Good Time
Blade Runner 2049
mother!
Detroit
Manifesto (Julian Rosefeldt over)
Wish I Was Here Leiden International Film Festival: American Indies

Waar staat de Amerikaanse indie?

'Never Grow Up', maant de slogan van het Leiden International Film Festival dit jaar. Maar de zestien films in de American Indie Competition lijken veelal het tegenovergestelde te prediken: word wakker, word volwassen, hoogste tijd om de harde realiteit onder ogen te zien. Dat laatste geldt misschien ook voor de Amerikaanse indie-industrie zelf.

Door Joost Broeren

Er was veel te doen over de Nederlandse artfilm de laatste maanden, die te weinig bezoekers zou trekken. Maar Nederland staat hier niet alleen in: in Amerika is het niet anders. Het beestje heeft weliswaar een ander naampje — geen 'artfilm' maar 'indie' — maar de problemen zijn hetzelfde: op festivals trekken de alternatieve films volle zalen, maar in reguliere release komt er geen hond op af.
Afgelopen januari, in de aanloop naar het Sundance Festival (het Cannes van de Amerikaanse indie-industrie), luidde Manohla Dargis in de New York Times de noodklok. Ze maande distributeurs selectiever te zijn bij het wheelen en dealen op Sundance, waar jaarlijks gevochten wordt om de nieuwste hype binnen te halen. De markt is verzadigd en te veel van het aanbod is middelmatig, zo vond Dargis. De zestien titels tellende American Indie Competitie op het Leiden International Film Festival kan wat dat betreft bekeken worden als een state of the art: waar staat de Amerikaanse indie?

Imperial Dreams


Opvallende rode draad in het programma: volwassen worden en de realiteit onder ogen zien. Neem de broer en zus in The Skeleton Twins (Craig Johnson), die na mislukte zelfmoordpogingen hun mislukte levens beschouwen. Of het stel in The One I Love (Charlie McDowell) dat geconfronteerd wordt met raadselachtige dubbelgangers als zij in een afgelegen huisje de barsten in hun huwelijk proberen dicht te pleisteren. Of Sequioa (Andy Landen), over een jonge kankerpatiënte. Of Whiplash, de openingsfilm van het festival. Of Listen Up Philip (Alex Ross Perry), vrijelijk geïnspireerd op de boeken van Philip Roth, over een schrijver en zijn ego. Waar het LIFF zelf als slogan 'Never Grow Up' koos, lijkt een andere spreuk meer van toepassing: wake up and smell the coffee.

Camp X-Ray


Sterrensysteem
Dat geldt misschien ook wel voor de indie-industrie. Eerst nog even die term "indie", die eigenlijk twee dingen betekent. Ten eerste: indie als in independent, onafhankelijk geproduceerd, los van de grote studio's in Hollywood. Die onafhankelijkheid is relatief, natuurlijk: Hollywood en Indiewood zijn geen gesloten, los van elkaar bestaande systemen. Integendeel: Hollywood is afhankelijk van de onafhankelijke film, voor het rauwe talent waarmee het zijn machine draaiende houdt. Kijk naar acteur John Boyega, die in competitiefilm Imperial Dreams (Malik Vitthal) schittert als crimineel op zoek naar het rechte pad en die direct door mocht naar de nieuwe Star Wars megaproducties. Of actrice Haley Lu Richardson, te zien in liefst twee films in de LIFF-competitie: het postapocalyptische The Well en The Young Kieslowski, een intelligentere variant op Juno.

The One I Love


En omgekeerd kan het voor Hollywoodsterren een verademing zijn om iets artistieks en/of maatschappelijk betrokkens te maken, naast de zoveelste fantasyfilm. Neem Kirsten Stewart, die in Camp X-Ray (te zien in de Leidse competitie) de Twilight-veren afschudt voor een indringende en dappere rol als soldaat in Guantanamo, die onder ogen moet zien wat haar land en haar leiders daar uitvoeren.
Indie kan ook een genre-aanduiding zijn. "Indie" staat voor een bepaald soort films: dramatische komedies of komische drama's met een beetje bite en bevolkt door quirky personages. Kort gezegd: het spectrum tussen Juno (2007) en Garden State (2004), twee van het handjevol films dat de indie-reputatie in de vroegen jaren '00 flink opstuwde. Vaak werden deze films via omwegen wel degelijk gefinancierd vanuit de grote studio's.

