Rester vertical
Raw
Get Out
Quality Time
The Other Side of Hope
Parijs in bloedzjiens

ZAZIE DANS LE MÉTRO

Frankrijk/Italië, 1960 | Louis Malle
Vergeet Shirley Temple, Amélie, Lolita en zelfs Pippi Langkous. Het verleidelijkste en geinigste meisje uit de filmgeschiedenis heet Zazie, fille flaneur in Louis Malles Zazie dans le métro.

Fluitend van plezier rijdt de trein Parijs in. Het is nog even een verrassing hoe Parijs eruit zal zien. Voor de reizigers in de trein. Maar ook voor de toeschouwers in de bioscoopzaal, die zijn ingestapt voor een reis in de tijd met Louis Malle en zijn heldin Zazie. Terwijl de trein het vaalgrauwe station inrijdt, flitst de karmozijnrode das van een passant voorbij. Bloeien de vermiljoenen bloemen op de jurk van nicht Jeanne. Zet de signaalrode pochet van oom Gabriël het sein op stop en dartelt Zazie in haar okerrode pullover een wonderlijke wereld van dronkelappen, arbeiders, zakkenrollers, kermisklanten en kinderlokkers binnen. Dit is Parijs. Dit is althans het Parijs dat we hebben leren kennen in het verbleekte Eastmancolor van oude filmprints en tv-beelden. Dit is een Parijs dat maar net iets meer kleur heeft dan Les quatre cents coups van François Truffaut en À bout de souffle van Jean-Luc Godard: films die ons voor het eerst Parijs wilden laten zien. En nu is er dankzij een gerestaureerde kopie van het Filmmuseum voor het eerst (in lange tijd) te zien hoe Louis Malle Parijs echt zag. In zijn eerste kleurenfilm Zazie dans le métro. In zijn eigen kleuren.

Taalgrappen
Zazie is het verleidelijkste en geinigste meisje uit de filmgeschiedenis, een verre verwant van Amélie en Lolita, het nichtje van Pippi Langkous en Tom Tykwers Lola. Ze is bedacht door Raymond Queneau die haar in zijn boek 'Zazie dans le métro' (1959) in alle kleuren die de Franse taal tot zijn beschikking heeft tot leven bracht: het 'argot' en het 'verlan', de taal van de straatschuimers, onverstaanbaar voor buitenstaanders. Bloedzjiens is spijkerbroek bijvoorbeeld, met dank aan Queneau-vertaler Jenny Tuin. Queneau's taalgrappen rollen uit de monden van de personages als raps en rants, over politiek, seks, de teloorgang van de zeden, vuilbekkend, frivool. Ondertussen kom je oren en ogen tekort om alle filmische vertalingen te volgen die Louis Malle daarvoor bedacht: hysterische jumpcuts, fastmotion, idiote perspectieven. Het is een stripverfilming avant la lettre. Een lange achtervolging voor meisje en stad. Ze zitten elkaar op de hielen.
En dan die kleuren: dat revolutionaire rood, dat kuikentjesgeel en stewardessenblauw — of zijn dat toch de enige tinten die na al die jaren op de filmprint die ik herzag zijn overgebleven?
Zazie is existentialistische slapstick die, terwijl zijn hoofdpersoon Parijs op z'n kop zet, de filmgeschiedenis omwoelt en leentjebuur speelt bij The Marx Brothers, Orson Welles en zijn eigen generatiegenoten van de Nouvelle Vague.
Vooral de Nouvelle Vague moet het ontgelden, en die was anno 1960 nog maar amper begonnen. Zazie is een fille flaneur, in de Parijse literaire traditie van de wandelaars en slenteraars, die de moderne wereld in kaart brachten op de willekeurige plattegrond die hun voeten volgden. Niet het toeristische Parijs, zoals Malle in Zazie zijn Nouvelle Vague-collega's verwijt, maar het Parijs van de straten die geen uitzicht bieden op het Pantheon. De straten waar het leven krioelt en broeit. Een stad op het grensvlak van nostalgie en vooruitgang.
'Ah, Parijs zal altijd Parijs zijn', declameert Zazies oom Gabriël op de top van de Eiffeltoren. Maar onder zijn voeten is Parijs op hol geslagen als in een pre-postmoderne versie van René Clairs Paris qui dort (1925). Na Zazie was Parijs nooit meer hetzelfde.

Dana Linssen



top
ZAZIE DANS LE MÉTRO

Mei 2006 #277

Productie en regie
Louis Malle
Scenario
Louis Malle
Jean-Paul Rappeneau, naar de gelijknamige roman van Raymond Queneau
Camera
Henri Raichi
Montage
Kenout Peltier
Art direction
Bernard Evein
Muziek
Fiorenzo Carpi
André Pontin
Met
Catherine Demongeot
Philippe Noiret
Hubert Deschamps
Carla Marlier

Kleur, 89 minuten

Distributie
Filmmuseum
Te zien
vanaf 18 mei