te herrijzen. Hoe het ook zij, Simon overleefde zijn stunts niet en werd als de eerste ketter gebrandmerkt.
Maar er is ook een andere geschiedenis, die Simon plaatst in de traditie van de eerste gnostici, wijsgeren die door middel van een ruimdenkende interpretatie van oosterse en westerse filosofieën over het ontstaan van het heelal het wezen van de mens trachten te doorgronden. Dat gedachtegoed sluit veel meer aan bij een postmoderne manier van denken over de wereld, waarin de waarheid zich niet meer in eenduidige, theologische formules laat vangen.
Voor Enyedi was vooral de overeenkomst tussen de open, onbevooroordeelde manier waarop de eerste gnostici en sommige postmoderne denkers de wereld beschouwen een belangrijke aanzet voor haar film, zo vertelde zij vorig jaar tijdens het Filmfestival Rotterdam waar Simon Mágus zijn Nederlandse première beleefde. Precies die onnadrukkelijke en ontroerende mix van filosofie en bevrijdende fantasie maakte dat ik hem toen als critic's choice had gekozen. Het is een hoopvolle film. Die laat zien dat oude vragen en antwoorden zichzelf voortdurend vernieuwen.

Moordzaak
Al die vragen over het wezen van de mens en het doel van zijn leven zijn slechts de melancholische ondertonen van Ildikó Enyedi's Simon Mágus. Zelden zag ik een film die lichter, doorzichtiger en daarom ook humoristischer omgaat met het verlangen van mensen naar waarheid en andere onbegrijpelijke zaken. Simon is een oudere, wat norse man (adembenemend gespeeld door Péter Andorai, in Nederland onder meer bekend uit Sweet Emma, dear Böbe van István Szábo en Witman fiúk van Janós Szász). Als de Parijse politie hem ten einde raad om hulp vraagt bij de oplossing van een moordzaak, dan lijkt hij alleen bereid zijn nachtrust op te geven voor een fiks geldbedrag en totale vrijheid van handelen. Daar is verder niks nobels aan. Een vliegtuig hoeven ze niet voor hem te boeken, hij komt wel met de trein. De doden zijn toch al dood.
Vanaf zijn glorieuze entree in Parijs laat Enyedi geen twijfel bestaan over Simons magische vermogens. De aankomst van de trein is gefilmd alsof een engel laagvliegend over de rails scheert, met wijde vleugelslagen en gedragen door de wind. De soundtrack laat het stemmen van een symfonie-orkest horen, waarin de violen steeds hoger en triomfantelijker klinken. Maar tegelijkertijd weet Enyedi te voorkomen dat Simon als een vage, bovennatuurlijke figuur wordt geïntroduceerd. Aardser dan hij kan je nauwelijks zijn, met zijn vermoeide, geknepen blik, zijn logge pas en zijn lange zwarte fladderjas.
Zijn magie heeft niets te maken met mysterieuze zaken. Simon is een man die zoveel heeft gezien, dat hij niets anders kan dan kijken. Goed kijken en nog eens beter kijken en dan vallen hem vanzelf de zoekende zielen op, die alleen al met een begrijpende of boze blik hun eígen magische vermogens ontdekken.

Zinsbegoochelingen
Simon Mágus wordt enkele weken na een andere film over denken en kijken in de bioscopen uitgebracht, namelijk de hybride gedramatiseerde documentaire De zee die denkt van Gert de Graaff. In die film, die de Joris Ivens Award won op het afgelopen International Documentary Filmfestival Amsterdam, stelt De Graaff talloze vragen over waarnemen en de werkelijkheid aan de orde. Wie ben ik? Wat is echt? Bestaat de werkelijkheid of bestaan er alleen maar aannames over de werkelijkheid? Kan de werkelijkheid alleen maar zó of zó zijn of ook zo én zo?
De film heeft de structuur van een Droste-cacaoblikje, waarop een verpleegster staat met een cacaoblikje met daarop een verpleegster met een cacaoblikje ad infinitum, terwijl De Graaff die verpleegster ook tot leven laat komen en haar eigen cacaoblikje laat creëren. Zijn hoofdpersoon is namelijk een man die een scenario schrijft over de film waar hij al in zit. Een film vol zinsbegoochelingen.
Deze Bart (gepersonifieerd door acteur Bart Klever) moet uiteindelijk concluderen dat alle wetenschap en filosofie hem niet de antwoorden op zijn vragen kunnen verschaffen. Op een gegeven moment staat hij met lege handen voor een muur vol citaten (uit voornamelijk oosterse en new-age filosofieën) die elkaar ontkrachten. Het resultaat is noch louterend noch bevrijdend. De film verricht alleen nog maar het voorwerk voor waar wijsgeren en wijze mannen zich de hele wereldgeschiedenis al mee hebben beziggehouden en eindigt waar de wereldliteratuur van Faust tot Ulysses begint.
De zee die denkt is het verhaal van een worsteling. Een niet bijster origineel uitgewerkt en filosofisch hermetisch verhaal bovendien. Terwijl Simon Mágus laat zien hoeveel rijker het leven wordt na het loslaten van die worsteling. Hoe? vraagt De zee die denkt. Gewoon doen, zegt Simon Mágus.
Scenarioschrijver Bart (een onmiskenbaar alter ego van regisseur De Graaff, die dertien jaar aan zijn film werkte) doet wel wat denken aan de opponent van Simon, de magiër Peter, met wie hij in Simon Mágus een tovenaarsduel aangaat om zich drie dagen levend te laten begraven. Peter heeft zijn nijvere leven lang gewerkt om te bereiken wat Simon aan natuurlijke vermogens heeft. Het heeft hem rijkdom en aanzien gebracht en een arrogant patent op de waarheid. Natuurlijk zal hij zijn begrafenis overleven, want zijn kennis is listig. Voor Simon is die hele Houdini-act alleen maar wat het is: een winterslaap van drie dagen, maar dan ook precies drie dagen.

