Wonder Woman
Broers
La región salvaje
En amont du fleuve
Daughters of the Dust
Elsie de Brauw en Jacob Derwig in 'Opening night' van Toneelgroep Amsterdam (foto Jan Versweyveld) Theater vs film

Een tweede leven

Het Nederlandse theater laat zich opnieuw volop door de film inspireren. Kan het ook andersom? Het Rotterdam Holland Festival wijdt er een speciaal programma aan.

Dit najaar wordt de cirkel rondgemaakt. Pieter Kramer gaat dan bij het Rotheater een toneelbewerking van Dogville regisseren. Lars von Trier had met Dogville theatrale stijlmiddelen naar het witte doek overgeheveld: geen filmisch realisme, maar een heel kunstmatige, uitgebeende visualisering van het Amerikaanse dorpje. En nu wordt van deze zeer theatrale film vervolgens weer een theatervoorstelling gemaakt. Het concept is heel gemakkelijk naar het schouwburgtoneel over te brengen, zou je denken. Een lege speelvloer, een paar krijtlijnen tekenen en klaar is Kees: modern theater zoals het tegenwoordig volop in 'zwarte dozen' gemaakt wordt. Maar film-, televisie- en theaterregisseur Pieter Kramer (Ja zuster nee zuster) gaat het over een heel andere boeg gooien. Geen kaalslag, geen abstractie, maar een 'filmische sprookjeswereld', een 'ontspoorde Sound of music,' zoals de voorstelling wordt aangekondigd. Na de film die theater was wordt het theater alsof het film is.
Dit voorbeeld laat zien hoe deze twee kunstvormen regelmatig leentjebuur bij elkaar spelen. Die kruisbestuiving ligt ook voor de hand. Film en theater hebben veel meer met elkaar gemeen dan bijvoorbeeld de schilderkunst en de muziek. Van oudsher is het de gewoonste zaak van de wereld om toneelstukken te verfilmen. Telkens weer krijgen toneelteksten in de bioscoop een tweede leven.
Het omgekeerde gebeurt ook regelmatig. Vooral in het Nederlandse theater is het de laatste jaren gemeengoed om film voor theater te bewerken. Werk van Bergman (Scènes uit een huwelijk, Na de repetitie, Herfstsonate), Cassavetes (Faces en Opening night), Visconti (The damned), Woody Allen (Husbands and wives, Mighty Aphrodite), Wim Wenders (Paris Texas, volgend seizoen Der Himmel über Berlin) hebben de afgelopen seizoenen hun weg naar het theater gevonden. Oppervlakkig gezien laten veel filmscripts zich ook eenvoudig op de planken zetten. Acteurs spelen gewoon de dialogen uit de film en realistische locaties kunnen meestel eenvoudig geabstraheerd worden.

Schellinkje
Maar met zulke adaptaties heb je alleen het basismateriaal — het script, de tekst — naar de andere kunstvorm overgeheveld, en geen rekening gehouden met de wezenlijke verschillen die er tussen film en theater bestaan. Met alle gevolgen van dien. Want wat is het gangbare verwijt voor een mislukte verfilmde theatertekst? Ze is zo toneelmatig, waarmee bedoeld wordt dat de film nog te veel leunt op de dialogen en de handeling, zich op te weinig locaties afspeelt en er te veel geacteerd wordt alsof het schellinkje bereikt moet worden.
Omgekeerd werd naar aanleiding van een groot aantal van de recente Nederlandse theaterbewerkingen verzucht dat de film toch beter was: er was op het toneel geen geschikte vertaling gevonden voor de middelen die film tot zijn beschikking heeft, zoals de rijkdom van de decors, het virtuoze camerawerk en de intensiteit die bijvoorbeeld door close-ups en de soundtracks bewerkstelligd kan worden.
Een paar theaterversies van films leverden daarentegen weergaloze toneelvoorstellingen op. Het recente 'Opening night' van Toneelgroep Amsterdam (regie Ivo van Hove) naar de gelijknamige film van John Cassavetes bijvoorbeeld is een zeer lucide voorstelling, die trouw blijft aan de rauwe filmstijl van de cineast, maar tegelijkertijd ook traditionele toneelconventies in ere houdt, zoals een theatrale mise-en-scène en publieksgericht acteren. Door de videobeelden van de handheld-camera's en de ongebruikelijke zaalindeling, waarbij het speelvlak dwars op de schouwburgtribune stond en er een extra tribune was neergezet, kon de toeschouwer steeds schakelen tussen een filmische en theatrale blik: tussen het 'ingekaderde' camera-oog en de weidse blik die het hele toneel overzag.
'Opening night' was zodoende een geslaagde poging om iets wezenlijks van de film naar het toneel te vertalen. Niet de bordkartonnen schijnwerkelijkheid van het filmisch realisme en ook niet de zoete verleiding van gelikt Hollywood-drama, maar er werd geprobeerd de blik van de toeschouwer te sturen en in te laten zoomen, zoals dat in een film gebeurt.

