Wonder Woman
Broers
La región salvaje
En amont du fleuve
Daughters of the Dust
Carte postale de Cannes

Woensdag 17 mei

Van mijn aantekeningen van The Da Vinci code blijkt vanochtend op mysterieuze wijze niets meer te lezen. En dat is maar goed ook. Want liefhebbers van Dan Browns religieuze complotthriller kunnen beter het boek nog een keer ter hand nemen dan de zouteloze filmversie bekijken die Ron Howard ervan maakte. Met Forrest Gump (Tom Hanks) als de slimste man in het universum en Amélie Poulain (Audrey Tatou) als de achterkleindochter van Christus. Amen. De openingsfilm is achter de rug, laat het festival nu maar echt beginnen.

The Da Vinci Code

Tien dagen filmische verlichting in de duisternis. Buiten varen de boten op de Middellandse Zee voorbij door het lege frame waarin 's avonds een filmscherm voor de openluchtvoorstellingen op het strand wordt opgehangen. De hemel is onbewolkt, maar overbevolkt van de strepen die straaljagers in de verte trekken en die worden weggegumd door aanvliegende helikopters (je bent een Nederlandse filmtycoon of niet). Een oude vrouw schrokt met haar bord op schoot haar eten weg in de openbare toiletten. Een dronken dans van bordjes en wegwijzers stuurt de argeloze passant in de enige richting die er is, die van het Festival de Cannes.


Donderdag 18 mei

Voordat je in Cannes nog maar een meter film hebt gezien, heb je al vele meters schuifelend in de rij doorgebracht. De rij voor de accreditaties, het fascinerendste kastensysteem ter wereld, gebaseerd op anciënniteit, importantie en toeval. Vierduizend journalisten bezoeken jaarlijks Cannes, volgens berekeningen van het festival. En die moeten allemaal de eerste ter wereld zijn die The Da Vinci code kunnen zien. Daarna de rij om het Palais des Festivals, een betonnen gedrocht met honderden in- en uitgangen, bijgenaamd de bunker, in te komen. Vervolgens in de rij voor de film, waarbij die bont gekleurde perskaarten met stippen en stempeltjes weer bepalen of het een lange of een korte, een snel bewegende of een langzame rij wordt, kortom of je die dag überhaupt nog wel een film te zien krijgt. De score gisteren (het festival was nog niet echt begonnen): 2-1 (gezien-gemist). Tijd in de rij doorgebracht: 134 minuten. Markantste opmerking: "Waarvoor staat u in de rij?" "Voor de film." "Voor welke film?" "Voor The Da Vinci code." "Is dit de openingsfilm?" "Ja, maar niet de openingsvoorstelling." "Waar kan ik de sterren zien dan?" En die laatste opmerking uit de mond van twee Poolse journalistes wiens roze perskaart (presse priorité) uitstekend paste bij hun met glittersteentjes ingelegde Gucci-zonnebrillen, hun Louis Vuitton-tasjes, hun lichte zomerbontjasjes, decent gestifte lippen, en gezichtsuitdrukkingen die urenlang oefenen in verveeld kijken voor de spiegel verraadden. Twee mensen staan op straat. Komt er een Engelsman langs. "Are you queing?" En gaat er naast staan.