Inzicht
Simon en Peter, Simon Mágus en De zee die denkt, vertegenwoordigen twee verschillende manieren om erachter te komen wie we zijn. Een door hard werken verworven waarheid (zelfs al zegt die dat er geen waarheid is) is niet per se beter dan een natuurlijk inzicht. Simon wordt door Enyedi gepresenteerd als een man zonder verleden die tegelijkertijd de hele wereldgeschiedenis en al zijn eigen onbezonnen daden met zich meedraagt. Hij is als de boeddhistische monnik die de berg op ging om op de top de waarheid te vinden en daar alleen maar het dal zag waar schapen moesten worden gehoed en brood gebakken. Simon kijkt nog eenmaal terug op een wereld die al bijna niet meer bestaat. Een wereld van macht en van wanhopige zekerheden. Hij glimlacht naar mensen of scheldt ze uit en laat ze hun eigen antwoorden ontdekken. Hij is geen leermeester, want ook hij leert nog steeds en wel het meeste van zijn jongste protégee, een meisje dat pure liefde symboliseert en voor wie hij zich wil transformeren tot mens.
De neurotische tolk die hij door de politie krijgt toegewezen wordt kalm en mooi door zijn aanwezigheid, de zwarte agent Paul (Hubert Koundé uit Metisse en La haine van Mathieu Kassowitz) ontdekt dat je de waarheid kunt vinden door erin te geloven, en studente Jeanne (Julie Delarme) vindt de spirituele liefde waar ze met zoveel jeugdige ernst naar zoekt.
Simon Mágus heeft het niet nodig om iets te beweren, maar heeft aan het zuivere filmische tonen meer dan genoeg, in tegenstelling tot De zee die denkt. Het bijzondere van Simon Mágus is dat de film hetzelfde effect op de toeschouwer heeft, als zijn hoofdpersoon op zijn omgeving. Simon wordt niet gehinderd door conventies van morele of praktische aard. Hij telt geld onder de gegeneerde ogen van een politiefunctionaris. Hij loopt door dichte deuren als het moet. Het wonderbaarlijke en het bovennatuurlijke zijn zo sober en vanzelfsprekend gefilmd, dat je geen moment de behoefte voelt om het rationeel te toetsen.
Je kunt de film zien als een spannende fantasie of een ongewone liefdesgeschiedenis. Simon Mágus is een film die toelaat. Interpretaties, gevoelens en de toeschouwer zelf. Het is een film die niet alleen maar een verhaal vertelt over een man die naar Parijs kwam en voor een ieder die hem ontmoette een andere man was, de juiste man op de juiste plek. Maar het is ook een film die dat verhaal ís. Die de ene toeschouwer zal kalmeren en de andere plots laat realiseren dat hij niet zo hoogdravend hoeft te zijn. Die tot relativerend lachen aanzet en tot louterend huilen.
Simon mag dan moe zijn van een wereld die wonderen van hem verlangt, de film die hij speelt, verricht voor elke toeschouwer zijn eigen wonder.

Dana Linssen



top
DE ZEE DIE DENKT

Januari 2001 #218

Productie
René Huybrechtse
René Scholten
Regie, scenario, camera en montage
Gert de Graaff
Art direction
Floris de Vos
Vincent de Pater
Met
Bart Klever
Rick de Leeuw
Don Duyns
Nestor Sanz
Devika Strooker

Kleur, 100 minuten

Distributie
A-Film Distribution
Te zien
vanaf 21 december