Dimensie
Er zijn de laatste jaren veel theatermakers geweest die met filmische technieken en conventies hebben geëxperimenteerd, en lang niet alleen als ze een filmscript op het toneel zetten. Het gebeurt in de eerste plaats doordat er veelvuldig film en video in het theater worden ingezet. Guy Cassiers, tot dit jaar artistiek directeur van het Rotheater, heeft bijvoorbeeld een hele eigen theatertaal ontwikkeld waarin videocamera's en tekst- en beeldprojecties de theatrale ruimte een nieuwe dimensie geven en principes van de filmmontage voor het theater geschikt maken. Met zijn veelgeprezen vierluik naar A la recherche du temps perdu van Marcel Proust heeft hij een nieuwe standaard gezet op het gebied van multi-mediaal theater. Cassiers heeft talloze navolgers in het Nederlandse theater gekregen. Vaak hebben die camera's en videoschermen nauwelijks meerwaarde, maar soms dragen ze werkelijk bij aan een meer filmische beleving van de theatervoorstelling.
Mimegezelschappen als De daders/Jan Langedijk en Kassys spelen in hun voorstellingen op een andere manier met filmische conventies. Ze zetten de grenzen tussen echt en onecht op losse schroeven. Scènes in sommige van hun voorstellingen verdubbelen, dicteren of ondermijnen dezelfde taferelen die tegelijkertijd op een filmdoek geprojecteerd worden. Zo wordt de levende aanwezigheid van het theateracteren afgezet tegenover het opgenomen filmacteren. Acteurs op het toneel van de Kassys-voorstelling 'Actor's cut' geven bijvoorbeeld opdrachten die de filmacteurs op het doek (in vooraf opgenomen scènes) overnemen.
Met name de manipulatie van de blik van de toeschouwer en de verhouding tussen spel en werkelijkheid zijn twee grote verschillen tussen de kunstvormen theater en film. Het theaterpubliek ziet immers alles wat er op het toneel gebeurt, en kan zelf kiezen waar hij zijn blik op richt. De blik van filmkijker wordt daarentegen gestuurd door de camera.
En terwijl bij filmacteren de grens tussen de acteur en het personage niet ter discussie staat, wordt die grens in het theater heel vaak overschreden. Er blijft vaak de spontaniteit en de présence van de live-spelende acteur in de rol doorschemeren.
Kan de moderne filmkunst haar voordeel doen met theatrale conventies, technieken en middelen, zoals het theater zich op dit moment verrijkt met filmische middelen? Het is moeilijk om filmexperimenten te voorspellen als ze zich nog niet hebben voorgedaan. Maar in de filmgeschiedenis zijn telkens weer cineasten opgestaan, die zich mede door theatrale middelen en vernieuwingen hebben laten inspireren. Godard, Resnais, Duras, Antonioni, Derek Jarman, Lars von Trier of Harmony Korine: het is zomaar een kort en verre van volledig lijstje van filmregisseurs die in hun werk op een eigen manier experimenteren met de mogelijkheden van de theatrale ruimte of de grens tussen acteren en niet-acteren.
Voorop staat in ieder geval dat als cineasten zich willen laten inspireren door het toneel, ze zich niet blind moeten staren op pompeuze theatraliteit, ronkend inlevend acteren, statische tableaus en lange lappen tekst. Juist in de subtiliteit, de meerduidigheid en de abstractie van het moderne theater liggen de uitdagingen voor de film. Maar het filmdoek blijft plat en filmacteurs zijn nooit live in de bioscoop aanwezig, dus film blijft altijd film. Net als theater altijd theater zal blijven.

Pieter Bots


top
Artikelen
All about me? Ontsloten kluizen
Cannes 2006 Gevoelige ogen
Carte postale de Cannes
Filmmythes Venster op de wereld
Gebroeders Quay Look of life
Robert De Niro De kameleon
Theater vs film Een tweede leven

Interviews
Tsai Ming-liang Mysterieuze machine
Vijf vragen aan Thom Hoffman

Rubrieken
Action!
Het geheim van Hollywood: Rampscenario's aan de autopsietafel
Spotlicht: Isabelle Huppert
Amsterdam Box Office Periode 29 april t/m 25 mei 2006
Boeken Filmkritiek
Cinedix
Evenementen
Festivals
De geruchtenmachine
Mening
Mijn Mening
De Pers Over
Thuiskijken
Verwacht


Recensies
AMERICAN DREAMZ Bloedeloze satire op Idols-industrie
L' AMI HOLLANDAIS Ontwaken aan het front
IL CAIMANO Kaaimannen en angsthazen
HOW MANY ROADS Aanbidders in de Bob Dylan-kerk
IK WIL NOOIT BEROEMD WORDEN De vinger op de zere plek
L' IVRESSE DU POUVOIR De dronkenschap van de macht
JUNGLE RUDY Narcissus tussen de lianen
MARIE ANTOINETTE Nutteloosheid op het eiland Versailles
ORDINARY MAN Wie valt eerder flauw — de moordenaar of de toeschouwer?
LA PUTA Y LA BALLENA Het Argentinië dat nooit weg was
RABBIT ON THE MOON Kinky tegenover puur
THE ROAD TO GUANTANAMO Heel voorzichtig bijten
VERS LE SUD De zachte huid van Haïtiaanse jongens
THE WAYWARD CLOUD Seks met watermeloenen
X-MEN: THE LAST STAND Visuele bravoure en innerlijke conflicten