Rester vertical
Raw
Get Out
Quality Time
The Other Side of Hope
Zelfs in de voorsteden valt te leven

UN DEUX TROIS SOLEIL

Frankrijk, 1993 | Bertrand Blier
Terwijl de Franse cinema al jarenlang in een lethargie verkeert, slaagt Bertrand Blier er telkens weer in verrassend werk af te leveren. Zijn nieuwste film, Un deux trois soleil, is een absurd-realistische komedie over het postmoderne leven in een multi-culturele Franse voorstad.

Un deux trois soleil is een merkwaardige film. Maar natuurlijk zijn we niet anders gewend van Bertrand Blier, al een jaar of twintig een van de meeste fascinerende talenten van de Franse cinema. Hij is wars van de klassieke Hollywood stijl, experimenteel in de goede zin van het woord. Net als in zijn laatste films Trop belle pour toi en Merci la vie is ook hier sprake van een voortdurend onderbroken verhaallijn: scènes worden schijnbaar naar believen afgebroken en even later weer opgepakt. En ook een keurig chronologische volgorde van gebeurtenissen hoef je bij Blier niet te verwachten. Dat maakt het soms allemaal, zoals in Merci la vie waar een Thelma and Louise-achtig verhaal doorsneden werd met anachronistische oorlogsbeelden, tamelijk onbegrijpelijk. Maar Bliers films doen tenminste een beroep op de verbeelding van de kijker en dat is op zich al prijzenswaardig.

Achterbank
Un deux trois soleil speelt zich af in een buitenwijk van Marseille, die opvallende overeenkomsten vertoont met de Amsterdamse Bijlmer. De film wordt bevolkt door echte mensen: wreed, egoïstisch, maar ook solidair en optimistisch. Een van die mensen is Victorine (Anouk Grinberg). Samen met haar bezitterige moeder (Myriam Boyer) en alcoholistische vader (Marcello Mastroianni) woont ze in een troosteloos appartementencomplex dat voornamelijk wordt bevolkt door enorme Afrikaanse families. Opgezweept door de uitstekende soundtrack van de Frans-Arabische Khaled, volgen we afwisselend het leven van het kind, de puber en de volwassen vrouw (en niet noodzakelijkerwijs in die volgorde) Victorine.
Wanneer ze in haar pubertijd belandt, krijgt ze opeens de aandacht van de jongens uit de buurt. Erg aangenaam is dat overigens niet: geen gezwijmel en liefkozingen tegen de achtergrond van een ondergaande zon, maar een ontmaagding op de achterbank van een tweedehands auto, achteloos geparkeerd aan de rand van een laveloos industrieterrein. Haar vader doet niks anders dan de godganse dag in het café pastis drinken en haar moeder is een kreng, die Victorine het liefst omruilt voor de lieve zwarte buurvrouw met bovennatuurlijke krachten. Met de mooie jongen Petit-Paul lijkt haar leven een nieuwe wending te nemen, maar na een zwoele liefdesnacht wordt hij bij een inbraakpoging in de rug geschoten.

Echte Liefde
Het fraaie van Blier is dat hij deze gebeurtenissen nooit sentimenteel of uitermate dramatisch filmt. De sentimenten en het drama moet de kijker er zelf maar uithalen. Nooit worden de emoties hapklaar opgediend. Hoe akelig het leven van Victorine ook is, zwaar op de hand is Un deux trois soleil niet. Blier houdt het verteerbaar, door het op een absurde manier te brengen. Want absurd is deze film. Kijk bijvoorbeeld naar de moeder van Victorine. Het ene moment is ze een beklagenswaardige huissloof, het volgende moment zit ze — met Pippi Langkous-vlechten en sproeten — naast haar dochter in de schoolbanken, om even later weer de begrijpende moeder zelve uit te hangen. Of neem de aandoenlijk sympathieke vader die aan waandromen lijdt en zonder het te merken steeds weer in het verkeerde appartement terecht komt.
Ondanks alle tragiek in het leven van Victorine is dit toch geen pessimistische film. Want Echte Liefde bestaat, al wordt ze dan vroegtijdig laf vermoord. Als de personages in deze film iets uitstralen, is het wel dat ze zich ondanks alles niet klein laten krijgen. Als Petit-Paul uit zijn graf opstaat om Victorine te beminnen, dan blijkt dat zelfs de doden van geen ophouden weten. Zelfs zij krijgen niet genoeg van het leven.
Veel predikaten zijn van toepassing op Un deux trois soleil: absurd, tragisch, komisch en — vreemd genoeg ook — fel realistisch. Realistisch, omdat de film er met al zijn absurdisme in slaagt een beeld te schetsen van het leven van een hedendaagse Westeuropese jongere. Het uitzichtloze bestaan van de werkloosheid, de grauwheid van de buitenwijken, de problemen van de multi-culturele samenleving, het zit er allemaal in. Maar godzijdank zonder een spoortje van zedenprekerij of morele superioriteit dat het commentaar van zoveel 'oudere jongere' filmers op de huidige generatie kenmerkt. En dat is een prestatie die door geen enkele film van de laatste jaren is geëvenaard.

Jeroen van Bergeijk



top
UN DEUX TROIS SOLEIL

Juni 1994 #146

Produktie
Patrice Ledoux
Regie en scenario
Bertrand Blier
Camera
Gérard de Battista
Geluid
Pierre Befve
Paul Bertault
Montage
Claudine Merlin
Muziek
Khaled
Met
Anouk Grinberg
Marcello Mastroianni
Myriam Boyer
Olivier Martinez

Kleur, 104 minuten

Distributie
Cor Koppies Filmdistribution
Te zien
vanaf 16 juni