The Da Vinci Code


Vrijdag 19 mei

Een journalist wist het zeker, The wind that shakes the barley van Ken Loach gaat de Gouden Palm winnen. Er wordt een hoop afgeluld in die lange rijen voor de filmzalen van Cannes. Opinies worden afgetast, meningen worden gescherpt, in het slechtste geval op elkaar afgestemd. Het is reuze opwindend om 'als eerste' ter wereld de nieuwe film van filmmaker zus en zo te kunnen zien, maar er gebeurt toch iets raars met je tijdens het kijken naar zoveel films die potentieel een Gouden Palm, een Caméra d'Or of een weet-ik-veel-wat kunnen winnen. Elke film is tijdens de optiteling een mogelijk meesterwerk (want hé, hij zit toch niet voor niets in de selectie) en moet daarna hard werken om aan die verwachting te blijven voldoen.
Maar hoe is het tien dagen later, als er gewikt en gewogen is, als de appels met de peren vergeleken zijn, als iedereen heeft geprobeerd te kijken met de ogen van juryvoorzitter Wong Kar-wai? Wordt het dan The wind that shakes the barley, Loach's scherpe vergrootglas op de bronnen van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd? En mogen die journalist, die ik als in een goede thriller nooit aan zijn gezicht, maar altijd aan zijn lijzige stemgeluid zal herkennen, voorspellende gaven worden toegedicht? Na de eerste competitiefilm die vertoond is?
Of houdt Wong Kar-wai meer van zijn epigonen, van Lou Ye (Suzhou River) bijvoorbeeld? Die volgt in het epische Summer palace vier Chinese studenten tussen de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede, de val van de Berlijnse Muur en de lange draden die de geschiedenis sindsdien tot in het heden heeft gesponnen? Of bewondert hij juist filmmakers wiens stijl en thematiek hemelsbreed van de zijne verschillen? Dan gooit Pedro Almódovar hoge ogen, met Volver, weer vol vrouwen en hun onderlinge kus- en kibbelrelaties. Hoe gevoelig zijn de juryleden voor Richard Linklaters fictieversie van de non-fictie bestseller Fast food nation? Daarin werd "het meest patriottische wat je kunt doen is ingaan tegen de Patriot Act is" met een instemmend applaus begroet. En dat hangt dan weer van de Amerikaanse acteur Samuel L. Jackson in de jury af — van hoe patriottistisch hij is, en hoeveel hij van zijn hamburgertje houdt. Morgen meer over vlees.

Volver


Zaterdag 20 mei

'Meat is murder', en een van de thema's van het Filmfestival Cannes. Van de stier die geslacht wordt in de Frans-Algerijnse film Bled number one (Back home) van Rabah Ameur-Zaïmeche en minuten lang in beeld ligt leeg te bloeden. Tot de vele uitdagingen waaraan György Pálfi het menselijke vlees blootstelt in Taxidermia (beide films uit Un certain regard). Maar echt vegetariër werd iedereen van Richard Linklaters fictieversie van bestseller Fast food nation (competitie), toen ook nog even duidelijk werd dat er door het opgefokte geïndustrialiseerde vleesverwerkingsproces stront in hamburgers zit. Linklater heeft later in het festival nog een film in Un certain regard: A scanner darkly, dus helemaal het mannetje hier, maar blijft in Fast food nation steken in schematische en oppervlakkig slogans, die zijn boodschap tot diezelfde verfoeide snelle hap reduceren.

Taxidermia


Fast food nation

Aan eenzelfde euvel leidt ook An inconvenient truth, waarin documentairemaker Davis Guggenheim Al Gore volgt op een lezingentournee over 'global warming'. Maar voor Amerikanen moet een 'inconvenient' truth nog steeds 'convenient' gebracht worden.
Buiten waait een wonderlijke wind over de Croisette. Een mistral die geen mistral mag heten. Een verwarde wind, die warm en koud tegelijk is, de golven opzweept, zand dwars door je zonnebril in je ogen blaast en even plotseling gaat liggen als hij is opgestoken.
Dat is een 'truth' die 'inconvenient' is en werkelijk tegelijkertijd. En ondertussen blijft de airconditioning in de bioscoopzalen op rilstand staan en worden de terrassen 's avonds verwarmd. Zelfs het kunstmatige klimaat wat we voor onszelf creëren is in de war.
Het is een beetje als in Richard Kelly's Southland tales (competitie). Dat is een wonderlijke apocalyptische sciencefictionfilm, alsof The fifth element nog eens is geremaked door John Waters, de Galaxy quest-versie van Starship troopers over en voor de generations X,Y,Z. Een briljante cynische mislukking waarin de aarde gered moet worden, terwijl op Venice Beach in Californië gefeest, gezopen en gekotst wordt. Een mindere idealist zou zich afvragen of hij voor zo'n stelletje decadente perverselingen z'n bed uit moest komen. Doen we het daarvoor? Gelukkig zijn er in de breinen van filmmakers, en in de ongebreidelde fantasie van Richard Kelly in het bijzonder nog messiassen te vinden die het daarvoor doen. Maar of het zin heeft?