Listen Up Philip


Reagonomics
Het is dan ook geen toeval dat nu de studio's zich terugtrekken uit de indie-wereld, juist dit soort films van het toneel lijkt te verdwijnen. Wat dat betreft is het tekenend dat Zach Braff, maker van Garden State, zijn opvolger Wish I Was Here nergens wist te slijten. Garden State was een behoorlijk succes en Wish I Was Here is qua toon en kwaliteit zeer vergelijkbaar met die film. Maar geen studio (of studio-aanhangsel) durfde het aan en Braff kreeg zijn film uiteindelijk alleen van de grond dankzij een campagne op het crowdfunding-platform Kickstarter, waar hij in recordtijd de benodigde 3 miljoen dollar binnenhaalde. De Nederlandse distributeurs kijken overigens ook de kat nog uit de boom, dus de film is voorlopig alleen op het LIFF te zien.

The Well


Dat de studio's zich terugtrekken en er dus minder geld naar dit soort producties vloeit, is één deel van het probleem. De overdaad aan goedkope, maar niet per se goede producties is een tweede: meer concurrentie betekent minder kans om het geld dat een film kost terug te verdienen. Filmmaker en acteur Mark Duplass, die met zijn broer Jay heen en weer springt tussen Hollywood en indie en in de LIFF-competitie te zien is in het fenomenale The One I Love, noemde het in een recent interview met de Hollywood Reporter de 'Reagonomics' van de filmindustrie: "Er is een upper class en een lower class, maar er is geen middle class meer."
De vraag is: hoe erg is dat? De films zelf zetten zich immers vrij consequent af tegen de bourgeois-idealen van die middenklasse. Ja, het betekent dat het minder makkelijk wordt om met het maken van films je brood te verdienen. Maar iets minder "bekwaam vakman" en iets meer "bevlogen kunstenaar", dat kan de Amerikaanse indiefilm (net als de Nederlandse artfilm, overigens) eigenlijk best gebruiken. Gelukkig tonen veel van de zestien films op het LIFF dat die bevlogenheid wel degelijk rondloopt en boven komt drijven. Zelfs in Amerika.

Het Leiden International Film Festival vindt plaats van 1 t/m 9 november | zie voor meer informatie leidenfilmfestival.nl
top
Artikelen
Leiden International Film Festival: American Indies Waar staat de Amerikaanse indie?

Interviews
Xavier Dolan over Mommy 'Liefde kan je niet redden'
Iain Forsyth & Jane Pollard over 20,000 Days on Earth Niet het dagelijks leven van een popster
Tsai Ming-liang over Stray Dogs 'Ik geef de controle over de tijd terug aan het publiek'
Matthew Warchus over Pride 'Absoluut niet het zusje van Priscilla: Queen of the Desert'
Theodore Melfi over St. Vincent Brady Bunch 2.0
Eskil Vogt over Blind 'Het kan me niet schelen wat echt is, zolang ik het me maar kan voorstellen'
Tim Oliehoek en Burny Bos over Wiplala 'Ik dacht: hoe gaan we dat in godsnaam doen?'
Eric Toledano over Samba 'Zware films, dat kunnen anderen beter'

Rubrieken
Redactioneel
Kort
Filmsterren
Thuiskijken
Actie!
World Wide Angle (NL) Het levend vlies dat ons verbindt
Deze maand op MUBI Horror herboren
Het nieuwe kijken De kanteling
Boeken: William Friedkin Het oog van de orkaan
Evenementen


Recensies
20,000 Days on Earth Een bijna perfect rocknummer
3 Coeurs Grootse toevalligheden
Aanmodderfakker Lapzwanserum ad infinitum
The Disappearance of Eleanor Rigby De begrafenis van een huwelijk
The Drop Tijdbom in mythisch Brooklyn
Mommy Wonderkind en Total Loss
Pak van mijn hart Wakker worden, het is 2014
Pride Solidariteit weer stoer en sexy
Samba Multiculti­knuffel­komedie
Song From the Forest Pygmeeënleed
St. Vincent Iedere zondaar valt te redden
Stonehearst Asylum Uit het mor­finecoma
Stray Dogs Dichtbij het sublieme
Violet De rouw en het ondoorgrondelijke verbeelden
Wakolda De dokter en het lichte meisje
Whiplash (Leiden International Film Festival) De sterren van de hemel drummen
Wild Tales Hoe het geduld verdween uit Argentinië
A Wolf at the Door Wie is de wolf?