I Am Not Your Negro
In the Crosswind
Little Men
Austerlitz
Auf einmal
Onderzeeër duikt naar de hel

U-571

Verenigde Staten, 2000 | Jonathan Mostow
U-571 lijkt meer op een ode aan de roestige, krakende duikboten die ouder zijn dan de bemanning, dan op een weldoordachte actiefilm.

Je moet helemaal wild zijn van onderzeeboten of schepen in het algemeen om de Amerikaanse actiefilm U-571 tot het einde te kunnen waarderen. Alleen als je hart sneller gaat kloppen bij snikhete machinekamers, te kleine kombuizen en de eindeloze zee is de film te pruimen. De eerste helft van de film gaat dat uitstekend: U-571 begint met een lange, Duits gesproken scène waarin de verlopen uitziende bemanning zijn voorbereidingen treft voor een torpedo-aanval in de Noord-Atlantische Oceaan anno 1942. Het realisme is veelbelovend: de roest, het duister en het gekraak van de oude duikboot, de getergde gezichten en de lichtelijke paniek zijn mooi gedoseerd en trekken je onmiddellijk het verhaal binnen. De hel bestaat, en bevindt zich ergens onder de waterspiegel, zoveel wordt duidelijk. Als de Duitsers een vijandig schip raken, stijgt er een klein gejuich op uit de buik van de duikboot, maar waarom ze blij moeten zijn weten ze eigenlijk ook niet meer.
Vlak daarna wordt er gesneden naar een scène waarin Amerikaanse mariniers in spierwitte uniformen een sjiek feestje vieren. Het zal niet lang duren of deze mensen zitten in hetzelfde roestige schuitje als de Duitsers die ze moeten bestrijden. De inzet: een codeermachine genaamd Enigma. In het echt werd dit op een typemachine lijkende kleinood onderschept door de Engelsen. De makers hebben nog een poging ondernomen om deze geschiedvervalsing te verdoezelen door de film heel nobel op te dragen aan allen die zijn gesneuveld in de Tweede Wereldoorlog.

Dieptebommen
Regisseur Jonathan Mostow (Breakdown) maakt één cruciale fout in zijn film: hij heeft de beperkte ruimte van de duikboot iets te letterlijk opgevat en geeft de acteurs geen enkele bewegingsvrijheid. Matthew McConaughey als groentje en Bill Paxton als kapitein blijven te strak in de plooi, maar Harvey Keitel komt er nog het meest bekaaid vanaf: als machinist mag hij alleen maar wat met roeispanen en geweren zwaaien, en doet vooral ferme uitspraken die de macht van de gezagvoerder onderstrepen.
Na het ongebruikelijke begin verandert de film dan ook langzaamaan in een confectieproduct waarin grootse zaken als eer, macht en kameraadschap om voorrang strijden. Het goede aan de beginscènes van de film is nu juist dat de marine niet als iets glorieus wordt gepromoot, maar in zijn smerige, klamme realiteit wordt getoond. Soms duiken er in het gladgestreken verloop toch nog spannende scènes op, zoals die waarin de bemanning wacht op het moment dat ze door dieptebommen worden geraakt, of de toenemende waterdruk als de onderzeeër onder de 160 meter duikt.
Onderzeeboten zijn net als eilanden, huiskamers en spookhuizen ideale filmlocaties: het drama kan vlammen juist doordat het zich op één plek voltrekt. Er is geen ontsnapping mogelijk, waardoor de spanningen tussen de personages hoog kunnen oplopen. Cruciaal hierbij is dat de personages het verhaal voortstuwen, en in het geval van U-571 is daarvan geen sprake. Het enige dat rimpelingen teweeg brengt is dat moordlustige, maar prachtige diepteschip.

Mariska Graveland



top
U-571

Oktober 2000 #215

Productie
Dino & Martha de Laurentiis
Regie
Jonathan Mostow
Scenario
Jonathan Mostow
Sam Montgomery
David Ayer
Camera
Oliver Wood
Montage
Wayne Wahrman
Art direction
Ladd Skinner
Götz Weidner
Muziek
Richard Marvin
Met
Matthew McConaughey
Bill Paxton
Harvey Keitel
Jon Bon Jovi
David Keith

Kleur, 115 minuten

Distributie
Independent Film
Te zien
vanaf 28 september