Zondag 21 mei

Eén zin maar in The wind that shakes the barley van Ken Loach, en hij spookt nog steeds door mijn hoofd. Ierland 1920, vrijheidsstrijder Damien is net gearresteerd en wordt bij een Britse officier geroepen voor verhoor. Zijn argumenten zijn sterk, net als die van Sophie Scholl in de Duitse film Sophie Scholl — Die letzten Tage. Hij heeft al het democratische al geprobeerd. Een ruime meerderheid van de Ieren heeft gestemd voor onafhankelijkheid en het vertrek van de Engelsen, maar ze gaan maar niet weg. En ze zijn gemeen. Wreed. Onredelijk. "Bedenk je wel dat deze mannen rechtstreeks uit de oorlog komen. Ze hebben gevochten aan de Somme", zegt de militair. Het is geen excuus. Het is geen verklaring. Het is een zinnetje dat een hele voorgeschiedenis blootlegt en een nageschiedenis vooruit schaduwt. Het maakt ze niet eens menselijker dan ze zijn (Loach vertelt zijn film vanuit nadrukkelijk Iers perspectief en doet geen politiek correcte moeite om de Engelsen genuanceerd af te schilderen). Het zijn mensen, net als de Ieren, die trouwens ook geen lieve jongens zijn — maar Loach is bovenal een humanist, dus met dat soort finesses komt het in zijn film vanzelf wel goed. Maar het is dat zinnetje, een schakel in een keten van gebeurtenissen die nog niet afgelopen is met hedendaagse aanslagen in Londen of een cordon sanitaire rondom Rita Verdonk (we krijgen hier in Cannes wel een beetje Nederlands nieuws mee uit Franse kranten die zich wanhopig afvragen wat er met het tolerante Nederland is gebeurd).

Bamako

Of een ander zinnetje: in Bamako van Abderahmane Sissako (waarom draait die film in godsnaam buiten competitie?). "Afrika is niet alleen het slachtoffer van z'n armoede, maar ook van z'n rijkdom", zegt een van de getuigen die zijn verzameld op het binnenhof van Sissako's ouderlijk huis voor een fictieve hoorzitting over de Afrikaanse kwestie.
Zinnetjes om somber van te worden, omdat ze werelden oproepen die rondtollen en nooit ophouden en doldraaien. Maar omdat ze worden uitgesproken in films die onze blik een tikje naar de ene of de andere kant verplaatsen, ook hoopgevend. Misschien ligt de waarheid wel naast de feiten.


Maandag 22 mei

Zelfs als ze gewoon maar over straat lopen zijn Benoît Delépine en Gustave Kervern een genot om naar te kijken. De rode loper, het mediterrane blauw, de Ferrari-gele sportwagens veranderen vanzelf in knetterend zwart-wit. De eindeloze stroom van dagjesmensen, passanten en 'star gazers' wordt gevangen in strakke kaders, waarin we de herinnering hervinden aan de schilderijen van Dali en Magritte. De regisseurs van Aaltra zijn in Cannes met Avida — een associatieve collagefilm voor mensen die ervan houden om te lachen als er een rinoceros door het beeld rent. Voor mensen die, zoals collega Jeroen Stout vertelde, een oog hebben voor de coulissen van het bestaan en opmerken dat er vlak voor de opening van het Filmfestival Cannes nog snel even iemand de straat stond te stofzuigen. Waar Delépine en Kervern gaan, verandert de wereld in een dierentuin, krijgen zinloze handelingen door een kleine perspectiefverschuiving de meest idiote betekenissen en verraden hun slome tred en verbaasde blik dat zij zelfs hun eigen invallen vaak te raar voor woorden vinden. Daarom praten zij ook niet in hun films, tenzij om iets heel terloops te zeggen. En moeten we het maar doen met hun verrukkelijk hedendaagse absurdisme, waarin de geest rondwaart van Eugène Ionesco (de eerste die inzag dat de mens eigenlijk een neushoorn was).

Avida

Die 'altraa's' zijn net lang genoeg in Finland blijven hangen om ook hun held Aki Kaurismäki tot een lichtzinnig pareltje te inspireren. Ook zijn Les lumières du faubourg (Laitakaupungin valot) duurt nauwelijks langer dan een uur. En dat is bijna een uur lang kijken naar het gezicht van Koistinen, geen man zonder verleden, zoals hun Gouden Palm-winnaar van vier jaar geleden, maar een man die in de ogen van de anderen ziet wie hij is: een outsider, een schlemiel, een ongewenste gast, een melancholische nachtwaker die zelfs in de lege straten van Helsinki nog te veel is. En ja: hij is wij. En met hem worden wij door een poolcirkel-film noir beloond. Misschien.


Dinsdag 23 mei

"The world turns around cunt", beweert György Pálfi in Taxidermia, maar waar het echt om draait is ik en mijn pik. Enfant terrible Gaspar Noé is 'parain', oftewel godfather van de Semaine Internationale de la Critique. En in plaats van een vertoning van Carne, de film die hem daar berucht & beroemd maakte, koos hij voor zijn peetvaderfeestje voor het nieuwe Destricted, een compilatiefilm van zeven reflecties op seks en pornografie. De enige voorwaarde voor de deelnemende regisseurs was dat de episodes zich in één kamer moesten afspelen en niet illegaal mochten zijn. Taboes doorbreken met restricties dus. Een vorm van filmisch sadomasochisme, waarvan je alleen maar kunt hopen dat hij niet alleen seksuele, maar vooral ook cinematografische grenzen zal slechten (en misschien een vorm van esthetische ontlading met zich teweeg kan brengen). Dat blijkt lastig. En misschien is dat wel de reden waarom zoveel regisseurs met seks blijven experimenteren in hun films: het is of plat, of pornografie of preuts, maar zelden prikkelend voor de filmzintuigen. Het is als de zoektocht naar het perpetuum mobile, of het onmogelijke shot. En het is in onze oversekste tijden, waarop zelfs de meest vrijgevochten regisseurs toch op een of andere manier kritisch willen reflecteren, vast en zeker ook een morele noodzaak. Aan de ene kant heb je de frummelige 'free sex' in Shortbus, de nieuwste film van James — Hedwig and the angry inch — Cameron Mitchell. Aan de andere kant de wreed-poëtische pogingen van Bruno Dumont om seks als een expressiemiddel te filmen, ook nu weer in Flandres.
Destricted
werd gelaten ondergaan. De seks-met-machines-performance van Matthew Barney (Hoist) evenzeer als de dolle jaren zeventig-porno van Richard Prince (Housecall). Veel pikken en gezichtsloze kutten, behalve in de bijdrage van de enige vrouw, Marina Abramovic, die in Balkan Erotic Epic ontsekste vrouwen van alle leeftijden liet zien. Death Valley van Sam Taylor-Wood symboliseerde de (angst voor) artistieke impotentie en het onvermogen te presteren. Wat amusant was, maar ook treurig. En droevig werd ik ook van de twee sterkste bijdragen, van Larry Clark en Gaspar Noé zelf.

Destricted — Death Valley

Larry Clark heeft al bij eerdere gelegenheden verklaard dat de huidige generatie jonge Amerikanen is opgegroeid met porno, en was daar niet per se pessimistisch over. Het had ook een vrije en ongecompliceerde omgang met seks teweeg gebracht, beweerde hij. In Impaled onderwierp hij zijn eigen opvattingen aan onderzoek. Hij riep jonge mannen op voor een casting voor een seksfilm, waarin zij met een pornoster hun seksuele fantasieën mochten uitleven. De film zou alleen maar onthutsend zijn, als het niet ook soms schattig en grappig was om te zien hoe deze net-meerderjarige jongens hun geschoren schaamstreek lieten zien (net als in de film), beweerden dat zij liever op dan in een meisje klaarkwamen (tsja, minder plastisch drukten zij het ook niet uit) en allemaal droomden van anale seks (terwijl de geïnterviewde 'adult movie' actrices daar geen van allen dol op waren). Wat deze kinderen nodig hebben is geen stevige beurt maar een knuffel. Toen puntje bij gaatje kwam mocht een van hen inderdaad anaal gaan met een dame en genadeloos filmde Clark wat de doorsnee pornofilms niet tonen: het glijmiddel, de strontsporen, de slappe piemels tussendoor. Het is een afschuwelijk experiment met een 21-jarige (maar ja: 'the age of consent'). De jongen bleek helemaal niet in staat zich in de rol van viriele seksheld in te leven, maar liet zich doen als bij een hoer. Kortom: pornografie is fantasie. En de kracht van Clarks filmpje schuilt erin dat hij die egocentrische eenzaamheid zichtbaar heeft gemaakt.
En toen het etterbakje Noé zelf. Met een epilepsiewaarschuwing vooraf voor wat 20 minuten stroboscoopflitsen bleken van een eindeloze masturbatiescène zum Tode. Ha, gelukkig, eindelijk begonnen er wat mensen de zaal te verlaten, zodat de 200 mensen die er niet in waren gekomen tenminste nog het gevoel hadden dat ze niet helemaal voor niets tot na afloop in de rij waren blijven staan. Noé wil shockeren, móet shockeren, maar zoals vaker in zijn films zijn ze niet ondragelijk door de stijl of de beelden, maar door wat eronder woekert. Zijn flikkerlicht is niets anders dan de manier waarin in slowmotionbeelden de werkelijkheid uit elkaar wordt getrokken om tussen de scheuren en de kieren brokstukken te zien van een Platoonse schaduwwereld. De ruïnes van wat de wereld eens was. De deceptie en de deconstructie van onze dromen en fantomen.
Het is naar om te moeten kijken naar de op zichzelf gerichte seks van Noé's hoofdpersoon en rond te tollen in zijn fantasiewereld, die zo onschuldig is als videoporno en zo schuldig als schoolmeisjesseks. Het echte verhaal wordt verteld door de soundtrack: flarden van een wijsje van een speeldoosje, een hartverscheurend schreiende baby, de gregoriaanse brom van god en zonde. Die baby brengt je uiteindelijk als toeschouwer zelf aan het huilen. Een kind dat getroost moet worden, maar We fuck alone, zoals de titel van het filmpje luidt. Wij krijgen geen kinderen. Wij zijn te zeer met onszelf bezig. Wij luisteren niet. En zetten onze scheppende, creatieve kracht om in iets destructiefs. Kleine dood, grote dood, de Fransen hebben allerlei mooie woorden voor het orgasme.


Woensdag 24 mei

Collega Belinda van de Graaf is me er nu al een paar dagen mee aan het plagen. Elke keer als ik aan iemand vertel dat ik de Un certain Regard-film Hamaca Paraguaya de beste film van het Festival Cannes vind, dan begint ze te lachen en zegt dat dat alleen maar komt omdat ik het zo'n lekkere titel vind om uit te spreken. Gelijk heeft ze. Hamaca Paraguaya (de Paraguyaanse hangmat) lijkt wel een toverspreuk met al die 'a's'. Het helpt als een film een goede titel heeft. Zou de letter 'a' daarbij helpen? Andere bijzondere films in de line-up van Cannes zijn namelijk Bamako (zie ook gisteren) en Fantasma, een korte tussendoorfilm van Lisandro Alonso (La libertad en Los muertos). Producente Stienette Bosklopper vertelde op de borrel van het Binger Filmlab bezig te zijn een sales agent te vinden voor de nieuwe film van Nanouk Leopold — Wolfsbergen — en een van de discussiepunten is of hij voor de internationale markt een andere, of Engelstalige titel moet krijgen (hij is al fout gespeld in een van de dagelijkse vakbladen hier terechtgekomen). Ik opteer voor Appelscha.
Hamaca Paraguaya van debutante Paz Encina laat zich nog het beste omschrijven als Alonso's La libertad met dialogen van het Paraguayaanse achterneefje van Samuel Beckett. De film is gesproken (of verteld) in het Guarini, de oorspronkelijke taal van de inwoners van het Paraguayaanse regenwoud. Een taal die zo anders is dan het Spaans wat de conquistadores meebrachten, dat zelfs mensen uit Latijns-Amerikaanse buurlanden het gevoel hebben naar een film van een andere planeet te kijken.
De film is een requiem voor die taal, voor een bijna vergeten taal, in het schemergebied tussen dag en nacht, heden en verleden, zomer en herfst, nevel en regen. Een man en een vrouw wachten. Op hun zoon. Die verdwenen is in de Chaco-oorlog met Chili (het is 1935, misschien). Ze wachten op de regen. Totdat de honden ophouden met blaffen. Totdat de honden weer gaan blaffen. Ondertussen scharrelen ze wat. Vervallen in een van hun rituele kibbelpartijtjes. Of zitten ze stil. Terwijl in hun hoofd de tijd voorbij raast en de stemmen van het verleden hun verhalen nog een keer vertellen.
De film is verteld in een stuk of zeven statische camera-instellingen, die het oerwoud waarin deze mensen leven inkaderen in strenge beelden. Nooit is de horizon te zien, nooit biedt een blik op de hemel bevrijding uit het groen en het groen en het groen. En als de lucht er is, in korte shots tussen de scènes, dan is er geen aarde, alsof deze twee rijken elkaar nooit zullen raken.
Komen de dreigende dondergeluiden op de geluidsband wel uit deze wolken? Waar is de hond die we horen? Langzamerhand verdwalen we in de asynchroniciteit tussen wat we zien en wat we horen. En toch ook weer niet. Want wat wij horen is misschien wel wat de man en de vrouw horen, als ze het niet in gedachten zeggen. Echo's. Restgeluiden.
Wat wordt er nog veel gezegd als mensen zwijgen. Wat is er nog veel te zien als er niets gebeurt. Wat wordt je blik scherp door te kijken.
Hamaca Paraguaya gaat niet over die man en vrouw, maar over de tijd. Heden, verleden, toekomst. De tijd voor en de tijd na (het is dat Richard Kelly in Southland tales al met T.S. Elliot op de loop is gegaan, anders had ik deze tijdsdichter graag nog een keer geciteerd). En alles wat Hamaca Paraguaya ons uiteindelijk laat zien is de tussentijd, de tijd tussen de momenten, de tijd tussen de ervaringen, de tijd tussen vertrek en terugkeer, de tijd tussen de oorlogen. Ons enige heden.
Lisandro Alonso heeft in zijn twee eerdere films laten zien goed begrepen te hebben hoe je in film tijd kunt creëren door het opheffen van de tijdelijkheid van je personages. Hij verenigt ze nog een keer in een film, die vast en zeker een afscheid is van zijn jongelingsjaren als filmmaker. Misael, de houthakker uit La libertad, en Argentino Vargas, de ex-gevangene uit Los muertos. Hij haalt ze weg uit wat wij dachten dat hun natuurlijke habitat was en brengt ze naar een bioscoop in Buenos Aires, misschien ter gelegenheid van de voorpremière van Los muertos. Misschien om een andere reden.
De bossen van La libertad en Los muertos waren mentale landschappen. Gevonden in het grote ongetemde buiten. Deze mannen leven daar op hun plaats. Natuurlijk.
In Fantasma is het buiten binnen geworden. De film is de studie van een interieur. Klassieke jaren zestig architectuur: marmeren trappen, koperen trapleuningen en neppalmen in een pot.

Los muertos

Die mannen die daar buiten zo natuurlijk leken, lijken hier binnen zo misplaatst. Hun vanzelfsprekende gedrag 'buiten' wordt vervreemdend gedrag 'binnen', in de artificiële ruimte van de bioscoop. Het maakt je op een lieve relativerende manier bewust van hoezeer zij ook daar buiten 'geregisseerd' zijn door Alonso — al is het maar in camerastandpunt en montage. Dat is ook een dappere poging tot zelfreflectie van de regisseur, die al zo beroemd is dat zijn naam in de trailer van de Quinzaine des Réalisateurs is opgenomen.
Fantasma doet soms denken aan Playtime van Jacques Tati. We zien mannen in ruimtes die wachten en waarschijnlijk niet precies weten op wie. We zien de gewoonste dingen in hun omgeving 'vreemd' worden: een pratende lift, de plakletters op de deur van de bioscoop, het trappenhuis, de lege lobby. Dit zijn de groeisels van deze biotoop. Hoekig en strak als de stad.


Donderdag 25 mei

Bij de persvoorstelling van Garin Nugroho's Serambi, een documentaire over de gevolgen van de tsunami op Atjeh, vroeg een man het woord die de aanwezigen waarschuwde dat de film die we zodadelijk te zien zouden krijgen, niet de film was die in de persmap beschreven was. Aandachtszoeker, gefrustreerde producent, practical joke? Vervolgens opende de film namelijk met precies dezelfde woorden als in diezelfde persmap te lezen stonden: dat Serambi 'veranda' betekende en dat Atjeh ook wel bekend stond als de veranda naar Mekka. Dan moet die tsunami Allah plezier hebben gedaan; want Nugroho's film betoogt dat na die onfortuinlijke kerstavond (sorry, andere religie) in 2004 de islam op Atjeh bloeit als nooit tevoren.
In het digitale tijdperk gaat er in Cannes meer papier om dan ooit tevoren. Tientallen gratis tijdschriften en kranten worden verspreid en op straat gratis uitgedeeld. Elke dag ligt je persvakje weer vol met tientallen aankondigingen, uitnodigingen, persconferenties. En persmappen natuurlijk. Waarvan er maar eentje trots is op het feit dat hij gedrukt is op gerecycled papier: van An inconvenient truth, Davis Guggenheims documentaireverslag van de kruistocht die Al Gore heeft ondernomen tegen 'global warming'. Inclusief negen tips om zelf de uitstoot van carbon monoxide in de atmosfeer te beperken. Zoals: ga vaker te voet, gebruik spaarlampen, "avoid pr-poducts with a lot of packaging".

An inconvenient truth

De films komen verpakt in mooie woorden in al die persmappen. Dieptegesprekken met de makers moeten de druk op echte, persoonlijk afgenomen interviews verminderen en alle twijfel wegnemen dat het hier misschien geen grandioos diepzinnig meesterwerk zou betreffen. De films komen verpakt in flipboekjes (Avida, Look both ways), zien eruit als een biefstukje op een dichtgeseald vleesschaaltje (Taxidermia), glimmen als glossy tijdschriften (Jindabyne), zijn meer widescreen dan de film zelf (Requiem for Billy the Kid), hebben weinig tekst, maar hele wonderlijke plaatjes van cactussen en porseleinen vissen (Fresh air), zitten verstopt in een fluorescerend roze kaftje (Shortbus) of achter het omslag van een politiedossier (Suburban mayhem).
En elke dag verdwijnt het merendeel van die papierberg ongelezen in grote containers die achter handige brievenbusopeningen in de muur naast de postvakjes staan.
Een cynische vorm van recycling.


Vrijdag 26 mei

Films helemaal gezien: 31
Films uitgelopen na 60 minuten: 4
Film uitgelopen na 15 minuten: 1
Film uit willen lopen na 5 minuten: 1
Interviews: 5
In de rij gestaan voor de film: 19 uur en 44 minuten
In de rij gestaan voor computergebruik in de persruimte: 227 minuten
Koppen koffie: 21
Glazen mineraalwater: 47
Alcohol: te veel
Zand in m'n schoenen: 74 gram
Doorgezwete schoenen: 2 paar
Sproeten: 14
Vitamine C-pillen: 11
Feestjes: 3
Borrels: 2
Etentje met H. en F.: 1
Gemiddelde nachtrust: 5 uur en 20 minuten
Ongelezen boeken: 1
Persmappen en catalogi: 6,4 kilo
Souvenirs: 0


Zaterdag 27 mei

De jury is in conclaaf. Dit waren mijn favorieten:

1 Bamako (Abderrahmane Sissako, buiten competitie)
De wereld is een courtyard, een binnenhof, letterlijk, in deze film waarin Abderrahmane Sissako op de binnenplaats van het huis van zijn vader een fictieve hoorzitting inrichtte over de 'Afrikaanse kwestie', een spiegel van de microkosmos van een geglobaliseerde wereld, terwijl daarbuiten het echte leven doorgaat: vrouwen werken, mannen filosoferen, kinderen spelen, een man sterft, een vrouw zingt. De tien gezworenen in Mali, geen schuldigen, alleen slachtoffers en getuigen die allemaal gelijk hebben.



2 Hamaca Paraguaya (Paz Encina, Un certain regard)
La libertad van Lisandro Alonso met dialogen van Samuel Beckett. Het gaat niet om de tijd vóór of de tijd ná. Het gaat om het filmische heden, gevangen in shots die tijd en geschiedenis opheffen en alleen maar zijn. En daarvoor en daarna gaat het over oorlog, over wachten, over ouders en kinderen. En over hoop. Hoe zinloos hoop is. En hoe we niet zonder kunnen. Hoe we op de regen wachten. En weten dat als de regen komt, het dan een zondvloed zal zijn. Beter maar dat het nog even droog blijft.

3
Day night day night (Julia Loktev, Quinzaine des réalisateurs)
Een meisje met een bom op Times Square. Geen vragen. Geen antwoorden. Opeens alles begrijpen. Niet dat iemand een bom laat afgaan is shockerend, maar dat iemand het niet kan.



4 Destricted (Larry Clark, Gaspar Noé e.a., Semaine de la critique)
We fuck alone, de titel van Gaspar Noé's slotbijdrage aan deze omnibusfilm over seks en pornografie anno nu, vat het precies samen. Seks is geen taboe meer in de cinema. De echte schok is niet het 'fuck', maar het 'alone'; hét filmthema van deze tijd.



5 Indigènes (Rachid Bouchareb, competitie)
Twee jaar lang marcheerden ze door Italië en Frankrijk, de Noord-Afrikanen die aan het einde van WOII werden ingeroepen om het 'vaderland' te bevrijden. Tot er geen man meer over was en hun geschiedenis vergeten kon worden. Van alle 'thema'-films de meest sobere; de geschiedenisles achter Michael Haneke's Caché; pijnlijker voor Frankrijk dan Marie Antoinette.

6 Laitakaupungin valot (Aki Kaurismäki, competitie)
Een klein pareltje, dat heel erg z'n best doet om als een volle maan te stralen in de nacht van Helsinki. Subtieler dan The man without a past, en daarom te onopvallend voor het krachtpatsersvertoon van de competitie.



7 Juventude em marcha (Pedro Costa, competitie)
Standvastig blijft Portugees Pedro Costa zijn camera richten op de bijna gesloopte wijk Fontainhas in Lissabon. Met een dv-camera die voor het eerst laat zien dat je ook digitaal kunt schilderen in een clair obscur waarbij zelfs Carravaggio's heilige paupers bij in het duister blijven staan. Maar zonder religieuze hoop. Alleen herhaalde stamelingen.



8 Lying (M. Bash, Quinzaine)
De hedendaagse tegenvoeter van Marie Antoinette, ook uitgefloten, maar die overbelichte Amerikaanse upperclassmeisjes blijven wel griezelig door je hoofd spoken. Vreemd genoeg om te onthouden. Horror zonder horror.

9 Taxidermia (György Pálfi)
Peter Greenaway moet wel als inspiratiebron hebben gediend voor deze associatief-barokke geschiedenis van een eeuwlang verterend menselijk vlees en de fysieke uitdagingen waaraan het lichaam uiteindelijk bezwijkt.



10 The wind that shakes the barley (Ken Loach, competitie)
Eén zin maar in The wind that shakes the barley van Ken Loach, en hij spookt nog steeds door mijn hoofd. Ierland 1920, vrijheidsstrijder Damien is net gearresteerd en wordt bij een Britse officier geroepen voor verhoor. "Bedenk je wel dat deze mannen rechtstreeks uit de oorlog komen. Ze hebben gevochten aan de Somme", zegt de militair. Het is geen excuus. Het is geen verklaring. Het is een zinnetje dat een hele voorgeschiedenis blootlegt en een nageschiedenis vooruit schaduwt. (zie ook mijn Carte postale van zondag 21 mei).



11 Southland tales (Richard Kelly, competitie)
Het gekkengetal voor de meest glorieuze mislukking uit competitie. In de jaren tachtig dansten we op de vulkaan en wonderkind Richard — Donnie Darko — Kelly danst nog steeds een popcornculturele apocalyptische dans. 'This is the way the world ends, not with a whimper, but with a bang', parafraseerde hij. Maar na deze filmische big-bigger-biggest bang staat zelfs de Angelus Novus met z'n vleugels te klapperen.



Dana Linssen



top
Artikelen
All about me? Ontsloten kluizen
Cannes 2006 Gevoelige ogen
Carte postale de Cannes
Filmmythes Venster op de wereld
Gebroeders Quay Look of life
Robert De Niro De kameleon
Theater vs film Een tweede leven

Interviews
Tsai Ming-liang Mysterieuze machine
Vijf vragen aan Thom Hoffman

Rubrieken
Action!
Het geheim van Hollywood: Rampscenario's aan de autopsietafel
Spotlicht: Isabelle Huppert
Amsterdam Box Office Periode 29 april t/m 25 mei 2006
Boeken Filmkritiek
Cinedix
Evenementen
Festivals
De geruchtenmachine
Mening
Mijn Mening
De Pers Over
Thuiskijken
Verwacht


Recensies
AMERICAN DREAMZ Bloedeloze satire op Idols-industrie
L' AMI HOLLANDAIS Ontwaken aan het front
IL CAIMANO Kaaimannen en angsthazen
HOW MANY ROADS Aanbidders in de Bob Dylan-kerk
IK WIL NOOIT BEROEMD WORDEN De vinger op de zere plek
L' IVRESSE DU POUVOIR De dronkenschap van de macht
JUNGLE RUDY Narcissus tussen de lianen
MARIE ANTOINETTE Nutteloosheid op het eiland Versailles
ORDINARY MAN Wie valt eerder flauw — de moordenaar of de toeschouwer?
LA PUTA Y LA BALLENA Het Argentinië dat nooit weg was
RABBIT ON THE MOON Kinky tegenover puur
THE ROAD TO GUANTANAMO Heel voorzichtig bijten
VERS LE SUD De zachte huid van Haïtiaanse jongens
THE WAYWARD CLOUD Seks met watermeloenen
X-MEN: THE LAST STAND Visuele bravoure en innerlijke conflicten